Gisteren stond volgens het VRT-journaal de belangrijkste voetbalwedstrijd van het jaar op het programma : de finale van de Champions League, de competitie waaraan in principe de beste Europese clubs mogen meedoen, of de clubs die het jaar voordien het hoogst eindigden in hun nationale competities. Ik denk dat ik er hoogstens 10 minuten van gehoord heb, toen ik wat boterhammen klaarmaakte.
Mij, en u, lezer ongetwijfeld ook, interesseert eigenlijk meer hoe het Botafogo vergaat en uit die hoek komt de laatste weken niet zo’n goed nieuws.
Eerst verloor de ploeg nipt het kampioenschap van (de staat) Rio van rivaal Flamengo, nadat beide finalewedstrijden op 2-2 eindigden en penalty’s dienden te beslissen.
Eigenlijk had Botafogo al de kans gehad het kampioenschap in zijn voordeel te beslechten, maar dan had het de afsluitende finalewedstrijd van de terugronde (de Taça Rio) moeten winnen tegen (alweer) Flamengo. Als winnaar van de heenronde (de Taça Guanabara) was het automatisch kampioen van Rio geworden indien het de terugronde ook als eerste had afgesloten. Maar dat was helaas niet het geval en dus moesten 2 wedstrijden beslissen over winst en verlies in dit gegeerde kampioenschap. Het resultaat is inmiddels al bijna een maand gekend.
Enkele dagen geleden dan werd het nieuws bekendgemaakt dat Maicosuel zijn huidige ploeg, Botafogo, verlaat om bij een Duitse voetbalploeg te spelen, Hoffenheim, dat dit jaar in de Bundesliga 6de of 7de eindigde. Maicosuel werd net verkozen tot beste speler van het kampioenschap van Rio en was ook de topscorer van deze competitie.
Tot slot, nu de regionale kampioenschappen van 2009 afgelopen zijn, begint het kampioenschap van Brazilië en daarin bengelt Botafogo voorlopig nog ergens onderin het klassement met amper 2 punten.
Laat we allen samen hopen dat hier weldra verandering in komt !
Voor wie echt geïnteresseerd is in de Braziliaanse voetbalcompetie : sambafoot.
donderdag 28 mei 2009
De pot verwjit de ketel...
“Daders brutale handtasoverval slaan slachtoffer in coma, maar gaan vrijuit” kopte De Morgen gisteren voor een van zijn artikels. De inhoud ervan is gelijklopend qua toon.
Wat was er gebeurd : een vrouw werd op bijzonder gewelddadige wijze overvallen en verkeerde bij het ter perse gaan blijkbaar nog steeds in levensgevaar. Weerzinwekkend uiteraard.
Vandaag verschijnt er in diezelfde krant een hoofdartikel door hoofdredacteur Yves Desmet, waarin hij er zijn collega Luc Van der Kelen (en ook minister De Clerk) stevig van langs geeft om hun misplaatste reacties in deze zaak n.a.v. de reactie van het gerecht dat de 5 verdachten zomaar had vrijgelaten. Deze personen bleken achteraf ook niets met de zaak te maken te hebben.
Misschien moet hij ook eens zijn eigen journalisten een standje geven over hun berichtgeving ? Of werd het artikel in kwestie misschien eenvoudigweg overgenomen van een van de andere kranten van de Persgroep (waaronder Het Laatste Nieuws, waarvoor M. Van der Kelen schrijft) ?
Wat was er gebeurd : een vrouw werd op bijzonder gewelddadige wijze overvallen en verkeerde bij het ter perse gaan blijkbaar nog steeds in levensgevaar. Weerzinwekkend uiteraard.
Vandaag verschijnt er in diezelfde krant een hoofdartikel door hoofdredacteur Yves Desmet, waarin hij er zijn collega Luc Van der Kelen (en ook minister De Clerk) stevig van langs geeft om hun misplaatste reacties in deze zaak n.a.v. de reactie van het gerecht dat de 5 verdachten zomaar had vrijgelaten. Deze personen bleken achteraf ook niets met de zaak te maken te hebben.
Misschien moet hij ook eens zijn eigen journalisten een standje geven over hun berichtgeving ? Of werd het artikel in kwestie misschien eenvoudigweg overgenomen van een van de andere kranten van de Persgroep (waaronder Het Laatste Nieuws, waarvoor M. Van der Kelen schrijft) ?
maandag 25 mei 2009
Vreemde woordkeuze
Peter Tom Jones deinst er niet voor terug om oorlogsretoriek te gebruiken in zijn pleidooi voor meer voluntarisme in de strijd (;-) ) tegen de klimaatveranderingen (De Morgen van zaterdag 23 mei).
"Dit jaar wordt de klimaatoorlog gewonnen of verloren" kopt het opiniestuk.
Vermoedelijk een bewuste keuze, maar op mij werkt het contraproductief.
Terwijl de tekst zelf eigenlijk opvallend gematigd is qua woordenschat en toon.
"Dit jaar wordt de klimaatoorlog gewonnen of verloren" kopt het opiniestuk.
Vermoedelijk een bewuste keuze, maar op mij werkt het contraproductief.
Terwijl de tekst zelf eigenlijk opvallend gematigd is qua woordenschat en toon.
woensdag 20 mei 2009
Weer terug 3
vastomlijnd of “flou” ?
statisch of evolueert het ?
vanzelfsprekend of niet
aanvaard je de jouwe of niet ?
al gevonden of nog op zoek ?
belangrijk of eerder bijkomstig m.b.t. uw visie op de buitenwereld ?
bepaalt die van anderen uw houding t.o.v. van hen of niet ?
wat is het ?
enz.
Er kunnen tal van vragen over het begrip "identiteit" worden gesteld.
Ofwel schuilen er in mezelf verschillende identiteiten ofwel ben ik er zelf nog niet helemaal uit wat de mijne is. Zelf beschouw ik me allerminst als Belgisch en nog minder als Vlaams, al bepaalt deze achtergrond ongetwijfeld voor een groot deel mijn denken en doen. De Braziliaanse roots kan ik toch niet helemaal wegsteken of ontkennen en dit zorgt voor een vreemde mix waar ik zelf soms ook moeilijk weg mee weet.
Enerzijds staat België voor de dagdagelijkse, soms grauwe realiteit, anderzijds vormt Brazilië een soort ingebeeld ideaal van dolce far niente, genieten en een uitbundigheid die ik hier zelden of nooit toon, wegens op een of andere manier geremd.
En deze dualiteit uit zich onder meer ook op een nogal verrassende manier, zoals ook weer op deze reis : er schuilt waarempel een voetbalfan in me... Meestal laat voetbal me nogal koud en bekijk ik in een heel jaar gemiddeld 1 à 2 wedstrijden op tv, bijna altijd westrijden in een internationaal kader. Over het Belgisch voetbalkampioenschap lees ik wel uitslagen in de krant of hoor ik ze op radio of tv, steevast hopend dat Anderlecht verloren heeft. Andere voetbalcompetities kunnen me evenmin echt boeien, ook niet de Braziliaanse. Maar een paar weken voor de afreis, neusde ik dus rond op een aantal blogs en op een ervan kwam de Braziliaanse dichter Drummond de Andrade ter sprake, wiens werk in het Nederlands werd vertaald door August Willemsen. Van hem wist ik dat hij een boek had geschreven over Braziliaans voetbal en ik vond onze reis een uitstekende gelegenheid om het eens te lezen. Dus snelde ik naar de Boekuil om het te bestellen.

Willemsen geeft een beknopte (ontstaans)geschiedenis van de Braziliaanse clubgeschiedenis a.d.h.v. enkele van de bekendste teams, besteedt heel wat aandacht aan het nationale team en aan een resem legenden, waarvan ik er ettelijke helemaal niet kende zoals bijvoorbeeld Friedenreich, Domingos da Guia, Leônidas da Silva, Nílton Santos. Twee spelers krijgen een voorkeursbehandeling : Garrincha en, uiteraard, Pelé. Van beide verkiest Willemsen duidelijk veruit de eerste, die een soort antiheld werd voor het Braziliaanse volk. Een pure entertainer die bekend stond om zijn dribbels en menig tegenstander soms letterlijk in het zand deed bijten of belachelijk maakte. Daarnaast zou zijn privéleven vandaag steevast breed in de roddelbladen zijn uitgesmeerd. Hij was namelijk lang geen modelechtgenoot of -vader, leidde een liederlijk leven, maar deed voor de rest geen vlieg kwaad. In deze opzichten doet hij me denken aan de jonge Jimmy White (snookerspeler): barstensvol talent, zorgeloos, denkend aan het publiek voor wie hij meer dan eens de show stal en daardoor zelfs wedstrijden verloor. Tijdens zijn glorietijd speelde Garrincha uitsluitend voor Botafogo, een club uit Rio.
Pelé was simpelweg een genie en hoogstwaarschijnlijk de beste profvoetballer aller tijden. Daar paarde hij bovendien het imago aan van de ideale schoonzoon, met als enige "smet" dat hij arm en zwart geboren werd.
De auteur spaart echter evenmin zijn kritiek op een aantal aspecten die hem storen, zoals de soms ondermaatse begeleiding van voetballers, de bobo's van de federatie of de clubs en ook het in Brazilië alomtegenwoordige godsdienstgevoel en de uiting ervan. Hij rept echter met geen woord over het politieke en sociaal-economische bestel in de optimistische jaren '50, de woelige jaren '60 en de dramatische rechtse militaire dictatuur die van '64 tot '85 duurde (niet zo bloedig als sommige andere in Latijns-Amerika, maar net zo grimmig, zeker de eerste 10 jaar). Deze heeft namelijk onder meer het voetbal misbruikt om zichzelf te legitimeren.
Het boek barst ook van de leuke citaten van Braziliaanse schrijvers of journalisten i.v.m. voetbal, wat eveneens een idee geeft van het belang die deze sport heeft in dat land.
Na enkele dagen lezen raakte ik dus weer meer en meer in de ban van het Braziliaans voetbal, in die mate dat ik niet naar huis wilde keren zonder enkele souvenirs.
Helaas heb ik geen Botafogo T-shirt gekocht met het nummer 7, dat van Garrincha. Ik heb er wel een gezien in een winkeltje vlakbij een toeristenval (Praia do Forte voor de kenners), maar toen vond ik het te duur en dacht ik dat ik later nog wel een kans zou krijgen. Niet dus. Uiteindelijk een Botafogo-shirt gekocht voor ruim het dubbele van die prijs en het was dan nog een recent... Thuisgekomen heb ik dan maar via ebay een T-shirt ter ere van Garrincha gekocht.
Hieronder ziet u mijn voorlopige 'collectie' : helemaal links het Garrincha-shirt in kwestie, daarnaast een shirt van Fluminense (een andere grote club uit Rio ; dat shirt heb ik van m'n ouders enkele jaren geleden gekregen), dan een van de seleção, gekocht in 2002 tijdens het WK dat Brazilië won en helemaal rechts een shirt van Botafogo, dat traditioneel in zo'n truitjes speelt.
Op de foto helemaal bovenaan ziet u 3 schildjes : linksboven Botafogo, rechtsboven Vitoria (een belangrijke Bahiaanse club) en rechtsonder Fluminense.
Tot slot nog helemaal onderaan een foto van teenslippers die ik kocht, ook van Esporte Club Vitória, waarvan m'n heel goede vriend Luiz fan van is (en die de eeuwige concurrent van Bahia is).
Het enige wat ontbreekt, zijn parafernalia van Bangú, alweer een club uit Rio. Deze club heb ik leren kennen dankzij een computerspel. Toen we in 1998 familie bezochten hadden enkelen een Playstationspel dat Fifa of zo heette met allemaal Braziliaanse ploegen. Voor de lol vroeg ik om voor mij een slechte ploeg te kiezen en dat werd blijkbaar Bangú. Bovendien las ik in het boek van Willemsen dat deze ploeg van in een arbeidersmilieu werd opgericht, wat ze voor mij alleen maar sympathieker maakt.
Terug thuisgekomen, haalde ik prompt een videocassette boven met een in 2002 opgenomen documentaire van Arte over Garrincha en Pelé. Ook daarin kwam het beeld naar voor van een voetbalkunstenaar die meer geïnteresseerd was in het spel dan in het resultaat, die door de man in de straat op handen werd gedragen en die tegen de heersende moraal in ging door zijn turbulente privéleven, wat hem duur te staan kwam in een rechtse dictatuur, waarin dergelijk gedrag niet geduld werd (hij leefde immers openlijk samen met zijn grote, buitenechtelijke liefde, de zangeres Elza Soares).
Enkele dagen geleden zocht ik voor het eerst sinds onze terugkomst op het net naar resultaten van Botafogo en het lijkt erop dat deze ploeg helaas nipt het kampioenschap van Rio (de staat, niet de stad) heeft verloren.
Ergens in mij moet toch iets Braziliaans sluimeren dat ervoor zorgt dat ik bepaalde omstandigheden een of andere transformatie onderga. Bovendien is deze sport nu eenmaal nogal prominent aanwezig in onze maatschappij en blinkt Brazilië er in uit, dus toch iets waarmee Brazilianen met trots kunnen uitpakken.
Orgulhoso de ser (por um parte) Brasileiro !
zaterdag 16 mei 2009
Beyond the valley of the dolls
Een film van cultregisseur Russ Meyer. Een slaapverwekkende film van cultregisseur Russ Meyer.
Vorige week besteld, deze week toegekregen en net naar gekeken.
Het is na het onverhoopte succes van "Vixen", denk ik, de enige film die hij gemaakt heeft met de steun van een grote fimmaatschappij en dat is eraan te zien, vrees ik. Volgens mij moest Meyer aan bepaalde verwachtingen voldoen of probeerde hij een breder publiek te bereiken. Maar een groter budget maakt niet noodzakelijk een betere of genietbaardere film. Geen spoor te bekennen van het soort humor die vele van zijn andere films kenmerken en vooral subversief/storend omdat er veel over "weed/grass" en andere substanties wordt gesproken. Wel niet helemaal een happy end (maar toch veel te stroperig naar mijn zin) en ook wel de occasionele tiet, da's ook al iets, maar onvoldoende om mij te bekoren. Grote spelbreker was voor mij onder meer dat de film dermate gedateerd oogt : de kapsels, de kledij, de omgeving, de muziek (die het geheel soms iets verteerbaarder maakt).
Grappig was wel het taalgebruik van het personage Z-Man Barzell.
Misschien interessant voor cinefielen die echt alles voor hun hobby/interesse over hebben of voor antropologen, al denkt deze liefhebber er anders over (zie Part II).
Er staan nog films van Meyer op het programma èn m'n eerste van John Waters, "the Prince of Puke" : "A dirty shame". Naar die laatste ben ik erg benieuwd. Het zal de eerste film van deze regisseur zijn, die ik bekijk en ik vond het maar beter om niet meteen met zijn beruchtste prenten te beginnen.
Correctie : in "Beyond...dolls" komt wel expliciet het onderwerp abortus aan bod. Vermoedelijk was dat eind jaren '60 een heikel thema in de VS. Provocatie was er dus wel. Alleen vond ik de personages (die in een Russ Meyer-film overigens nooit echt uitgewerkt worden) niet overkarikaturaal genoeg ; geen enkel kon wat mij betreft tippen aan een Lavonia of Junk Yard Sal uit "Beneath the valley of the ultra vixens".
Vorige week besteld, deze week toegekregen en net naar gekeken.
Het is na het onverhoopte succes van "Vixen", denk ik, de enige film die hij gemaakt heeft met de steun van een grote fimmaatschappij en dat is eraan te zien, vrees ik. Volgens mij moest Meyer aan bepaalde verwachtingen voldoen of probeerde hij een breder publiek te bereiken. Maar een groter budget maakt niet noodzakelijk een betere of genietbaardere film. Geen spoor te bekennen van het soort humor die vele van zijn andere films kenmerken en vooral subversief/storend omdat er veel over "weed/grass" en andere substanties wordt gesproken. Wel niet helemaal een happy end (maar toch veel te stroperig naar mijn zin) en ook wel de occasionele tiet, da's ook al iets, maar onvoldoende om mij te bekoren. Grote spelbreker was voor mij onder meer dat de film dermate gedateerd oogt : de kapsels, de kledij, de omgeving, de muziek (die het geheel soms iets verteerbaarder maakt).
Grappig was wel het taalgebruik van het personage Z-Man Barzell.
Misschien interessant voor cinefielen die echt alles voor hun hobby/interesse over hebben of voor antropologen, al denkt deze liefhebber er anders over (zie Part II).
Er staan nog films van Meyer op het programma èn m'n eerste van John Waters, "the Prince of Puke" : "A dirty shame". Naar die laatste ben ik erg benieuwd. Het zal de eerste film van deze regisseur zijn, die ik bekijk en ik vond het maar beter om niet meteen met zijn beruchtste prenten te beginnen.
Correctie : in "Beyond...dolls" komt wel expliciet het onderwerp abortus aan bod. Vermoedelijk was dat eind jaren '60 een heikel thema in de VS. Provocatie was er dus wel. Alleen vond ik de personages (die in een Russ Meyer-film overigens nooit echt uitgewerkt worden) niet overkarikaturaal genoeg ; geen enkel kon wat mij betreft tippen aan een Lavonia of Junk Yard Sal uit "Beneath the valley of the ultra vixens".
donderdag 14 mei 2009
dinsdag 12 mei 2009
Schrijnend
Doorgaans verwijs ik hier relatief weinig naar actualiteitsberichten op gevestigde websites, omdat ik ervan uitga dat wie geïnteresseerd is, zelf wel een kijkje neemt en dat daarentegen wie het niets kan schelen aan een link hier ook niets heeft.
Maar gisteren schrok ik toch van dit bericht.
Het is algemeen geweten, de burgeroorlog in Colombia is een uitermate vuil conflict, waarin de grootste slachtoffers vaak weerloze burgers zijn die tussen 2 of 3 vuren zitten (linkse rebellen (FARC en ELN), extreem-rechtse paramilitaire groepen (AUC) en het leger).
Al tientallen jaren bestrijden verschillende ideologische en politieke facties elkaar op bloedige wijze. Daarbovenop kwam nog het bijzonder omstreden "Plan Colombia", dat in nauwe samenwerking met de VS werd uitgewerkt en toegepast en officieel bedoeld was om de drugshandel te bestrijden.
Bij ons wordt vooral de rol van de (althans retorisch) linkse FARC belicht, hun rol in de cocaïnehandel en -productie, gijzelingen en andere misdaden. Dat terwijl kenners het er eens over zijn dat de AUC of de groepen die ervan afsplitsten de meeste en gruwelijkste wandaden op hun actief hebben.
De huidige president, Uribe, heeft nauwe banden met de AUC. Hij werd verkozen op basis van een gespierd programma dat beloofde komaf te maken met de FARC. Er zijn inderdaad successen geboekt, maar tegen welke prijs ?
Maar gisteren schrok ik toch van dit bericht.
Het is algemeen geweten, de burgeroorlog in Colombia is een uitermate vuil conflict, waarin de grootste slachtoffers vaak weerloze burgers zijn die tussen 2 of 3 vuren zitten (linkse rebellen (FARC en ELN), extreem-rechtse paramilitaire groepen (AUC) en het leger).
Al tientallen jaren bestrijden verschillende ideologische en politieke facties elkaar op bloedige wijze. Daarbovenop kwam nog het bijzonder omstreden "Plan Colombia", dat in nauwe samenwerking met de VS werd uitgewerkt en toegepast en officieel bedoeld was om de drugshandel te bestrijden.
Bij ons wordt vooral de rol van de (althans retorisch) linkse FARC belicht, hun rol in de cocaïnehandel en -productie, gijzelingen en andere misdaden. Dat terwijl kenners het er eens over zijn dat de AUC of de groepen die ervan afsplitsten de meeste en gruwelijkste wandaden op hun actief hebben.
De huidige president, Uribe, heeft nauwe banden met de AUC. Hij werd verkozen op basis van een gespierd programma dat beloofde komaf te maken met de FARC. Er zijn inderdaad successen geboekt, maar tegen welke prijs ?
maandag 11 mei 2009
Uit het leven gegrepen
Tot in Mechelen was de zetel naast me vrij, maar dat kon uiteraard niet blijven duren. Niet dat het me stoorde dat er zich iemand kwam neerzetten, ook al had hij evengoed een andere zetel kunnen uitkiezen (tandengeknars).
Net zoals zovele medereizigers nam hij de “Metro” door, het blaadje bij uitstek waar je de pendelaar aan herkent. Het afhalen en lezen van dit krantje maakt al jaren onlosmakelijk deel uit van de routine van diegenen die zich per spoor naar hun werk verplaatsen.
Dit exemplaar leek iets te eten, al van bij het instappen. Rustig bladerde hij door zijn dagelijkse treinkrant. Wel kauwde hij de hele tijd lustig door, in die mate dat ik er stilletjesaan begon op te letten, ook al deed ik hard m’n best om te lezen. En het bleef maar duren, het hele traject Mechelen – Brussel-Noord lang, toch al gauw 20 minuten. Bij momenten begon hij ook nog eens systematisch zijn hoofd van links naar rechts te draaien. Mooi synchroon een machinale verticale en horizontale beweging…
…dat hoofd begon dan ineens een eigen leven te leiden, het begon te groeien en te groeien, totdat van mijn reisgezel niets anders meer overbleef dan een enorm hoofd zonder enig lichaam. Waarna het me met ogen vol waanzin en begeerte begon te verscheuren, net zoals de Cronos van Goya. Weglopen kon niet want ik zat langs alle kanten ingesloten en de andere reizigers lazen of kwetterden rustig voort alsof er niets aan de hand was.
Net zoals zovele medereizigers nam hij de “Metro” door, het blaadje bij uitstek waar je de pendelaar aan herkent. Het afhalen en lezen van dit krantje maakt al jaren onlosmakelijk deel uit van de routine van diegenen die zich per spoor naar hun werk verplaatsen.
Dit exemplaar leek iets te eten, al van bij het instappen. Rustig bladerde hij door zijn dagelijkse treinkrant. Wel kauwde hij de hele tijd lustig door, in die mate dat ik er stilletjesaan begon op te letten, ook al deed ik hard m’n best om te lezen. En het bleef maar duren, het hele traject Mechelen – Brussel-Noord lang, toch al gauw 20 minuten. Bij momenten begon hij ook nog eens systematisch zijn hoofd van links naar rechts te draaien. Mooi synchroon een machinale verticale en horizontale beweging…
…dat hoofd begon dan ineens een eigen leven te leiden, het begon te groeien en te groeien, totdat van mijn reisgezel niets anders meer overbleef dan een enorm hoofd zonder enig lichaam. Waarna het me met ogen vol waanzin en begeerte begon te verscheuren, net zoals de Cronos van Goya. Weglopen kon niet want ik zat langs alle kanten ingesloten en de andere reizigers lazen of kwetterden rustig voort alsof er niets aan de hand was.
zondag 10 mei 2009
Lomp
Een

stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ik dus wel...
In 2005, terugkerend van een vakantie in de Poitou-Charentes toonde de boordcomputer al tientallen kilometers dat er eigenlijk geen benzine meer in de tank zat. De ongeruste opmerkingen van M. en de kinderen wees ik van de hand, omdat ik meer vertrouwen stelde in de mechanische benzinemeter, ook al stond die ook al een tijdje erg laag. Het was wel degelijk m'n bedoeling te stoppen aan het eerste Belgische tankstation dat we tegenkwamen (had toen niet veel contant geld meer op zak), maar nergens zagen we er een. Ik wist wel dat er iets voorbij Namen een groot servicestation was, maar zouden we er ook nog geraken ? Neen, 3 kilometer voor de bestemming, was het definitief over en uit. Verwijten en boze blikken waren mijn terechte deel. Iemand van Touring Wegenhulp is ons toen na een poosje komen 'depanneren'.
Dinsdag was het opnieuw zover, maar nu gelukkig dichter bij huis en dichter bij een benzinestation. Nadat een hulpvaardige autobestuurder me hielp de wagen op de pechstrook te 'parkeren', kon ik op weg naar het wat verder gelegen station. Daar was echter niemand, dus besloot ik maar naar de op dezelfde site gelegen Brico te gaan om een jerrycan te kopen. Die hadden ze daar niet meer. Dan maar met een gieter op weg, maar helaas verliep dat ook niet meteen van een leien dakje, omdat je de tuit van de gieter niet in de sleuf van de benzinetank kunt stoppen, tenzij je de kostbare vloeistof over en om je heen wil krijgen. In de sleuf bevindt zich namelijk nog een klepje dat de benzine dan wel niet volledig tegenhoudt, maar toch maar met mondjesmaat doorlaat indien je geen gepast pistool of ander voorwerp hebt. Wat ik dus niet had met mijn gieteraanhangsel. Dan maar met een takje getracht om het klepje dat de benzine tegenhield wat naar achter te duwen. En dit lukte wonderwel. Dus uiteindelijk maar met een uur vertraging ter bestemming geraakt !
Maar kijk, het overkomt zelfs de besten, zie maar naar Ben Spies vanmiddag in Monza, in de allerlaatste bocht terwijl hij op de overwinning afreed...

stoot zich geen tweemaal aan dezelfde steen. Ik dus wel...
In 2005, terugkerend van een vakantie in de Poitou-Charentes toonde de boordcomputer al tientallen kilometers dat er eigenlijk geen benzine meer in de tank zat. De ongeruste opmerkingen van M. en de kinderen wees ik van de hand, omdat ik meer vertrouwen stelde in de mechanische benzinemeter, ook al stond die ook al een tijdje erg laag. Het was wel degelijk m'n bedoeling te stoppen aan het eerste Belgische tankstation dat we tegenkwamen (had toen niet veel contant geld meer op zak), maar nergens zagen we er een. Ik wist wel dat er iets voorbij Namen een groot servicestation was, maar zouden we er ook nog geraken ? Neen, 3 kilometer voor de bestemming, was het definitief over en uit. Verwijten en boze blikken waren mijn terechte deel. Iemand van Touring Wegenhulp is ons toen na een poosje komen 'depanneren'.
Dinsdag was het opnieuw zover, maar nu gelukkig dichter bij huis en dichter bij een benzinestation. Nadat een hulpvaardige autobestuurder me hielp de wagen op de pechstrook te 'parkeren', kon ik op weg naar het wat verder gelegen station. Daar was echter niemand, dus besloot ik maar naar de op dezelfde site gelegen Brico te gaan om een jerrycan te kopen. Die hadden ze daar niet meer. Dan maar met een gieter op weg, maar helaas verliep dat ook niet meteen van een leien dakje, omdat je de tuit van de gieter niet in de sleuf van de benzinetank kunt stoppen, tenzij je de kostbare vloeistof over en om je heen wil krijgen. In de sleuf bevindt zich namelijk nog een klepje dat de benzine dan wel niet volledig tegenhoudt, maar toch maar met mondjesmaat doorlaat indien je geen gepast pistool of ander voorwerp hebt. Wat ik dus niet had met mijn gieteraanhangsel. Dan maar met een takje getracht om het klepje dat de benzine tegenhield wat naar achter te duwen. En dit lukte wonderwel. Dus uiteindelijk maar met een uur vertraging ter bestemming geraakt !
Maar kijk, het overkomt zelfs de besten, zie maar naar Ben Spies vanmiddag in Monza, in de allerlaatste bocht terwijl hij op de overwinning afreed...
donderdag 7 mei 2009
Tussendoortje

Een onschuldig filmpje, omdat het hier niet steeds highbrow moet zijn, nietwaar lezer.
Zet ook de luidsprekers op, want de filmmuziek voegt een extra cachet toe aan het getoonde. :-)
Abonneren op:
Posts (Atom)
