Snuffelend in een doos met allerlei papieren vond ik de onderstaande tekst terug van Bernard Dewulf, enkele jaren geleden verschenen in De Morgen. Ik had die uitgeknipt en thuis opgehangen, maar de reacties waren niet bepaald positief, eerder verkrampt eigenlijk. Hier kan ik nu ongestoord weerwraak nemen. Woehaha.
“K.
Weer zo’n kutstukje schrijven, zeg ik. Schrijf dan eens een kútstukje, zegt ze. Hoezo ? Een stukje over een kut, zegt ze. Sommige lezers kunnen daar niet tegen op de voorpagina. Ik wel, zegt ze. Soms, ’s ochtends tussen ontwaken en opstaan, zeg ik het hardop : ik ben tuk op mijn kut. Vroege woordspelingen, zeg ik. Vroege spelingen zijn de leukste, zegt ze.
En wie is nu geïnteresseerd in zo’n stukje kut, vraag ik. Iedereen, zegt ze, die mét en die zonder, maar ze verklappen dat niet. En wat moet ik daar dan over schrijven ? Wat je ziet, zegt ze. Wat ik zie ? Ja, je hebt er toch al naar gekeken ? Telkens als ik ernaar kijk komt er een mensje uit. Ik kijk er regelmatig naar, zegt ze. O ja, zeg ik. Met een spiegeltje. Spiegeltje, spiegeltje aan de wand ? Ja, zegt ze. En ? vraag ik. Ik heb de mooiste van het land. Gelukzak, zeg ik. Wist je dat steeds meer vrouwen ze laten verbouwen ? Hun kut ? Ja, ze willen ze groter, kleiner, mooier, ontvankelijker. Ik niet, de mijne is fijn. Juiste verhoudingen, volgens de gulden snede. Blij voor jou, zeg ik, maar daar kan ik toch niet over schrijven. Platbroek, zegt ze, iedereen moet er doorheen en vervolgens kijkt iedereen ervan weg. We zouden er dagelijks naar moeten kijken, om te onthouden waar we vandaan komen. Begin daar eens aan, zeg ik.
Spreek er eens tegen, zegt ze. Spreken ? En wat moet ik dan zeggen ? Gewoon, dag lieve kut, hoe gaat het vandaag. Dat bijt niet hoor, zegt ze. Dat wordt een dovemansgesprek, zeg ik. Er zijn zwijgzame en spraakzame kutten, zegt ze. Ook tegenpruttelende. En soms moet je liplezen. Ha, zeg ik, een zinspeling. Zij lacht. Ik heb ineens zin om te spelen, zegt ze. Toch niet met je …, zeg ik. Omgekeerd, zegt ze. Omgekeerd ? Jullie zijn toch ook soms de speelbal van jullie geslacht ? Zeg maar lul, zeg ik. Toen grijnsde ze haar zichtbare tanden bloot.”
Blijkbaar was deze tekst te aanstootgevend hier in huis, terwijl er voor mij niets schokkends in staat. Vreemd toch hoe een vagina dergelijke radicaal verschillende en heftige gevoelens en reacties kan losweken. Mogelijk heeft het eenzelfde of grotere zeggingskracht dan bijvoorbeeld Jezus aan het kruis. Vanwaar die afkeer of schaamte die vele vrouwen lijken te voelen voor hun vagina ? Bij het wassen ervan lijkt men soms wel tekeer te gaan alsof men ze met alle kracht wil weggommen, liefst nog met zoveel mogelijk zeep, wat eigenlijk door seksuologen wordt afgeraden.
Daartegenover staat dan weer de fascinatie die veel mannen ervoor voelen en ook de angst ervoor. Een vagina is voor een man, denk ik, iets sacraals, met al het positieve en negatieve dat eraan vasthangt. Bovendien zorgt het meestal toch nog aanwezige schaamhaar voor een vleugje mysterie. Ze is er maar je ziet ze niet (helemaal), je hebt er het raden of fantaseren naar. Het is een niet minder krachtig beeld dan de meeste van de opengesperde kutten die op pornosites of in pornofilms in je gezicht gegooid krijgt. Courbet zat er waarschijnlijk ook niet ver naast toen hij zijn beroemde schilderij “L’origine du monde” doopte. Ik beweer niet alles, maar toch veel van wat (de) mensen (de mensheid) drijft is daarop (seks, lust, maar niet alleen dat, een vagina betekent ook geborgenheid, letterlijk en (hopelijk) figuurlijk warmte) terug te voeren, denk ik als totaal onwetende.
Enkele jaren geleden heb ik ooit een mail ontvangen van een gewaardeerde collega, met 5 of 6 fotootjes als bijlage. Op elke foto was een close-up te zien van een wat behaarde anonieme ‘foef’, maar dat was maar een deel van het verhaal. Ervoor stond een fanfare van Playmobil-mannetjes. Op de eerste foto zag je het eerste en eventueel tweede figuurtje staan met zijn instrument. De tweede foto toonde van het eerste mannetje enkel nog de voetjes ; de rest zat in de schede en het tweede figuurtje diende zich aan. De volgende foto’s lieten, als ik het me goed herinner enkel nog de overblijvende figuurtjes zien, waarvan de rij steeds kleiner werd. Er werd dus evenveel of meer gesuggereerd dan dat er effectief getoond werd. Heel grappig en vertederend tegelijk en respect voor de vrouw die zich tot het spelletje leende.
Tot slot nog een mooie tekst die R, waarover ik het hieronder had, me ooit schreef over de minnepoel :
"peut-être mais [la bite] est particulièrement moche comme organe, tandis qu'un sexe féminin, je trouve ça magique! Une bite, ça bande pour un oui pour un non alors qu'une vulve, ça se mérite. Il faut l'amadouer pour qu'elle daigne vous offrir l'hospitalité et puis tout est dissimulé et secret, ce n'est pas comme ce phallus agressif et prétentieux.
Quand on y pense, c'est tout de même incroyable de se dire que nous venons tous de là et que nous n'avons qu'une envie, c'est d'y retourner, moi ça me fascine. Bringing It All Back Home comme disait Bob [Dylan]!"
Niets van dit alles zijn originele inzichten van mij uiteraard. Anderen hebben dit ongetwijfeld ook al bedacht, al kwamen ze nu wel in mij op zonder dat me op een of andere lectuur baseerde. Gewoon mijmeren brengt rare dingen in een mens naar boven. Waarschijnlijk kun je dit gewoon onder geleuter of toogpraat catalogeren. 't Is tijd om maar eens wat met de moto te gaan rijden, me dunkt.
zondag 28 januari 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

2 opmerkingen:
Brompot, heb je de Vaginamonologen al gelezen?
Volgens mij was het stukje van Bernard Dewulf daarop gebaseerd.
(Ik heb het boek hier ergens liggen ;-))
Neen, nog niet gelezen of gezien, Virginia. Wel al de naam vaak horen vallen. Is het de moeite ?
Een reactie posten