maandag 24 februari 2014

Bootsy Collins


Voor het eerst sinds lang speel ik nog eens kort op de bal.

Gisterenavond naar een concert geweest in de Brusselse Ancienne Belgique, waar Bootsy Collins en zijn groep optraden.
Bootsy Collins is al decennia een van de meest gekende basspelers uit de pop/rockmuziek en mee een bepalende figuur geweest in de geschiedenis van de funk. Zo speelde hij samen met grote namen als James Brown en George Clinton (Funkadelic en Parliament) en bepaalde mee de sound en de look van deze groepen. Daarnaast had hij ook nog zijn eigen project/groep Bootsy's Rubber Band. Aangezien ik niet elke dag de kans krijg een levende (muziek)legende aan het werk te zien èn te horen, liet ik me ditmaal deze buitenkans niet ontglippen, temeer daar Bootsy Collins niet vaak in onze contreien langskomt en hij garant staat voor een stevige portie gezonde waanzin. Mensen die deze blog al jaren lezen (bestaan ze, behalve M. dan ?) zullen al wel gemerkt hebben dat ik een zwak heb voor deze muziekvorm en deze artiesten in het bijzonder.
Eind jaren '90 had ik in dezelfde zaal wel al eens een concert van Parliament meegemaakt, maar dat stelde lichtjes teleur of anders was ik niet helemaal in de juiste sfeer.

Gisterenavond werd de band voorafgegaan door een oproep om een bijdrage te overwegen voor Bootsy's project om kinderen een instrument te laten spelen. Young James Brown gaf toen ook enkele seconden lang een staaltje van zijn kunnen. Vervolgens kwamen de muzikanten, zanger(s) en danseressen (in catsuit !) op in een wit pak en sommigen met een astronautenhelm op het hoofd. En toen barstte het feest los, met Bootsy die als 13de en laatste opkwam, zoals gebruikelijk in een extravagant glitterpak en met zijn basgitaar.

Muzikaal gezien, was dit zeker niet het beste concert dat ik de voorbije jaren meemaakte (relatief veel lang uitgesponnen nummers, iets te veel kalmere nummers en ook wat te vaak transities in ritme tussen de liedjes onderling), maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de sfeer die er hing, het charisma van Bootsy en diens enthousiasme en eeuwige lach. Vreemd genoeg kwamen enkele van de hoogtepunten er toen Collins zelf een pauze nam (om zich om te kleden) en de groep aan het werk liet, die dan telkens bijzonder opzwepend te keer ging. Zo brachten ze ook een eigen versie van 'Changes' van Buddy Miles, zoals dat te horen is op 'Band of Gypsys' met Jimi Hendrix. Daarbij lieten de zangeressen zich ook op bijzonder positieve manier opvallen, zowel in vocaal als in ander opzicht.

Op het programma stonden uiteraard heel wat nummers van Bootsy Collins zelf (een oeuvre dat ik nauwelijks ken), maar er waren eveneens liedjes van Parliament te horen en talrijke referenties naar Funkadelic.
Er waren helaas geen echte bisnummers (blijkbaar moeten concerten in de AB tegenwoordig om 10.30 afgelopen zijn), maar naar het einde toe was er toch nog spektakel te beleven, met onder meer een Bootsy Collins die bij wijze van toegift aan het publiek onder zijn 3de gewaad voor de avond een Anderlecht-shirt verborg, waarmee hij het laatste halfuur van de show afwerkte. Een bijzonder gesmaakte geste. Daarnaast begaf hij zich ook nog minutenlang tussen het publiek terwijl de groep voort speelde.

Dit prettig gestoorde zootje mag zeker nog eens ons land aandoen en liefst zo snel mogelijk.
Er zouden veel meer mensen als Bootsy Collins moeten zijn ; een enorm aanstekelijk enthousiasme en goed humeur, met een positieve kijk op het leven en een dienovereenkomstige houding t.o.v. de wereld rondom hem. Een bijzonder genereus persoon.
Wel jammer dat ik de namen van de bandleden nog niet gevonden heb en ook dat er na het concert geen cd's of LP's werden verkocht, enkel maar snuisterijen om aan te trekken (hoeden, T-shirts, ring enz.).

Conclusie : de muziek was soms wat minder, maar de show als geheel was bijzonder geslaagd.
Het heilige vuur brandt nog steeds en ook nog even intens, allen laait het niet meer zo hoog op.
De rest van de avond was de glimlacht niet meer van m'n gezicht te krijgen.



Vaarwel Josse

Exact een week geleden vernam ik dat mijn voormalige collega Josse overleden was.

Josse was in januari 2011 met pensioen gegaan en bijna onmiddellijk daarna werd kanker bij hem vastgesteld.
Dat terwijl hij van plan was geweest om na zijn pensionering naar Zeeland te verhuizen, maar daarvan kwam, denk ik, niets in huis.

Zo'n tien jaar lang zagen en spraken we elkaar regelmatig op de werkvloer en hoewel hij er soms genoegen in schepte om je met zijn soms bizarre gevoel van humor ongemakkelijk te doen voelen, toch was het bijna steeds een plezier om met hem te spreken. Hij was een onuitputtelijke bron van anekdotes en was tegelijk voor mij een bron van inspiratie wat muziek betreft. Af en toe nam hij eens iets een album op uit zijn gigantische muziekverzameling (die ooit zelfs de cover van een boek van Arnold Rypens sierde).

Reeds bij zijn vertrek bij ons, bleef ik wat verweesd achter en nu is het dus definitief uit met Josse.
Met zijn verdwijnen valt er bovendien iemand weg die de statistieken van deze blog (vroeger) wat opkrikte, want soms kwam hij hier langs.
Het ga je goed beste Josse.

zaterdag 22 februari 2014

Tentoonstellingen - beurzen


Van eind december tot grosso modo halfweg januari was de agenda volgeboekt met bezoeken aan tentoonstellingen : 3 in totaal, maar eentje heb ik 2 maal bezocht omdat ik de eerste keer ons fototoestel vergeten was...

De eerste tentoonstelling was 'The Art of the Brick' die plaatsvindt in het vroegere Brusselse beursgebouw. Vooral S. was erop gebrand om daar eens naartoe te gaan en 26 december paste voor ons allemaal, dus wij allemaal goedgemutst naar Brussel.

Toen we er aankwamen, was het middag en dus tijd om iets te gaan eten.
Dat werd het Ethiopisch restaurant 'Toukoul' in de Lakensestraat. Het was al een kleine eeuwigheid geleden dat we nog van die keuken geproefd hadden en ik keek er wel naar uit, onder meer vanwege de aparte manier waarop je jezelf bedient : niet met mes en vork maar met je handen stukjes van een grote opgerolde deegkoek scheuren en dat dan vullen met saus, vlees, groenten of een combinatie. Echt lekker en een heel andere manier van eten. Ook de plaatselijke drankjes smaken best lekker als was de Ethiopische koffie helaas niet beschikbaar.



Na fijn gegeten te hebben, ging het dus naar het Beursgebouw waar we eerst nog een klein uur moesten aanschuiven om binnen te kunnen en daar was het dan ook vaak drummen of even aanschuiven om sommige werken te kunnen bekijken. Nathan Sawaya maakt met behulp van legoblokjes bekende kunstwerken of iconische beelden die in ons collectief geheugen gebeiteld zijn. Daarnaast maakt hij ook nog eigen sculpturen, maar dus telkens met de bouwblokjes waar de meesten van ons in onze jeugd mee gespeeld hebben.


Er zitten wel een aantal indrukwekkende stukken tussen, maar 'grote' kunst zou ik het nu ook niet noemen.
Niettemin vond ik het samen met het etentje ervoor en de uitstap naar de Inno erna wel de moeite van een uitstap naar Brussel waard. Misschien bezoek ik ze nog wel eens voor ze sluit, omdat er dan wellicht minder bezoekers zullen zijn (nu was de kerstmarkt in Brussel ook in volle gang, wat voor extra volk zal gezorgd hebben).

De volgende dag was ik alweer in Brussel te vinden, niet voor m'n werk, maar om naar de Porsche-tentoonstelling in Autoworld (Jubelpark) te gaan, samen met vriend PC. Er stonden daar ettelijke unieke exemplaren van zowel race- als straatwagens uit het bijzonder roemrijke verleden van dit automerk en ook van andere merken waar de stichter, Ferdinand Porsche, eerder voor gewerkt had. Ettelijke prachtstukken vielen daar te bewonderen en toen we onder de staart van een Can-Am Porsche uit de eerste helft van de jaren '70 gingen kijken, roken we daar nog steeds een onmiskenbare benzine- of oliegeur.


Voor de deur van het museum stond overigens ook een zeldzame auto geparkeerd, die helemaal vanuit Nederland was gekomen en waarbij de bestuurder echt hondenweer getrotseerd had (voor zo'n wagen althans) : een Iso Rivolta Lele (tussen 1969 en 1974 amper 285 stuks van gebouwd en ook mee ontworpen door de legendarische Marcello Gandini).



Het automuseum sloeg de laatste jaren ontegensprekelijk andere paden in en pakt al een poosje uit met belangwekkende tentoonstellingen. Vroeger stond er een permanente collectie te bestoffen, maar die tijd lijkt voorgoed voorbij.











Begin dit jaar dan, op de eerste dag van de solden, vrijdag 3 januari, heb ik M. met een list zover gekregen me ook te vergezellen naar de tentoonstelling over de Belgische architect en designer Henry Van de Velde, die onder meer aan de wieg stond van de school La Cambre in Brussel. Wat een mooie voorwerpen stonden daar bijeen en ik was opgetogen dat we er nog vlak voor het einde van de tentoonstelling naartoe zijn gegaan. Jammer genoeg was het verboden foto's te maken. M. keerde ook bijzonder opgewekt naar huis, met haar twee nieuwe wintervesten die ze met stevige korting op de kop had kunnen tikken.

Op vrijdag 17 januari ging het dan samen met PC naar het MECC in Maastricht, waar een autobeurs werd georganiseerd die dit jaar het merk Maserati in het zonnetje zette. Twee jaar geleden waren we er al eens naartoe gegaan, al herinner ik me niet meer wat toen het centrale thema was (mogelijk was het Bugatti).
Tegen 13 uur kwamen we aan en ook al was het op een vrijdag en de eerste dag van de beurs, er was al geen parkeerplaats meer vrij op de reguliere parking. Toch vonden we dankzij behulpzame stewards redelijk snel een plekje, waarna we ons naar binnen haastten. Ettelijke droomwagens van vroeger en nu stonden er gestald, talloze racebolides ook uit allerlei disciplines en tijdperken en lang niet alleen van Maserati. Veel Mercedessen, Porsches, Ford Mustangs ook, Aston Martin, en tal van andere namen die ten minste een belletje doen rinkelen.
Daarnaast stonden er ook enkele boekenstands met tal van interessante maar meestal dure boeken, maar gelukkig heb ik aan die verleiding grotendeels kunnen weerstaan.
Na een paar uur daar te hebben rondgewandeld en gefotografeerd, keerden we weer tevreden terug naar huis, waarbij ik PC gewoontegetrouw in Hasselt afzette zodat hij de trein naar Brussel kon nemen.