maandag 30 november 2009

Bienvenue chez les Ch'tis

Zaterdag die film zien staan in de plaatstelijke winkel van de keten 'Boekenvoordeel' en maar meteen meegegritst. Ik had hem namelijk nog niet gezien en was er al van bij het uitkomen (intussen toch al zo'n dik anderhalf jaar geleden) benieuwd naar.

Goede keuze bleek achteraf. Intussen vliegen de 'biloute HEIN' ons om de oren thuis. De kinderen keken namelijk mee toen ik hem 's avonds opzette. S. vond hem maar stom, maar R. die intussen toch al 10 jaar oud is en dus al eens iets anders wil zien dan tekenfilms, vond hem heel leuk, ook al snapte hij lang niet alles.

'Bienvenue chez les Ch'tis' is een leuke, pretentieloze film over een postbeambte in de Provence die droomt van een job aan de Middellandse Zee, maar die tot zijn (en zijn vrouws) ontzetting naar het departement Nord-Pas-de-Calais wordt overgeplaatst. Compleet ander kader, andere taal, ander klimaat, andere gewoonten.
De filmmakers lachen enerzijds wel met eigenheden van de plaatselijke bevolking en hun gebruiken, maar houden anderzijds de andere Fransen, die doorgaans neerkijken op deze streek, een nog bijtender spiegel voor, want hun vooroordelen spruiten (zoals zo vaak natuurlijk) voort uit onwetendheid.

Deze qua opzet al bij al bescheiden prent presteerde het om de meest succesvolle Franse film aller tijden te worden en stootte daarmee 'La Grande Vadrouille' van de eerste plaats en bracht een ware Ch'timania teweeg bij onze zuiderburen.
Wat mij betreft, steelt Kad Merad de show als nieuwe directeur van het postbureau van Bergues (met een beetje slechte wil spreek je dat in het Frans als 'beurk' (bweikes) uit), maar de andere acteerprestaties mogen er beslist ook zijn.
Een vermakelijke film, zeker als je enige affiniteit hebt met het Franse taalgebied. Klein minpunt aan onze editie is dat de vertaling niet steeds alle grappen goed kan weergeven, maar een kniesoor die daarom maalt. Het verplicht de kijker extra op te letten en goed te luisteren.

vrijdag 27 november 2009

Opera


Sinds een week luister ik weer eens naar opera. Dat komt met periodes.
Zo was ik zondagavond was ik in een wat mindere stemming en had ik zin om in bad eens naar opera te luisteren. Het liefst nog vrij luid ook. De buren zullen het geweten hebben. De enige opera in huis (de rest ligt op het werk) was 'La Gioconda' van Ponchielli, opgenomen in 1959 in de Scala, met Maria Callas in de sterrol. Mooi, mooi.

Van opera, en klassieke muziek in het algemeen, heb ik vrij weinig kaas gegeten, maar ik heb toch een bescheiden collectie waar ik regelmatig iets van beluister. Zoals zondag. En eerlijk gezegd, ik kan een barslechte opvoering nauwelijks of niet onderscheiden van een magistrale. Wat ik wel nog enigszins kan is oordelen of ik iets mooi vind of niet. Verder gaat mijn 'kennersoor' niet.

Maria Callas, een naam waaraan haast niet te ontkomen valt, maar haar wereldwijde bekendheid heeft ze misschien net zo goed te danken aan haar glamourleven als aan haar artistieke verdiensten. Zit ik er ver naast als ik beweer dat ze de eerste operazangeres was die een wereldster werd en sprak door haar privéleven net zoveel tot de verbeelding. Momenteel maken we misschien een beetje hetzelfde mee met het 'glamourduo' Netrebko-Villazon, maar ik denk dat de doorsnee man of vrouw in de straat nog nooit van dit koppel gehoord heeft.
De blinde adoratie die soms spreekt uit sommige reacties valt daar ook deels door te verklaren als je het mij vraagt ; mensen zoals ik die ergens wel de klok hebben horen luiden, maar die niet weten waar de klepel hangt en gewoon nazeggen wat zovele anderen voor hen beweerden, maar niet noodzakelijk met kennis van zaken.

Waarin Callas, naast het zingen, ook nog uitblonk en baanbrekend was, was het acteerwerk op het podium. Zoals u wel zult weten, vormt opera een combinatie van beide en zij voegde heel wat dramatiek toe aan de rollen die ze speelde, gaf ze meer psychologische diepgang. Helaas bestaan er nagenoeg geen beelden van haar aan het werk (cameraploegen mochten toen nog niet filmen tijdens opvoeringen), met uitzondering van een opname van de BBC, dat in 1964 het tweede bedrijf van 'Tosca' in Covent Garden mocht uitzenden op tv. Ik pik er een willekeurig fragment uit. Helaas was haar stem toen al een poosje niet meer in al te beste doen (haar topjaren op dat vlak lagen in de jaren '50), maar het blijft toch de moeite om te beluisteren èn te bekijken. Tegenspeler en booswicht van dienst is hier Tito Gobbi.

Uiteraard was zij niet de enige mooie of indrukwekkende stem/verschijning in het wereldje. Begin deze week snuffelde ik wat op You tube en trof leerde daar toevallig de naam van Joan Sutherland kennen, de zangeres van het bovenstaande fragment. Wie luistert, zal merken dat opera niet steeds synoniem hoeft te staan met bombast om indruk te maken en te ontroeren. Het is integendeel de ingehouden en beheerste zang die in deze om haar moeilijkheid bekend staande aria de luisteraar treft.
Sutherland heeft ook een bekroonde carrière gekend, en deed qua zangkwaliteiten blijkbaar helemaal niet onder voor Callas.

Voor wie geïnteresseerd is in operawerk van Maria Callas, bracht EMI in 1997 naar aanleiding van haar 20-jarig overlijden een hele reeks opnames uit, gaande van te pruimen tot absolute hoogtepunten in het genre. Enkele jaren geleden heb ik er een aantal gekocht uit nieuwsgierigheid. Probeer het ook eens, u zult het zich niet beklagen, denk ik. Kies bij voorkeur wel een zwarte uitvoering ; de blauwe zijn van iets mindere kwaliteit.

donderdag 26 november 2009

Godsdienstige symbolen

Eergisteren zag ik op het VRT-journaal een bijdrage gewijd aan religieuze symbolen.
Het CGKR (Centrum voor gelijke kansen en voor racismebestrijding) pleit voor een wettelijk kader omtrent dergelijke symbolen in de openbare ruimte.
De directeur, Jozef De Witte, kwam het standpunt van het CGKR vertolken.

Intussen werden wat beelden getoond van religieuze symbolen en wat zagen de kijkers : alleen maar gesluierde (moslim?)vrouwen.
Een kleine fixatie bij de VRT misschien ?

zondag 22 november 2009

Franse touche-à-tout

Een update over mijn leesvoer is ook al (te) lang geleden.

Ik was bij 'Zwarte weduwen' van Sabine Adler gebleven.
Niet bepaald opbeurend, ook al beeldt de schrijfster zich in dat Raisa alsnog uit haar omgeving en uit Tsjetsjenië kon ontsnappen om elders met behulp van een nieuwe identiteit een nieuw bestaan op te bouwen. Hopelijk zat de vork ook echt zo aan de steel, maar dat komt de lezer niet te weten. De officiële versie is dat Raisa overleed, zonder te zeggen waaraan.
Ook dood zijn haar beide zusters die deelnamen aan de gijzelingsactie in het Moskouse theater. Samen met zo goed als andere gijzelnemers en een aanzienlijk aantal gegijzelden.

Adler probeert nog het meest in de huid van Hejda te kruipen, de tweelingzus die eigenlijk het minst van de twee reden had om zwarte weduwe te worden, iets wat ze zogezegd gaandeweg ook begint te beseffen. Daar waar haar zus haar echtgenoot, en tegelijk papa van het kind in haar buik, op een wrede manier verloor, volgde zij haar omdat ze altijd al samen waren en een haast onverbrekelijke band hebben. Te laat snapt ze dat ze zich in iets gestort heeft, waaruit geen weg terug is en dat waarschijnlijk fataal zal aflopen.

En hoe gaat het nu met Tsjetsjenië ? Veel meer dan dat er nu een regelrechte schurk (Ramzam Kadyrov) aan het hoofd staat en dat er nog geregeld mensen uit de weg worden geruimd die gerechtigheid willen laten geschieden of ten minste, de waarheid trachten te achterhalen van wat er gebeurde met anderen die spoorloos verdwenen of gedood werden, weet ik ook niet.


Momenteel is het de beurt aan een geniaal Frans verlichtingsdenker : Diderot, die van de Encyclopédie (samen met kompaan D'Alembert en vele anderen).
Dit boek vormt het tweede deel van een vijfdelige cyclus en bevat zijn 'romanwerken'.
Vanaf het eerste boek dat ik van hem las, ben ik een grote fan : "Jacques le fataliste" is dermate grappig, modern, bruisend dat ik het onweerstaanbaar vind en al meermaals gelezen heb. Daarnaast en tegelijk kaart het ook ernstige onderwerpen aan. En het leest bovendien als een trein.
Een andere gelijkenis met Sade en heel wat schrijvers van die periode is de fraaie schrijfstijl. Heel anders dan hoe men nu schrijft, maar ik vind het een extra verleiding. In die mate dat ik dergelijke werken het liefst in de oorspronkelijke taal lees omdat ik vrees dat een vertaling naar het Nederlands er onrecht aan zou doen.

Na het frivole en libertijnse "Les bijoux indiscrets", in het Nederlands "De loslippige sieraden" ('loslippig' heeft hier geen betrekking op de mond van de vrouw, maar op een ander deel van haar anatomie), ben ik momenteel bijna aan het einde van "La religieuse" gekomen (De non), wat een stuk minder opbeurend is.
Het hoofdpersonage is dan wel fictief, de omstandigheden die erin verteld worden vermoedelijk heel wat minder en het verhaal is deels gebaseerd op echt gebeurde feiten. Een jonge vrouw wordt tegen haar wil door haar ouders tot een kloosterleven veroordeeld en ondergaat jaren aan een stuk pesterijen, vernederingen en mishandelingen in 3 verschillende kloosters. Samen met het feit dat ze voor een hedendaagse lezer wel uiterst naïef lijkt, vormt deze aaneenschakeling van ellende een parallel met de Justine van D.A.F. de Sade, nog een wicht dat voor het ongeluk geboren lijkt.
Ondanks de onnozele 'ongereptheid' van Suzanne Simonin beklijven toch heel wat passages door de wreedheid van haar kloostergenoten. Ik lees dit werk van Diderot niet als een pamflet tegen godsdienst (hij scheen zelf naar het atheïsme te zijn geëvolueerd), maar wel als een bijzonder scherpe aanklacht tegen het kloosterleven, de Kerk, het beteugelen van de natuurlijke impulsen enz.
Ook het einde van de lesbische overste van Suzanne is toch wel dramatisch, verteerd door schuldbesef omdat ze lesbisch is, wat in die wereld als duivels leek te worden beschouwd.
Hysterische aanvallen à volonté doorheen deze hele roman.
Indrukwekkende lectuur, dat zeker.
Een leuke anecdote i.v.m. La religieuse, is dat het hele werk eigenlijk als opgezet spel moet worden beschouwd. Diderot en zijn maten wilden een vriend die zich al heel wat jaren in Normandië had teruggetrokken, weer naar Parijs lokken en hun lokaas was zogezegd een non die probeerde het kloosterleven te ontvluchten, compleet met brieven van de fictieve non in kwestie naar de vriend, de marquis de Croismare. Deze laatste trapte in de 'val' en geloofde echt wat hem geschreven werd, in die mate dat de 'samenzweerders' zich verplicht zagen hun heldin te laten sterven, omdat Croismare anders tot de actie ging overgaan. Later kwam alles uit, zonder dat dit tot een breuk leidde tussen de protagonisten.

Andere werken die onder meer nog aan bod komen : "Supplément au voyage de Bougainville", "Le neveu de Rameau" en "Jacques le fataliste".

donderdag 12 november 2009

Oumou Sangare

Het is hier een tijd stil geweest, maar voor deze Afrikaanse diva wil ik best nog een inspanning leveren.
Woensdagavond te zien en, vooral, te horen in De Warande. En het was de moeite, ondanks het toch vrij korte concert (amper iets langer dan een uur).

Oumou Sangare is een Malinese zangeres, Afrikaanse superster en tevens zakenvrouw en voorvechtster voor gelijke vrouwenrechten, wat in haar teksten naar verluidt ook duidelijk tot uiting komt. Naast een mooie verschijning heeft ze ook een betoverende, lichtjes hese, maar heel krachtige stem, waarvan hier een fraai voorbeeld. Of hier.

Het concert van woensdag was verre van uitverkocht, wat ons toch enigszins verbaasde, omdat de zaal helemaal niet zo groot is en omdat Oumou Sangare toch een vrij bekende artiest is. Er zat wel een groepje zwarten in de zaal en dat viel al snel op, want ze waren zowat de enigen die ongegeneerd rechtveerden en dansten op de muziek. De rest van het, grotendeels niet zo jonge publiek, bleef braafjes zitten. Een enkeling vertrok zelfs. Nochtans was het concert zowel voor ogen als voor oren een heus festijn.
De zangeressen/danseressen gaven het beste van zichzelf en de muzikanten waren ook goed op dreef. Mogelijk was de mix aanvankelijk niet echt evenwichtig waardoor Sangare soms overstemt werd door de instrumenten, maar dat werd dan later toch rechtgezet. Het was duidelijk dat iedereen al goed op elkaar was ingespeeld, logisch ook, want blijkbaar zijn ze al zowat ruim een half jaar op tournee. Intussen danste het zwarte publiek vrolijk voort en bij de afsluiter van het concert (jammer genoeg zonder bisnummers) kwamen ze tijdens de presentatie mee het podium op geklauterd om daar nog wat te dansen en de groepsleden en Sangare in het bijzonder te bedanken.

Hierbij een impressie van hoe het er woensdagavond ook aan toe ging (wel mindere geluidskwaliteit).

Tevreden trokken we huiswaarts, ik nog met een gesigneerde dvd als kers op de taart.

Als afsluiter nog het nummer waarmee Ko Sira opent, de prachtplaat waarmee ze ook buiten Afrika doorbrak en die ik in 1993 meteen na het uitkomen kocht nadat ik op Radio Tropical een aantal nummers had gehoord. Aan dat radioprogramma heb ik heel veel te danken en het heeft ontegensprekelijk een grote invloed gehad om mijn muzikale ontwikkeling.