Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vakantie. Alle posts tonen
dinsdag 25 september 2012
Vakantie (korte versie)
Bretagne : Cap Fréhel, Cancale, Saint-Malo, Dinan, Normandische landingsstranden, Mont Saint-Michel, Alligator Bay, menhirs en dolmen...
Loire-streek : Saumur, Le Mans, kastelen en parken, auto's
Parijs : Tim Burton, Eiffeltoren, kriskras door het centrum, Toetanchamon.
Vakantie (lange versie)
Snel nog enkele indrukken over onze zomervakantie 'neerpennen' alvorens alles compleet vervaagt. De reis dateert dan ook alweer van de eerste helft van juli (van dit jaar) en na haast 3 maanden mag dat wel.
Omdat we nogmaals met de auto gingen, waren ik en M. het er vrij snel over eens dat we naar een plek wilden gaan waar we met 1 dagreis met de auto konden geraken. En dus werd het Frankrijk en meer bepaald een week naar Bretagne, 8 dagen naar de Loirestreek en tot slot nog twee dagen naar Parijs.
Geen van ons was ooit al naar Bretagne of de Loirestreek geweest en voor R. en S. was ons verblijf in Parijs ook een primeur.
De heenreis verliep vrijwel probleemloos op 1 incident na : in de buurt van Rouen lanceerde een ons voorbij stekende auto een kei tegen de voorruit, wat al vlug resulteerde in een snel groter wordende barst. Op een bepaald moment werd ze wel niet meer langer en gelukkig bevond ze zich ook niet echt in mijn gezichtsveld. Een telefoontje naar onze concessiehouder zorgde ervoor dat we min of meer gerustgesteld verder konden rijden en voor de rest probleemloos onze bestemming konden bereiken.
Het vakantiehuis dat we huurden, ligt iets ten zuiden van Dol de Bretagne, haast op de grens tussen Normandië en Bretagne. De eigenaars waren heel vriendelijk. Daarenboven waren ze zo goed om ons een dag later alleen achter te laten, want ze gingen voor een paar dagen hun kinderen bezoeken. Ze wisten nog wel te zeggen dat er in het dorpje een bakker en kruidenier was. Vooral van de bakker werden we een week lang trouwe klant, waardoor er dagelijks fel gesmaakte croissants en stokbroden bij het ontbijt gegeten werden.
De dag na onze aankomst wilden we het nog vrij rustig aandoen, maar omdat het zondag was, het weer niet slecht maar evenmin echt zonnig en ook omdat de schoolvakantie in Frankrijk nog niet begonnen was, besloten toch al maar een uitstap te doen naar mogelijk de grootste toeristische trekpleister daar in de buurt : de Mont Saint-Michel. Wel spectaculair om zien, al was het water helemaal weggetrokken toen wij er waren. Daarnaast bezochten we ook een daar vlakbij gelegen reptielenboerderij. Qua volkstoeloop hadden we de juiste inschatting gemaakt : die viel nog redelijk mee.
De dag erna trokken we dan richting Normandië om er een museum in Bayeux te bezichtigen en de landingsstranden Omaha en Utah, waar de Amerikanen in juni 1944 voet aan land zetten. Vooral op Omaha werd er onder hen een ware slachting aangericht. Veel wind en bewolkt. In de auto (toch goed 2 uur rijden enkele reis)verdreven we de tijd met het beluisteren van cd's van het Geluidshuis. Succes verzekerd.
Nog een dag later kregen we een voorproefje van een van de meest spectaculaire zaken die we op onze reis zouden zien : de grillige, woeste Bretoense kust. Via Cancale reden we reden toen naar de piratenstad Saint-Malo. Eerst stopten we nog even aan de Pointe du Grouin om daar even rond te wandelen. Zo kruisten we onder meer het pad van een jonge slang, die zich zo snel hij kon 'uit de voeten maakte'. Afgaand op foto's die ik op het internet vond, moet het een addertje zijn geweest, maar helemaal zeker ben ik er ook niet van. Maar voor de kinderen (en mezelf toch ook een beetje) toch een spannend moment, want voor hen was het de eerste maal dat ze een (gif)slang in het wild zagen.
In Saint-Malo hebben we de stadswal die de oude stad helemaal omringt, volledig verkend, waarna we het historisch centrum bezocht hebben. Op het einde kregen we nog heel wat zeilboten te zien die net de haven kwamen binnen gevaren.
Een andere uitstap in Bretagne ging naar Dinan, waar nog heel wat oude gebouwen bewaard zijn gebleven. Het stadje is als een citadel op een rots gebouwd en je kunt er ook een serieuze klim (of afdaling) doen naar het stadhaventje. Daar hebben we ook een Bretoense specialiteit gekocht, namelijk Kouign Amann, een soort gebak met ook pudding erin. Ook bezochten we nog een wat bestoft, maar door z'n oubolligheid net charmant spoormuseumpje.
Gastronomisch viel ons verblijf daar ook wel mee, onder andere wegens de ettelijke pannenkoeken verorberd die we er verorberden ! Een restaurant waar we graag over de vloer kwamen, is de Auberge de la Cour Verte. Bij ons laatste bezoek konden we ook niet aan de verleiding weerstaan om elk 2 desserts te vragen...
Op onze laatste volledige dag reden we dan naar Cap Fréhel, een uitkijkpunt waar onder meer twee vuurtorens staan. Een mooie plaats. Het viel me wel op dat er daar nergens afspanningen waren ; mensen met donkere gedachten kunnen er probleemloos in de diepte springen. Op zo'n plek zou je ook lang kunnen mediteren, maar daar staken opkomende donderwolken een stokje voor. Net op tijd raakten we opnieuw tot bij de wagen voordat er een enorme stortbui losbarstte.
We hebben van ons verblijf in Bretagne ook geprofiteerd om enkele menhirs of dolmen te gaan bekijken. Dat zijn toch wel indrukwekkende punten in het landschap.
Na een week Bretagne vertrokken we dan richting de Loirestreek. Iets ten zuiden van La Flèche en Le Lude (en nog wat zuidelijker van Le Mans).
Onderweg konden we natuurlijk niet anders dan halt houden bij Le Manoir de l'Automobile in Lohéac. Een gehucht waar een autofanaat een museum heeft geopend gewijd aan auto's, autosport en ook koetsen allerhande. Er is zelfs ook een circuit naast het museum gebouwd. Eigenlijk zou je er een halve dag of langer voor moeten kunnen uittrekken, maar M. en S. waren nogal gehaast, zodat R. en ik nauwelijks de tijd hadden om een en ander goed te bekijken.
Enkele uren later kwamen we dan aan in onze gîte in Savigné-sous-le-Lude. De milieubewuste eigenaars hebben het relatief grote domein jaren geleden gekocht en de verschillende gîtes opgeknapt of bijgebouwd. Het was er erg rustig en de bezoekers zijn er omringd door het groen.
De eerste twee dagen dat we er waren, logeerde er ook een koppel Nederlanders, die daar met een klassieke Frans wagen uit de jaren '50 naartoe gereden waren : een Facel Vega, toen een luxewagen voor de welgestelden. Een heel fraai exemplaar.
Gelukkig voor de kinderen was er daar wel een zwembad, maar helaas voor hen zat het weer niet altijd mee, zodat ze er niet elke dag in konden spelen. Dat hebben we echter niet aan ons hart laten komen en ook nu weer hebben we verschillende uitstappen gedaan : naar Saumur bijvoorbeeld, waar een van de grootste tankmusea van West-Europa kan worden bezocht. Of de stad Le Mans, waar we enkele uurtjes zijn rond doolden in het oude stadsgedeelte. Uiteraard mocht een bezoek aan het museum gewijd aan de 24 uur niet ontbreken, net zomin als een ritje op het circuit dat dan gebruikt wordt en dat voor een groot deel gewoon uit openbare weg bestaat.
Een van de hoogtepunten op onze reis was echter onze uitstap naar enkele Loire-kastelen. Eerder hadden we het kasteel van Le Lude al bezocht en er een rondleiding gekregen, maar plekken als Villandry, Chenonceau of Azay-le-Rideau zijn toch nog van een andere orde, ofwel qua schoonheid of wegens de historische rol die ze gespeeld hebben, of gewoon allebei.
Villandry is hoofdzakelijk bekend door zijn prachtige tuinen. Het hele complex werd door een Spaanse arts in de eerste helft van de 20ste eeuw overgekocht en getransformeerd tot een betoverend mooie plek. Je zou er uren kunnen doorbrengen.
Daarna ging het naar een van de sprookjeskastelen van de Loire, althans wat de constructie betreft. Tegelijk was het jaren een machtscentrum waar Franse monarchen voor korte of langere tijd verbleven (o.m. Catharina de Medici). De audiogidsen bieden zeker een meerwaarde, temeer omdat er ook uitleg in het Nederlands beschikbaar is. Ook hier weer is niet alleen het kasteel een topattractie, maar ook de tuinen.
De week in de Loirestreek was ook alweer snel voorbij en normaal gezien zou onze vakantie er daarmee opgezeten hebben. Echter, omdat er in Parijs een tentoonstelling liep over Tim Burton, een van m'n favoriete regisseurs, had ik het idee opgevat om d.m.v. een Bongobon met het gezin nog 2 dagen in de Franse hoofdstad te blijven. Voor de kinderen was het bovendien de eerste maal dat ze er kwamen.
De dag van aankomst was bedoeld om de tentoonstelling in de Cinémathèque te bezoeken, vlakbij het metrostation Bercy. Ze trok wel heel veel volk, waardoor het niet altijd even makkelijk was om alles goed te bekijken. Er werd ook relatief veel aandacht besteed aan Burton's tekeningen, schetsen en vroeger werk, wellicht om deze aparte figuur en z'n wat ongewone filmwerk te situeren en verklaren. In de tweede helft kwamen dan zijn bioscoopfilms aan bod. Achteraf kon ik niet aan de verleiding weerstaan om 4 of 5 dvd's met films van hem te kopen. Tegenvaller daarbij was 'Sweeney Todd', niet alleen omdat het een musical is (gruw !), wat ik niet wist, maar ook omdat de ontknoping wat mij betreft eigenlijk nogal tegenvalt.
Na de tentoonstelling gingen we lekker eten in een vlakbij gelegen Indisch restaurant. Op zich wellicht niets speciaals, ware het niet dat S. ook at wat hij voorgeschoteld kreeg, iets wat lang geen vanzelfsprekendheid is bij hem. Tot slot was er daarna nog tijd om een toeristische locatie te bezoeken en dat werd de trekpleister bij uitstek : de Eiffeltoren. Helaas stonden er enorm lange wachtrijen, zodat we er maar gewoon wat bedremmeld bleven rondhangen, om daarna naar het Trocadero te gaan en vervolgens met de metro opnieuw naar het hotel.
De dag erop was gewijd aan een bezoek te voet aan de lichtstad, dat onder de kundige leiding van M. Ze leek echt te genieten van de rondleiding en zo kwamen we onder meer terecht bij Notre Dame, de Place des Vosges, het Louvre, de place de la Concorde, de Tuileries, Montmartre, Pigalle enz. Uiteindelijk eindigde deze bescheiden marathon bij de Galeries Lafayette.
Tijdens ons korte verblijf in Parijs hadden we vaak de metro gebruikt en daar werd veel reclame gemaakt over een tentoonstelling over het graf van Toetanchamon. S. wilde daar heel graag naartoe ; R. en M. hadden die voorheen al bezocht toen ze in Brussel te bezichtigen was. Op de ochtend van ons vertrek ging ik dus met S. op zoek naar de geheimen en schatten die ongeveer honderd jaar geleden blootgelegd werden. Het was een mooie tentoonstelling. De getoonde voorwerpen waren dan wel allemaal namaak, toch gaf het geheel een goed beeld van de heel indrukwekkende zaken die toen gevonden zijn en van de haast onvoorstelbare kunde van de Egyptenaren. S. was toch heel blij dat we die uitstap nog speciaal gemaakt hebben.
woensdag 19 oktober 2011
Lissabon
Vorige week donderdag vertrokken M. en ik voor een 3,5-daagse citytrip naar Lissabon.
Zowel voor mij als voor M. was het de eerste keer dat we in deze stad waren en we houden er beide een uitstekende herinnering aan over.
De reis en de sprong in het onbekende begon eigenlijk al van in onze thuisstad, want we hadden besloten om met de trein naar de nationale luchthaven te gaan. Altijd een (onberekend) risico dezer dagen ; ik wil namelijk al diegenen die hun vlucht (bijna) gemist hebben door vertragingen bij de NMBS niet te eten geven... Maar de treinreis verliep vlekkeloos en de beide treinen waren netjes op tijd, zodat wij ook stipt konden inchecken. Eigenlijk is het spoor een uitstekende manier om naar de luchthaven te gaan. Geen gedoe met parkeren en je komt meteen aan in de vertrekhal.
We verbleven in de wijk Belém, die buiten het stadscentrum ligt, maar wel makkelijk bereikbaar is met het uitstekende openbaar vervoer. Ons hotel bevond zich vlakbij het beroemde Convento dos Jeronimos en heette toepasselijk Jeronimos8, een aanrader vond ik. Behulpzaam personeel dat probeert het u naar de zin te maken, mooie kamer, lekker ontbijt, rustige buurt (toch in oktober) waar toch voldoende eetgelegenheden zijn en verbindingen met de rest van de stad en ook enkele van de grootste toeristische trekpleisters van de stad.
Eigenlijk hebben we bitter weinig plaatsen echt bezocht ; veeleer wandelden we 3 dagen gewoon rond om onze zintuigen op die manier de kost te geven. Op die manier hebben we de stad beter leren kennen en zogen we zoveel mogelijk indrukken in ons op. Liever dat dan ons op te sluiten in musea of tentoonstellingen te bezichtigen. Dat is dan maar voor een volgend bezoek.
Puur toevallig was het weer schitterend voor deze tijd van het jaar : heel zonnig, met temperaturen die rond de 30° celsius schommelden. Al werd het 's avonds, vanaf 18 à 19 uur al behoorlijk fris.
Lissabon heeft een groots verleden en ook tal van historische gebouwen en plekken dus op dat vlak valt er heel wat te bekijken. Ook typisch zijn de oude, houten trams die op sommige lijnen nog steeds rijden, wellicht voor een (groot ?) stuk uit toeristische overwegingen. We hebben toch 1 ritje gemaakt met zo'n exemplaar, maar ook dat was zonder er speciaal voor te kiezen ; hij stond daar gewoon te wachten aan het begin van de lijn toen wij daar toekwamen.
Lissabon heeft me in een paar opzichten wel aan Brussel doen denken : de stad is niet echt proper te noemen (maar waar wij geweest zijn, was ze ook niet vuil op een storende manier), een bonte, veelkleurige bevolking, een ontspannen sfeer. De inwoners zijn doorgaans ook vriendelijk en, heel opvallend en dit is dan weer een grote tegenstelling met onze steden, de automobilisten zijn er bijzonder hoffelijk, althans in Belém, maar ook in andere stadsdelen. Je hoeft maar een voet op het zebrapad te zetten en ze stoppen reeds. Nooit heb ik enige vorm van verkeersagressie ondervonden t.o.v. mezelf of andere voetgangers. Ook qua veiligheid waren we steeds op ons gemak, behalve M. misschien eens toen we een vanaf de Igreja da Graça via een redelijk verlaten trap afdaalden naar een lager gelegen stadsdeel. Ik heb er steeds met een Pere Ubu-zak (gekocht ter gelegenheid van hun concert in mei in de Botanique)aan de schouder rondgelopen met portefeuille, fototoestel, reisgids e.d. in en nooit zijn we lastig gevallen.
Een ander kenmerk van Lissabon, die ze nog wel deelt met enkele andere grote steden : het gaat er constant op een neer, met soms toch wel redelijk indrukwekkende hoogteverschillen. Goed voor de kuiten en soms voor een mooi kiekje.
Culinair gezien, is Lissabon niet echt een hoogvlieger, maar je kunt er wèl lekker eten ! En zeker liefhebbers van vis en/of zoete gebakjes vinden er hun gading. Meest bekend zijn de overheerlijke 'pasteis de belem', roomkoekjes van bladerdeeg. In ons hotel kregen we ze praktisch ovenvers voorgeschoteld ; de enige echte worden immers op letterlijk een boogscheut van daar bereid.
Er wordt zelfs volop zoete likeur gedronken, zoals ik na thuiskomst merkte toen ik de fles kersenlikeur opende om eens van de ginja te drinken.
Net op de dag dat wij er aankwamen, kondigde de Portugese Eerste Minister een heel drastisch besparingsplan aan. Zelf hebben we niet zo heel veel gemerkt van het protest dat daar mogelijk op volgde ; ik vermoed dat de Portugezen nog wat in choc waren van de maatregelen die hij voor hen in petto had. Al was het zaterdagnamiddag al wel verzamelen geblazen aan het grote Eduardo VII-park om vandaar op te trekken verder in de richting van het centrum. Maar die manifestatie hebben wij niet gezien.
De foto's in het stukje hieronder heb ik wel in Lissabon gemaakt. Aanvankelijk had ik de bedoeling een soort van fotoreportage te maken van dergelijke tekenen van protest, maar uiteindelijk heb ik amper 3 foto's gemaakt van graffiti, slogans e.d.
We hebben ook de effecten gezien van heel wat verfbommen op gebouwen allerhande.
Wat me ook opviel was dat heel wat mensen met bijeengeplooide kartonnen dozen rondwandelden. Geen idee waarom dat was.
Mijn vrees dat ik aanvankelijk grote moeite zou hebben om de Portugezen te begrijpen, bleek uiteindelijk grotendeels ongegrond. Op een paar uitzonderingen na begreep ik hen wel. En zij mij. Al spraken sommigen om onverklaarbare redenenen Engels tegen ons...
En dan is er nog de majestueuze Taag met een indrukwekkende brug die beide oevers met elkaar verbindt.
donderdag 8 september 2011
Vakantie (update 1)
Nu volgen (hoofdzakelijk voor mezelf) een reeks berichten ivm de voorbije vakantieperiode.
Ik bleef dit maar uitstellen, maar het moet er toch eens van komen, al was het maar voor mezelf.
Dit eerste stukje gaat over onze vakantie in Italië tijdens de eerste helft van juli.
De eerste week verbleven we in het onooglijke Toscaanse dorpje Pieve a Presciano, ergens tussen Siena en Arezzo.
De dag na aankomst daar (na een al bij al vrij vlot verlopen heenreis doorheen Duitsland en Oostenrijk om over de Alpen en via Merano en Bolzano Italië binnen te rijden) was voor mij een van de hoogtepunten van de reis gepland (misschien wel het orgelpunt) : een bezoek aan het circuit van Mugello, waarop zondag 3 juli een manche van het WK snelheid voor motoren werd verreden (MotoGP, Moto2 en 125 cc dus). Het zou voor mij de eerst maal zijn dat ik een wedstrijd voor dat kampioenschap zou bijwonen en dan nog te midden van motorgekke Italianen.
R. vergezelde me om een van zijn idolen eens echt aan het werk te zien : Valentino Rossi. Het was een bijzonder fijne dag en dat begon al tijdens de heenrit : die verliep tegen verwachting bijzonder vlot (net als de terugreis overigens). En ondertussen konden we wat genieten van het landschap en de kronkelende wegen. Ook een parking zoeken en vinden ging heel vlot ; heel onitaliaans zou je bijna denken. Vervolgens te voet naar het wat verderop gelegen circuit en de rest was eigenlijk puur genieten, zowel voor mezelf als R.
Ergens op een talud tussen de locals gaan staan om 3 races te bekijken, met als hoogtepunt dus de MotoGP race.
De rest van de week aldaar werd min of meer doorgebracht door zalig weinig tot niets doen, behalve wat lezen en ook een bezoek aan Siena.
Daarna ging het naar de badstad Misano aan de Adriatische kust, waar we ook een kleine week verbleven in hetzelfde hotel als vorig jaar en waarvan M. mede-eigenaar is. Op de weg naar Misano passeerden we langs Tavullia, het dorp waar Valentino Rossi woont. En toevallig of niet, maar net toen we langs een relatief groot omheind huis reden, kwam er een zwarte BMW X6 naar buiten gereden met iemand die toch wel verdacht veel op Rossi leek. Toegegeven, ik heb de persoon in kwestie maar een fractie van een seconde gezien en de kans is eigenlijk zo goed als onbestaande dat hij het was, maar toen we verder reden, zag ik toch ook dat er in de tuin van dat huis een kartpiste gebouwd was. Dus totaal onmogelijk is het niet !
Trouwens, om niet te vergeten : de kinderen waren eigenlijk helemaal niet zo gek meer van de zee, dus dat weten we voor de vakantie van volgend jaar.
Opnieuw profiteerde ik van de gelegenheid om een bezoek te brengen aan de Ducati-fabriek en het museum, ook alweer met R. als enige metgezel. Dat uitstapje kan nog wel een duur staartje krijgen, want onze snelheid op de autosnelweg lag gevoelig hoger dan wat officieel toegelaten is en op dat stuk (rijdend naar Bologna) is er vaak trajectcontrole. Maar misschien gaat de eventuele boete wel verloren in de Italiaanse administratieve mallemolen.
Als halte op weg naar huis overnachtten we in een hotel aan de Hopfensee, in het uiterste zuiden van Duitsland en vlakbij Neuschwannstein. Moet een mooi wandelgebied zijn.
En toen we thuiskwamen, stond er bij wijze van spreken een bezoekster op ons te wachten : mijn moeder, die met haar bezemsteel was overgevlogen uit Brazilië.
Ik bleef dit maar uitstellen, maar het moet er toch eens van komen, al was het maar voor mezelf.
Dit eerste stukje gaat over onze vakantie in Italië tijdens de eerste helft van juli.
De eerste week verbleven we in het onooglijke Toscaanse dorpje Pieve a Presciano, ergens tussen Siena en Arezzo.
De dag na aankomst daar (na een al bij al vrij vlot verlopen heenreis doorheen Duitsland en Oostenrijk om over de Alpen en via Merano en Bolzano Italië binnen te rijden) was voor mij een van de hoogtepunten van de reis gepland (misschien wel het orgelpunt) : een bezoek aan het circuit van Mugello, waarop zondag 3 juli een manche van het WK snelheid voor motoren werd verreden (MotoGP, Moto2 en 125 cc dus). Het zou voor mij de eerst maal zijn dat ik een wedstrijd voor dat kampioenschap zou bijwonen en dan nog te midden van motorgekke Italianen.
R. vergezelde me om een van zijn idolen eens echt aan het werk te zien : Valentino Rossi. Het was een bijzonder fijne dag en dat begon al tijdens de heenrit : die verliep tegen verwachting bijzonder vlot (net als de terugreis overigens). En ondertussen konden we wat genieten van het landschap en de kronkelende wegen. Ook een parking zoeken en vinden ging heel vlot ; heel onitaliaans zou je bijna denken. Vervolgens te voet naar het wat verderop gelegen circuit en de rest was eigenlijk puur genieten, zowel voor mezelf als R.
Ergens op een talud tussen de locals gaan staan om 3 races te bekijken, met als hoogtepunt dus de MotoGP race.
De rest van de week aldaar werd min of meer doorgebracht door zalig weinig tot niets doen, behalve wat lezen en ook een bezoek aan Siena.
Daarna ging het naar de badstad Misano aan de Adriatische kust, waar we ook een kleine week verbleven in hetzelfde hotel als vorig jaar en waarvan M. mede-eigenaar is. Op de weg naar Misano passeerden we langs Tavullia, het dorp waar Valentino Rossi woont. En toevallig of niet, maar net toen we langs een relatief groot omheind huis reden, kwam er een zwarte BMW X6 naar buiten gereden met iemand die toch wel verdacht veel op Rossi leek. Toegegeven, ik heb de persoon in kwestie maar een fractie van een seconde gezien en de kans is eigenlijk zo goed als onbestaande dat hij het was, maar toen we verder reden, zag ik toch ook dat er in de tuin van dat huis een kartpiste gebouwd was. Dus totaal onmogelijk is het niet !
Trouwens, om niet te vergeten : de kinderen waren eigenlijk helemaal niet zo gek meer van de zee, dus dat weten we voor de vakantie van volgend jaar.
Opnieuw profiteerde ik van de gelegenheid om een bezoek te brengen aan de Ducati-fabriek en het museum, ook alweer met R. als enige metgezel. Dat uitstapje kan nog wel een duur staartje krijgen, want onze snelheid op de autosnelweg lag gevoelig hoger dan wat officieel toegelaten is en op dat stuk (rijdend naar Bologna) is er vaak trajectcontrole. Maar misschien gaat de eventuele boete wel verloren in de Italiaanse administratieve mallemolen.
Als halte op weg naar huis overnachtten we in een hotel aan de Hopfensee, in het uiterste zuiden van Duitsland en vlakbij Neuschwannstein. Moet een mooi wandelgebied zijn.
En toen we thuiskwamen, stond er bij wijze van spreken een bezoekster op ons te wachten : mijn moeder, die met haar bezemsteel was overgevlogen uit Brazilië.
maandag 18 augustus 2008
De (Opaal)kust
Dit weekend verbleven we twee dagen aan zee.
Oorspronkelijk had ik gepland om met de kinderen naar het aquarium Nausicaä in Boulogne-sur-Mer te gaan, maar aangezien het zaterdag nog vrij goed weer zou worden, liet ik ze na de middag maar in bekwame handen achter op het strand en trok er alleen op uit.
De eerste halte was Bray-Dunes, het eerste Franse dorp over de schreve, dat om me er persoonlijk van te vergewissen dat de gruwel wel degelijk eindigde aan De Panne. En effectief, dat kustdorpje ziet er daar al heel anders uit, ook al staan er nog wel enkele relatief grote appartementsgebouwen op de dijk. Het strand zelf doorstaat volgens mijn geringe kennis ter zake de vergelijking met gelijk welk Belgisch kuststrand.
Daarna reed ik naar de twee Caps aan de Opaalkust : Cap Blanc Nez en Cap Gris Nez. Beide zijn uitkijkpunten vanwaar je vaak heel makkelijk Engeland ziet liggen, op pakweg 35 kilometer afstand, al lijkt het veel minder.
Het was er wat winderig en blijkbaar zijn vrij recent heel wat stukken afgezet, zodat je er niet meer mag wandelen. Op beide plaatsen zijn duidelijk de overblijfselen te zien van bunkercomplexen die deel uitmaakten van de Atlantikwall, bedoeld om de geallieerden te stoppen bij een landing. Ook is het gebied bezaaid met bomkraters.
Tot slot reed ik naar een museum dat wat meer landinwaarts gelegen is : La Coupole in Helfaut-Wizernes (vlakbij St.-Omer). Dit bouwwerk annex complex was bedoeld als opslag- en lanceerplaats voor V2-raketten. Het bleek haast onmogelijk te vernietigen (beschermd als het was door een dak van 5 meter gewapend beton) en men maakte er dan maar een museum van over de Duitse vernietigingswapens. De permanente tentoonstelling is echter een stuk breder en handelt tevens over de concentratie- en vernietigingskampen, het leven onder de Duitse bezetting in deze regio en de Blitzkrieg van 1940. Bij aankomst bleek er een of ander evenement aan de gang en gelukkig voor mij bleef het museum eenmalig open tot 22.30, want ik kwam pas tussen half negen en negen uur buiten, erg onder de indruk van de hele site en ook van enkele afgrijselijke foto's, tekeningen of filmbeelden die werden getoond. Voor de geïnteresseerde zeker de moeite waard.
In het winkeltje zocht ik nog naar geschikte souvenirs en ik keerde terug met een kleurboek, een kop en ook een doosje Bêtises de Cambrai, een plaatselijke specialiteit en lang niet slecht.
Thuisgekomen rond 22 uur werd ik begroet door twee opgetogen kinderen en twee volwassenen die niet bepaald amused waren door m'n late aankomst.
De volgende keer moet ik er wel een daguitstap van maken of misschien is een tweedaagse nog beter, met verblijf in een chambre d'hôtes.
zondag 1 april 2007
Zoete herinneringen
Goed een jaar geleden zijn we met het hele gezin op vakantie geweest in Andalusië en meer bepaald Granada en Nerja. Het was voor echt een vakantie die me nog lang zal heugen : vrij ontspannend, mooi, rustig, onbekommerd.
Voor mij persoonlijk kwam de reis ook net op tijd. De hele winter was het al grijs geweest, ik liep wegens een aantal boeken die ik pas gelezen had niet bepaald met opbeurende gedachten rond en er was het lange uitkijken naar en wachten op de reis (we waren er al van in de kerstvakantie mee bezig). Voor de kinderen was het ook bijzonder : R. vroeg al heel lang om nog eens met een vliegtuig te reizen en voor S. zou het de eerste keer zijn. R. keek er ook al maanden naar uit omdat hij hoopte Sinterklaas te ontmoeten. Die woont per slot van rekening in Spanje. Er was zelfs een correspondentie tussen beide geweest en hij was daar heel trots op.
De dag van het vertrek was iedereen wel wat nerveus, maar niet buitensporig. Alles verliep ook vrij vlot. In Zaventem waren de kinderen heel opgewonden over de vliegtuigen die ze zagen aankomen en vertrekken. In het vliegtuig zelf kregen we tot onze verbazing geen eten of drinken tenzij we extra betaalden. Op de eerste dag bleek de grootste stressfactor de huurauto en hoe we daarmee tot bij ons hotel moesten komen. Dat was in hartje Granada gelegen en het bleek geen sinecure om het te vinden. Uiteindelijk lukte het ons toch, maar dan moest die grote Toyota Avensis nog in een bijzonder krappe garage worden gemanoeuvreerd. Dat lukte maar net.
Granada is op zich geen speciaal mooie stad, maar ik vind dat er een bepaalde sfeer hangt die een vreemdeling zich er op een vreemde manier thuis of op z'n gemak doet voelen. Mogelijk heeft het te maken met de jonge bevolking (er is een universiteit gevestigd). Ook het weer hielp uiteraard. Aanvankelijk vreesden we dat het er vrij koud en grijs zou zijn (een beetje zoals in België toen), maar die vrees was ongegrond. Ondanks de niet zo opbeurende weersverwachtingen die we vanuit België volgden, was het gewoon aangenaam warm en scheen de zon meestal.
Wat me ook trof, waren de talrijke en vaak mooie fonteinen die je daar ziet. Hoogtepunten op de reis waren eerst en vooral de meestal brave kinderen. Zij hebben er zeker en vast mee voor gezorgd dat de vakantie geslaagd verlopen is en dit in niet steeds optimale omstandigheden (zo was onze hotelkamer inderdaad niet groter dan een kamer waar nauwelijks bewegingsruimte in was door de extra bedden). Ze zijn tijdens het 'culturele' gedeelte (in Granada) heel geduldig en meestal braaf geweest en tijdens de laatste 3 dagen aan zee konden ze zich uitleven. Voorts waren nog het Alhambra, Granada zelf dat we te voet ontdekten en doorkruisten (met onder meer de Moorse wijk Albaicin), het eten, Cordóba en meer bepaald de bijzonder indrukwekkende Mezquita, het Parque de Ciências in Granada en vermoedelijk nog een paar plaatsen de moeite van een bezoek meer dan waard.
Zoals vermeld, verbleven we eerst een kleine week in Granada, om dan nog 3 volle dagen aan zee door te brengen. Ik stond nogal huiverachtig tegenover dat laatste deel (zon, zee, reuzehotel met half pension in een toeristisch oord), maar ik heb m'n mening moeten herzien. De kinderen vonden het reuze en liepen er ontspannen bij, zodat wij automatisch ook goed geluimd waren, er waren nog niet zo veel toeristen en het is praktisch de zee aan de voet van het hotel te hebben. Ook het buffet 's morgens en 's avonds viel in goede smaak. R. is ook nog verliefd geworden op een van de diensters van het hotel en maakte voor haar een mooie tekening. Ikzelf heb er Spaanse (witte) wijn leren waarderen.
Omdat het nogal laat is, laat m'n inspiratie me wat in de steek, waardoor ik nog minder dan anders adequaat kan beschrijven welke indruk deze reis op ons maakte, maar ik steek mijn hand er voor in het vuur dat we er allemaal met veel plezier aan terugdenken. Ikzelf zou niet twijfelen, mocht ik morgen de kans krijgen er nogmaals terug te keren.
Voor mij persoonlijk kwam de reis ook net op tijd. De hele winter was het al grijs geweest, ik liep wegens een aantal boeken die ik pas gelezen had niet bepaald met opbeurende gedachten rond en er was het lange uitkijken naar en wachten op de reis (we waren er al van in de kerstvakantie mee bezig). Voor de kinderen was het ook bijzonder : R. vroeg al heel lang om nog eens met een vliegtuig te reizen en voor S. zou het de eerste keer zijn. R. keek er ook al maanden naar uit omdat hij hoopte Sinterklaas te ontmoeten. Die woont per slot van rekening in Spanje. Er was zelfs een correspondentie tussen beide geweest en hij was daar heel trots op.
De dag van het vertrek was iedereen wel wat nerveus, maar niet buitensporig. Alles verliep ook vrij vlot. In Zaventem waren de kinderen heel opgewonden over de vliegtuigen die ze zagen aankomen en vertrekken. In het vliegtuig zelf kregen we tot onze verbazing geen eten of drinken tenzij we extra betaalden. Op de eerste dag bleek de grootste stressfactor de huurauto en hoe we daarmee tot bij ons hotel moesten komen. Dat was in hartje Granada gelegen en het bleek geen sinecure om het te vinden. Uiteindelijk lukte het ons toch, maar dan moest die grote Toyota Avensis nog in een bijzonder krappe garage worden gemanoeuvreerd. Dat lukte maar net.
Granada is op zich geen speciaal mooie stad, maar ik vind dat er een bepaalde sfeer hangt die een vreemdeling zich er op een vreemde manier thuis of op z'n gemak doet voelen. Mogelijk heeft het te maken met de jonge bevolking (er is een universiteit gevestigd). Ook het weer hielp uiteraard. Aanvankelijk vreesden we dat het er vrij koud en grijs zou zijn (een beetje zoals in België toen), maar die vrees was ongegrond. Ondanks de niet zo opbeurende weersverwachtingen die we vanuit België volgden, was het gewoon aangenaam warm en scheen de zon meestal.
Wat me ook trof, waren de talrijke en vaak mooie fonteinen die je daar ziet. Hoogtepunten op de reis waren eerst en vooral de meestal brave kinderen. Zij hebben er zeker en vast mee voor gezorgd dat de vakantie geslaagd verlopen is en dit in niet steeds optimale omstandigheden (zo was onze hotelkamer inderdaad niet groter dan een kamer waar nauwelijks bewegingsruimte in was door de extra bedden). Ze zijn tijdens het 'culturele' gedeelte (in Granada) heel geduldig en meestal braaf geweest en tijdens de laatste 3 dagen aan zee konden ze zich uitleven. Voorts waren nog het Alhambra, Granada zelf dat we te voet ontdekten en doorkruisten (met onder meer de Moorse wijk Albaicin), het eten, Cordóba en meer bepaald de bijzonder indrukwekkende Mezquita, het Parque de Ciências in Granada en vermoedelijk nog een paar plaatsen de moeite van een bezoek meer dan waard.
Zoals vermeld, verbleven we eerst een kleine week in Granada, om dan nog 3 volle dagen aan zee door te brengen. Ik stond nogal huiverachtig tegenover dat laatste deel (zon, zee, reuzehotel met half pension in een toeristisch oord), maar ik heb m'n mening moeten herzien. De kinderen vonden het reuze en liepen er ontspannen bij, zodat wij automatisch ook goed geluimd waren, er waren nog niet zo veel toeristen en het is praktisch de zee aan de voet van het hotel te hebben. Ook het buffet 's morgens en 's avonds viel in goede smaak. R. is ook nog verliefd geworden op een van de diensters van het hotel en maakte voor haar een mooie tekening. Ikzelf heb er Spaanse (witte) wijn leren waarderen.
Omdat het nogal laat is, laat m'n inspiratie me wat in de steek, waardoor ik nog minder dan anders adequaat kan beschrijven welke indruk deze reis op ons maakte, maar ik steek mijn hand er voor in het vuur dat we er allemaal met veel plezier aan terugdenken. Ikzelf zou niet twijfelen, mocht ik morgen de kans krijgen er nogmaals terug te keren.
Abonneren op:
Posts (Atom)
