't Is al een hele poos geleden, maar niettemin vind ik het toch de moeite om vlug nog twee cultureel verantwoorde uitjes met M. te vermelden.
Eind maart hadden we nog eens de kans om met 2 naar de bioscoop te gaan, iets wat al ettelijke jaren geleden was. Onze keuze viel op het fel gelauwerde '12 years a slave', waarin men het verhaal vertelt van een vrije zwarte die in het Amerika van de 19de eeuw ontvoerd wordt en alsnog 12 jaar lang een slavenbestaan moet leiden. De film is gebaseerd op een autobiografisch verhaal van Solomon Northup, dat in 1853 verscheen.
Indrukwekkend en soms heel confronterend. Mooi is ook het contrast tussen de vaak fraaie beelden van de omgeving en de bikkelharde, wrede werkelijkheid van de slavernij. Kinderen die van hun ouders worden gescheiden, mensen overgeleverd aan de willekeur en razernij van anderen wegens hun huidskleur, verraad en een uitzichtloos bestaan leven.
Tegenvaller van formaat echter was wat mij betreft de verschijning van Brad Pitt. Aangezien hij een van de producers was, vermoed ik dat hij als deal de rol mocht spelen van de weldoener dankzij wie Northup uiteindelijk vrij kwam en weer naar zijn gezin kon terugkeren. Het zou hem gesierd hebben indien hij eens de rol van booswicht had gespeeld i.p.v. alweer die van edelmoedige held.
Een film die een diepe indruk nalaat en die ik klasseer bij prenten als 'Shindler's List' of 'The Pianist' bijvoorbeeld.
Enkele weken later gingen we dan beide op zondagnamiddag naar de Antwerpse opera voor een voorstelling van 'Lady Macbeth uit het district Mtsensk' van de Russische componist Dmitri Sjostakovitsj. Alweer een evenement waar de toeschouwer niet meteen vrolijk van werd, maar dat ook weer een diepe indruk laat. Dat heeft ook niet enkel te maken met de opera op zich, maar met het lot dat Sjostakovitsj te wachten stond nadat Stalin een voorstelling had bijgewoond : zijn operacarrière werd erdoor gefnuikt.
Het is een grimmig stuk waar nauwelijks enige vreugde te beleven valt. Ik denk niet dat het bekende aria's telt (toch niet ten onzent), maar muzikaal zitten er verschillende mooie stukken in. Het decor voor deze versie was ook nogal troosteloos en dan zeker in het laatste bedrijf, iets wat aansluit bij de thematiek.
Wat interessant is bij de opvoeringen bij de Vlaamse Opera zijn de inleidingen voor het stuk begint. Een kenner geeft dan uitleg over de componist en bij de opera. Daar steekt een liefhebber veel van op en het helpt om alles beter te begrijpen.
Het is leuk om op een zondag rustig wat rond te kuieren als zowat alles gesloten is. Rond het operagebouw zijn er echter nog wat plekken waar je rustig en in een aangenaam kader een koffie of iets dergelijks kunt drinken.
Na het einde van de voorstelling zijn we dan naar het Braziliaans-Mexicaans restaurant Tropicos gegaan om ons daar tegoed te doen aan exotische kost en een caipirinha. Dat restaurant ligt vlakbij de Antwerpse opera, wat dus erg praktisch was. Ons laatste bezoek eraan dateerde van zeker 5 jaar (wellicht meer) tevoren, dus het werd wel tijd om nog eens de sfeer te gaan opsnuiven. Die is nauwelijks of niet veranderd en nu met het WK voetbal zijn ze ook open èn staat er een tv-scherm om de wedstrijden te volgen. We zullen ervan profiteren om er met m'n verjaardag eens naartoe te gaan met de kinderen. Voor R. zijn de examens dan net achter de rug, dus dat treft en die avond speelt bovendien de Seleção. Maar of we dat daar gaan kunnen bekijken is nog lang niet zeker, want anders bestaat de kans dat we niet meer thuisraken...
Posts tonen met het label Film. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Film. Alle posts tonen
zondag 15 juni 2014
zondag 29 december 2013
Troll 2
In de reeks "prutsfilms" sloeg ik laatst een grote slag met de aankoop van 'Troll 2', naar verluidt een klassieker in het genre, waar m'n aandacht op gevestigd werd toen vriend PC me een artikel stuurde over (ongewild) slechte films die uiteindelijk (ongewild) cultfilms werden. Daar het artikel uitgebreid verwees naar een van m'n favoriete websites ter zake (www.nanarland.com), was m'n interesse gewekt en het was meteen ook een teken dat er niet zomaar onzin in stond.
Deze parel was makkelijk te vinden via amazon.fr en kostte amper enkele euro, dus zelfs als hij teleurstelde, zou de financiële schade al bij al nog meevallen.
Gelukkig loste hij alle beloften in en we hebben in gezinsverband een fijn anderhalf uur zitten kijken naar een meer dan aardig staaltje pulp, waarbij meermaals onze mond openviel van verbazing of ongeloof. Moeilijk te zeggen wat in deze film precies het hoogtepunt (of dieptepunt ?) van onzin is, want de stompzinnigheden worden gewoonweg aan elkaar gereigd : vreemde plotwendingen, veelal abominabele acteerprestaties, niet bepaald geslaagde speciale effecten of kostuums, soms hallucinante replieken en dat alles bijeen zorgt voor een mooie potpourri. Overigens komt er nauwelijks of geen bloed in voor, wat dus een extra argument vormt om de jongere kijkertjes er mee van te laten genieten (al zal veel van wat de film zo speciaal maakt, hen hoogstwaarschijnlijk ontgaan).
Een uitstekende prent om samen naar te kijken en daardoor samen van de ene verbazing in de andere te vallen (als je hem voor het eerst bekijkt). Als dat geen hechte band schept !
Hierna een trailer van Troll 2 (waarin overigens geen trollen voorkomen) :
Voorts liet ik jullie nog op je honger zitten m.b.t. de Piranha-reeks, nog zo'n onverwoestbare franchise.
De eerste van de reeks heb ik samen op een avond met onze oudste bekeken en hij is veruit de meest genietbare van de drie, al valt ook deze wellicht grandioos door de mand als je een liefhebber bent van klassieke films. Maar dat weet je uiteraard ook op voorhand. Deze komt uit de Roger Corman-stal en dat vormt alleen al daardoor een bewijs van degelijkheid in het genre.
En wat brengt de toekomst ons op dit vlak ?
Wel, sinds een kleine maand ben ik door een kort artikel in Brussel Deze Week in de ban geraakt van een kleiner genre dat vaak in een slecht daglicht wordt gesteld : Franse porno uit de jaren '70. Spannende tijden in het verschiet dus !
Wat dit betreft, kan ik u dit boek van harte aanraden : Histoires du cinéma X : Par celles et ceux qui l'ont fait. Aangenaam, goed geschreven leesvoer, erudiet, met een oog voor de bredere context en zonder in 'technische' details te treden over de getoonde prestaties ; ongetwijfeld een referentie in zijn domein. Een boek dat op de salontafel mag rondslingeren wanneer je je vrienden uitnodigt, kortom.
Deze parel was makkelijk te vinden via amazon.fr en kostte amper enkele euro, dus zelfs als hij teleurstelde, zou de financiële schade al bij al nog meevallen.
Gelukkig loste hij alle beloften in en we hebben in gezinsverband een fijn anderhalf uur zitten kijken naar een meer dan aardig staaltje pulp, waarbij meermaals onze mond openviel van verbazing of ongeloof. Moeilijk te zeggen wat in deze film precies het hoogtepunt (of dieptepunt ?) van onzin is, want de stompzinnigheden worden gewoonweg aan elkaar gereigd : vreemde plotwendingen, veelal abominabele acteerprestaties, niet bepaald geslaagde speciale effecten of kostuums, soms hallucinante replieken en dat alles bijeen zorgt voor een mooie potpourri. Overigens komt er nauwelijks of geen bloed in voor, wat dus een extra argument vormt om de jongere kijkertjes er mee van te laten genieten (al zal veel van wat de film zo speciaal maakt, hen hoogstwaarschijnlijk ontgaan).
Een uitstekende prent om samen naar te kijken en daardoor samen van de ene verbazing in de andere te vallen (als je hem voor het eerst bekijkt). Als dat geen hechte band schept !
Hierna een trailer van Troll 2 (waarin overigens geen trollen voorkomen) :
Voorts liet ik jullie nog op je honger zitten m.b.t. de Piranha-reeks, nog zo'n onverwoestbare franchise.
De eerste van de reeks heb ik samen op een avond met onze oudste bekeken en hij is veruit de meest genietbare van de drie, al valt ook deze wellicht grandioos door de mand als je een liefhebber bent van klassieke films. Maar dat weet je uiteraard ook op voorhand. Deze komt uit de Roger Corman-stal en dat vormt alleen al daardoor een bewijs van degelijkheid in het genre.
En wat brengt de toekomst ons op dit vlak ?
Wel, sinds een kleine maand ben ik door een kort artikel in Brussel Deze Week in de ban geraakt van een kleiner genre dat vaak in een slecht daglicht wordt gesteld : Franse porno uit de jaren '70. Spannende tijden in het verschiet dus !
Wat dit betreft, kan ik u dit boek van harte aanraden : Histoires du cinéma X : Par celles et ceux qui l'ont fait. Aangenaam, goed geschreven leesvoer, erudiet, met een oog voor de bredere context en zonder in 'technische' details te treden over de getoonde prestaties ; ongetwijfeld een referentie in zijn domein. Een boek dat op de salontafel mag rondslingeren wanneer je je vrienden uitnodigt, kortom.
zondag 3 november 2013
Drukke oktobermaand (1)
Omstreeks oktober hadden we het bijzonder druk, met maar liefst 5 aangekruiste data voor activiteiten allerhande.
Voor twee ervan namen we de beide kinderen mee, vooral op aandringen van R.
Eerst gingen we karten in , t.t.z. R., S. en ik. M. bleef langs de kant om op onze spullen te letten en de weergaloze actie op de baan te filmen.
Op deze kartbaan kun je een kwartier rijden met de personen van je groepje en wij hadden het circuitje dus 15 minuten voor ons alleen.
Voor S. was het de allereerste keer dat hij echt zelf zou rijden met een racekarretje. Zijn enige andere ervaring was gebaseerd op computerspelletjes met de Wii-spelconsole, waar hij zijn concurrenten doorgaans van de baan ramt of schiet. De eigenaars maakten hem al snel duidelijk dat dergelijk rijgedrag niet geduld wordt op een echte kartbaan. Ongetwijfeld was dit voor hem een dermate grote desillusie dat alle zin om nog voort te doen hem in de schoenen zakte. Hij besloot het dan ook maar kalm aan te doen en op z'n dooie gemakje de baan te verkennen. Wellicht om, methodisch als hij is, alle rem- en instuurpunten goed in zich op te nemen en tegen de volgende maal dat we daar terugkomen (R. maakt plannen om met de hele familie eens naar daar te gaan...) alles en iedereen van de tijdtabellen te rijden.
R. van zijn kant keek er al dagen naar uit en stond dan ook op scherp. Hij trachtte me bij te houden, maar dat was blijkbaar makkelijker gezegd dan gedaan. Niettemin heeft hij er toch heel wat plezier aan beleefd en zijn snelste tijd mocht zeker gezien worden.
Hieronder kan de talentenscout zelf oordelen :
Onze volgende gezinsuitstap was naar de plaatselijke bioscoop, waar we naar 'Rush' gingen kijken, de film die Ron Howard maakte over het WK Formule 1 in 1976, toen de Oostenrijker Niki Lauda (die voor Ferrari uitkwam) en de Brit James Hunt (in dienst van renstal McLaren) om de titel streden.
R. was erop gebrand om die film te zien en aangezien het onderwerp me wel kon bekoren en ik vond dat een bioscoopzaal voor zo'n film de meest geschikte plaats was, hoefde hij niet veel aan te dringen. Het geluid en het grote scherm van een bioscoopzaal doen je toch meer opgaan in een film dan wanneer je hem gewoon thuis bekijkt.
Qua racefilms had ik twee grote referenties : 'Grand Prix' van John Frankenheimer, gedraaid in 1966, en 'Le Mans' van Steve McQueen, gemaakt in 1970). Beide zijn iconen in het genre, dat, toegegeven, niet erg groot is, met bovendien meer draken dan geslaagde films. Deze twee oudere films blijven overigens ook enkel het bekijken waard door de actiebeelden van tegen elkaar racende wagens. De verhaallijnen zijn in beide flinterdun en de personages worden maar weinig uitgewerkt.
Dat is bij 'Rush' toch anders, ook al wordt wat dat betreft de taak van de regisseur/scenaristen wat vergemakkelijkt, ten eerste omdat er maar 2 hoofdrollen zijn en ten tweede omdat de echte feiten al voldoende dramatisch waren. Niettemin, ondanks deze troeven was de kans op een flop groot, aangezien het thema lang niet iedereen kan boeien en ook omdat racefans de reputatie hebben nogal kritisch te zijn en graag op zoek gaan naar (historische) gebreken.
Maar, het dient gezegd, de film is zeker geslaagd en zelfs voor de niet-racefanaat zoals S. en M., zijn er voldoende momenten om hem genietbaar te maken. En ook racefans komen ruim aan hun trekken. Geslaagde namiddag was dat.
Voor twee ervan namen we de beide kinderen mee, vooral op aandringen van R.
Eerst gingen we karten in , t.t.z. R., S. en ik. M. bleef langs de kant om op onze spullen te letten en de weergaloze actie op de baan te filmen.
Op deze kartbaan kun je een kwartier rijden met de personen van je groepje en wij hadden het circuitje dus 15 minuten voor ons alleen.
Voor S. was het de allereerste keer dat hij echt zelf zou rijden met een racekarretje. Zijn enige andere ervaring was gebaseerd op computerspelletjes met de Wii-spelconsole, waar hij zijn concurrenten doorgaans van de baan ramt of schiet. De eigenaars maakten hem al snel duidelijk dat dergelijk rijgedrag niet geduld wordt op een echte kartbaan. Ongetwijfeld was dit voor hem een dermate grote desillusie dat alle zin om nog voort te doen hem in de schoenen zakte. Hij besloot het dan ook maar kalm aan te doen en op z'n dooie gemakje de baan te verkennen. Wellicht om, methodisch als hij is, alle rem- en instuurpunten goed in zich op te nemen en tegen de volgende maal dat we daar terugkomen (R. maakt plannen om met de hele familie eens naar daar te gaan...) alles en iedereen van de tijdtabellen te rijden.
R. van zijn kant keek er al dagen naar uit en stond dan ook op scherp. Hij trachtte me bij te houden, maar dat was blijkbaar makkelijker gezegd dan gedaan. Niettemin heeft hij er toch heel wat plezier aan beleefd en zijn snelste tijd mocht zeker gezien worden.
Hieronder kan de talentenscout zelf oordelen :
Onze volgende gezinsuitstap was naar de plaatselijke bioscoop, waar we naar 'Rush' gingen kijken, de film die Ron Howard maakte over het WK Formule 1 in 1976, toen de Oostenrijker Niki Lauda (die voor Ferrari uitkwam) en de Brit James Hunt (in dienst van renstal McLaren) om de titel streden.
R. was erop gebrand om die film te zien en aangezien het onderwerp me wel kon bekoren en ik vond dat een bioscoopzaal voor zo'n film de meest geschikte plaats was, hoefde hij niet veel aan te dringen. Het geluid en het grote scherm van een bioscoopzaal doen je toch meer opgaan in een film dan wanneer je hem gewoon thuis bekijkt.
Qua racefilms had ik twee grote referenties : 'Grand Prix' van John Frankenheimer, gedraaid in 1966, en 'Le Mans' van Steve McQueen, gemaakt in 1970). Beide zijn iconen in het genre, dat, toegegeven, niet erg groot is, met bovendien meer draken dan geslaagde films. Deze twee oudere films blijven overigens ook enkel het bekijken waard door de actiebeelden van tegen elkaar racende wagens. De verhaallijnen zijn in beide flinterdun en de personages worden maar weinig uitgewerkt.
Dat is bij 'Rush' toch anders, ook al wordt wat dat betreft de taak van de regisseur/scenaristen wat vergemakkelijkt, ten eerste omdat er maar 2 hoofdrollen zijn en ten tweede omdat de echte feiten al voldoende dramatisch waren. Niettemin, ondanks deze troeven was de kans op een flop groot, aangezien het thema lang niet iedereen kan boeien en ook omdat racefans de reputatie hebben nogal kritisch te zijn en graag op zoek gaan naar (historische) gebreken.
Maar, het dient gezegd, de film is zeker geslaagd en zelfs voor de niet-racefanaat zoals S. en M., zijn er voldoende momenten om hem genietbaar te maken. En ook racefans komen ruim aan hun trekken. Geslaagde namiddag was dat.
zondag 27 oktober 2013
Inspirerend (bis)
Om m'n experiment van vorige week toch enig wetenschappelijk aura te geven diende het herhaald te worden, om te zien of m'n ervaring al dan niet bevestigd werd.
Dus vanmiddag stopte ik 'Piranha II (The Spawning)' in onze DVD-speler en installeerde me voor de 'buis', niet met een pak chips of popcorn, maar met een laptop en een naar het Nederlands te vertalen Franse tekst.
Piranha III (uit 2010) had een Grote Naam op de affiche staan : Richard Dreyfuss. U weet het misschien nog, de enthousiaste wetenschapper uit 'Jaws' (de eerste). Die maakt in deze film ook even een verschijning en waarschijnlijk hoopten de makers met zijn naam wat meer publiek geïnteresseerd te krijgen. En ik moet toegeven, ik ben erin getrapt, al zou ik de box wellicht evengoed gekocht hebben als er 'Jan Peeters' als acteur op stond vermeld.
Het in 1982 gemaakte Piranha II is een variatie op... Piranha I ! En er werkte eveneens een Grote Naam aan mee, zelfs iemand die nu stukken beroemder is dan Richard Dreyfuss wellicht ooit geweest is. Al was hij in 1982 ongetwijfeld voor de meesten een nobele onbekende. De film werd namelijk geregisseerd door... James Cameron ! jawel, de regisseur van onder meer 'Titanic' (met Kate Winslet en Leonardo di Caprio) en 'Avatar'. Cameron wordt waarschijnlijk het liefst niet herinnerd aan deze film uit het begin van zijn carrière, want net als het vervolg erop, is dit eigenlijk hoofdzakelijk tijdverlies.
De premisse : in de jaren '70 experimenteerde het Amerikaans leger met vraatzuchtige, agressieve vissen door genen van piranha's te kruisen met die van vliegende vissen en knorvissen (deze laatste kunnen blijkbaar een hele tijd buiten het water overleven). Op een of andere manier raken er van die wezens in Amerikaanse wateren terecht en de rest kan u wel raden, vermoed ik.
Enkel voor fans van het genre.
Eén lichtpunt : in tegenstelling tot Piranha III waren siliconenborsten nog niet zo in zwang en het weinige wat u hier op dat vlak te zien krijgt, is the real deal.
Het vertaalwerk verliep intussen toch vrij vlot, maar ik heb de indruk dat het vorige week nog net iets snediger en enthousiaster ging. M'n klavier zal me vandaag dan ook dankbaar zijn geweest.
Opdat de argeloze lezer niet zou denken dat het bij ons op filmvlak enkel maar kommer en kwel is : enkele weken geleden zijn we met z'n 4'en naar een projectie geweest van een film van Buster Keaten : The General. De film werd in een kerk gespeeld, met live orgelbegeleiding (geen piano dus). Ik vond het maar eens tijd om de kinderen iets anders voor te schotelen dan 'Deep Throat' of 'The little house on the prairie'.
Wel, ik vond het goed meevallen en R. met mij. M. en S. daarentegen hebben zich verveeld. Onze jongste gruwt al bij de gedachte om een zwart-witfilm te bekijken, laat staan een stomme op de koop toe ! Waarschijnlijk hadden zij liever naar een aflevering van 'Dora' gekeken. Iets om in gedachten te houden als we nog eens ergens naartoe gaan.
Dus vanmiddag stopte ik 'Piranha II (The Spawning)' in onze DVD-speler en installeerde me voor de 'buis', niet met een pak chips of popcorn, maar met een laptop en een naar het Nederlands te vertalen Franse tekst.
Piranha III (uit 2010) had een Grote Naam op de affiche staan : Richard Dreyfuss. U weet het misschien nog, de enthousiaste wetenschapper uit 'Jaws' (de eerste). Die maakt in deze film ook even een verschijning en waarschijnlijk hoopten de makers met zijn naam wat meer publiek geïnteresseerd te krijgen. En ik moet toegeven, ik ben erin getrapt, al zou ik de box wellicht evengoed gekocht hebben als er 'Jan Peeters' als acteur op stond vermeld.
Het in 1982 gemaakte Piranha II is een variatie op... Piranha I ! En er werkte eveneens een Grote Naam aan mee, zelfs iemand die nu stukken beroemder is dan Richard Dreyfuss wellicht ooit geweest is. Al was hij in 1982 ongetwijfeld voor de meesten een nobele onbekende. De film werd namelijk geregisseerd door... James Cameron ! jawel, de regisseur van onder meer 'Titanic' (met Kate Winslet en Leonardo di Caprio) en 'Avatar'. Cameron wordt waarschijnlijk het liefst niet herinnerd aan deze film uit het begin van zijn carrière, want net als het vervolg erop, is dit eigenlijk hoofdzakelijk tijdverlies.
De premisse : in de jaren '70 experimenteerde het Amerikaans leger met vraatzuchtige, agressieve vissen door genen van piranha's te kruisen met die van vliegende vissen en knorvissen (deze laatste kunnen blijkbaar een hele tijd buiten het water overleven). Op een of andere manier raken er van die wezens in Amerikaanse wateren terecht en de rest kan u wel raden, vermoed ik.
Enkel voor fans van het genre.
Eén lichtpunt : in tegenstelling tot Piranha III waren siliconenborsten nog niet zo in zwang en het weinige wat u hier op dat vlak te zien krijgt, is the real deal.
Het vertaalwerk verliep intussen toch vrij vlot, maar ik heb de indruk dat het vorige week nog net iets snediger en enthousiaster ging. M'n klavier zal me vandaag dan ook dankbaar zijn geweest.
Opdat de argeloze lezer niet zou denken dat het bij ons op filmvlak enkel maar kommer en kwel is : enkele weken geleden zijn we met z'n 4'en naar een projectie geweest van een film van Buster Keaten : The General. De film werd in een kerk gespeeld, met live orgelbegeleiding (geen piano dus). Ik vond het maar eens tijd om de kinderen iets anders voor te schotelen dan 'Deep Throat' of 'The little house on the prairie'.
Wel, ik vond het goed meevallen en R. met mij. M. en S. daarentegen hebben zich verveeld. Onze jongste gruwt al bij de gedachte om een zwart-witfilm te bekijken, laat staan een stomme op de koop toe ! Waarschijnlijk hadden zij liever naar een aflevering van 'Dora' gekeken. Iets om in gedachten te houden als we nog eens ergens naartoe gaan.
maandag 21 oktober 2013
Inspirerend
Aangezien ik de laatste paar maanden opnieuw praktisch elk weekend in de weer ben voor m'n werk, wilde ik trachten het nuttige aan het aangename te koppelen door tijdens het vertalen van een tekst naar een film te kijken.
Aangezien ik alleen thuis was, moest ik ervan profiteren om een KNT-prent te kiezen.
Uiteindelijk werd het 'Piranha 3D', gemaakt in 2010, die ik een tijdje geleden kocht in een box met twee andere praktisch gelijknamige films.
En ik moet zeggen, het vertalen ging verbazend vlot en het experiment is wat dat betreft zeker voor herhaling vatbaar !
De film echter, was nauwelijks te bekijken. Heel slecht, maar mogelijk vormt dat ook een verklaring voor m'n inspiratie.
Af en toe wat blote borsten, hectoliters nepbloed en veel (zwaar) verminkte, (half) dode mensen die het eigenlijk gewoon zelf gezocht hadden. Niet echt mijn cup of tea zo'n films, maar omdat ik tegelijk toch met iets anders bezig was, hoefde ik er ook niet in op te gaan en dat zal de kijkervaring wellicht minder onaangenaam gemaakt hebben.
Aangezien ik alleen thuis was, moest ik ervan profiteren om een KNT-prent te kiezen.
Uiteindelijk werd het 'Piranha 3D', gemaakt in 2010, die ik een tijdje geleden kocht in een box met twee andere praktisch gelijknamige films.
En ik moet zeggen, het vertalen ging verbazend vlot en het experiment is wat dat betreft zeker voor herhaling vatbaar !
De film echter, was nauwelijks te bekijken. Heel slecht, maar mogelijk vormt dat ook een verklaring voor m'n inspiratie.
Af en toe wat blote borsten, hectoliters nepbloed en veel (zwaar) verminkte, (half) dode mensen die het eigenlijk gewoon zelf gezocht hadden. Niet echt mijn cup of tea zo'n films, maar omdat ik tegelijk toch met iets anders bezig was, hoefde ik er ook niet in op te gaan en dat zal de kijkervaring wellicht minder onaangenaam gemaakt hebben.
vrijdag 20 september 2013
Japanoloog in de dop
Na in de loop van de jaren enkele grote Japanse schrijvers gelezen te hebben (Kawabata, Mishima, Dazai bijvoorbeeld), maar dat land na verloop van tijd wat uit het oog verloren te hebben, werd het tijd om me verder te verdiepen in de Japanse cultuur.
Echter, in plaats van 'hoge cultuur' koos ik de voorbije weken en maanden resoluut voor 'lage cultuur' in de vorm van Japanse monsterfilms.
Lang geleden had ik al enkele Godzilla-films gekocht en omdat de kinderen er een hele tijd dol op waren, werden deze vaak bekeken. Godzilla is een reusachtige hagedis die ontstaan is door atoomproeven die werden uitgevoerd in de Stille Oceaan. Het is blijkbaar zijn oorspronkelijk levensdoel om Japan te vernietigen, maar al heel snel moet hij niet alleen strijd leveren tegen mensen, maar ook tegen andere monsters die ontstonden uit de vruchtbare verbeelding van de Japanse filmstudio Toho (in de praktijk : acteur in rubber hagedispak vertrappelt een model van een stad en vecht veelal tegen een andere acteur in een monsterpak).
Uiteindelijk ontstond er een hele franchise met tot nu toe ruim 30 Godzilla-films, de ene al slechter dan de andere, maar sommige zijn nog wel te bekijken als je in de juiste stemming bent en bereid bent om je verwachtingen wat bij te stellen.
De interesse van R. en S. was intussen wel al enige tijd weggeëbd, maar hier kwam plots verandering nadat we tijdens de grote vakantie naar de film 'Pacific Rim' zijn gaan kijken, waarin de invloed van Japanse monsterfilms onmiskenbaar is (wat de regisseur ook gewoon erkent). Daarin proberen aliens, die niet vanuit de ruimte komen, maar vanuit het binnenste van de aarde, de wereld te veroveren d.m.v. gigantische monsters die ze op de mensheid afsturen en die dan steden beginnen te vernielen. Uiteraard worden de booswichten verslagen !
Neveneffect van deze film : weer een hele lading Godzilla-films besteld en een privécollectie die stilletjesaan de grootste in onze nederzetting moet zijn. En S. die intussen hele avonden het internet afschuimt op zoek naar filmfragmenten en informatie over Godzilla. Hij overweegt zelfs ernstig er een boek over te schrijven.
Maar daarnaast zorgde mijn vlijtig opzoekwerk ervoor dat ik stootte op een ander Japans monster : Gamera, die blijkbaar bij onze Oosterse vrienden haast even populair is als zijn makker. Gamera vraagt van de nuchtere, argeloze kijker een nog grotere inspanning om de films niet zonder meer af te doen als Japanse rotzooi. Dit reptiel is namelijk een hele grote schildpad, met slagtanden, die... kan vliegen... met behulp van straalmotoren...
Ook hij komt vanuit zee in Japan aan, maar ondanks z'n vervaarlijk uiterlijk, blijkt hij toch een mensenvriend, want hij beschermt Japan tegen enkele andere booswichten die het slecht voor hebben met het land of de mensheid. Natuurlijk vallen er bij de strijd tussen Gamera en zijn vijanden heel wat brokken en, helaas!, doden.
Het monster verscheen voor het eerst in de jaren '60 op het scherm en die films, zeker de latere, worden nu afgedaan als nauwelijks het bekijken waard. En toch heeft die Gamera (de 'oude' dus) niet zo heel lang geleden de Westers mainstream bereikt : in een van de afleveringen van het 3de of 4de seizoen van de gelauwerde reeks 'Mad Men' zitten Don Draper en zijn collega Lane Pryce samen in een bioscoop naar een Gamera-film te kijken, dit vooraleer ze samen uitgebreid gaan tafelen en van vrouwelijk gezelschap genieten.
Ik had via het internet de trilogie besteld die in de jaren '90 van de vorige eeuw was gemaakt en toegegeven, die films zijn verrassend genietbaar eens je de hierboven geschetste basispremisse aanvaard hebt, uiteraard, en wat mij betreft moeten ze zeker niet onderdoen voor de 'Jurassic Parc'-reeks, integendeel. Een welkome verandering t.o.v. de gebruikelijke clichés in monsterfilms is dat vrouwen hier vaak een belangrijke rol in de plot krijgen als sterk personage en niet gewoon hard schreeuwend weglopen van het naderende gevaar. Wie deze films ergens in een ramsjbak ziet liggen, aarzel niet, je hebt er voor een paar uur amusement van een behoorlijk niveau aan en de kinderen zullen het ook eveneens fijn vinden (bestaat wel niet met Nederlandse ondertiteling, wel Franse).
zaterdag 7 september 2013
Jamón Jamón
Een film die de onlangs overleden Spaanse regisseur Bigas Luna in het begin van de jaren '90 draaide.
Vitaliteit, levenslust, sensualiteit, het spat allemaal van het scherm in deze prent, die meteen het filmdebuut betekende voor zowel Penelope Cruz als Javier Bardem en hij heeft hun carrière zeker geen kwaad gedaan.
Luna steekt hier de draak met de hypocrisie van de Spaanse middenklasse, waarvan de vertegenwoordigers hier stuk voor stuk sukkels zijn. Grappige, opwindende en bizarre scènes volgen elkaar op. Het scenario stelt niet zoveel voor, maar vormt de aanleiding voor de regisseur om allerlei ongewone taferelen te filmen. Voedsel speelt ook een belangrijke rol, zoals de titel al aangeeft.
Daarnaast toont "Jamón Jamón" ook overduidelijk dat je niet meer piepjong hoeft te zijn om verschrikkelijk sexy voor de dag te komen, zoals Stefania Sandrelli en Anna Galiena hier bewijzen. Galiena speelde eerder al de vrouwelijke hoofdrol in 'Le mari de la coiffeuse' en blijkbaar was Sandrelli in de jaren '70 en vooral '80 een sekssymbool in Italië.
Mijn nieuwsgierigheid was meteen gewekt en bracht me ertoe 'La Chiave' van Tinto Brass aan te schaffen. Deze Italiaanse regisseur (draaide onder meer het infame 'Caligula') deelt met de goede ouwe Russ Meyer een fascinatie voor het vrouwelijk lichaam en meer bepaald de billen (i.t.t. de Amerikaan die een groot zwak had voor rondborstige deernes). Film is intussen toegekomen, maar helaas lijkt het een Engelstalige versie te zijn en geen origineel Italiaanse. Ongetwijfeld haalt dat al een stuk van de charme weg. Ik zet alvast mijn ontdekkingstocht doorheen de Europese film verder en gisteren heb ik nog 'la teta y la luna' gekocht, een andere film van Bigas Luna.
Terug naar "Jamón Jamón" : deze tragikomedie is een belevenis op zich die een Spanje toont zoals de toeristische dienst het wellicht nooit zou durven, maar mij alvast zin geeft om het land nog eens te bezoeken.
zaterdag 31 augustus 2013
Boogie nights
Deze film van 1997 had ik al eens in de bioscoop gezien toen hij uitkwam, dus toch al zeker 15 jaar geleden en ik vond het toen zeker een meevaller (wellicht voor een stuk ook door het thema).
Onlangs heb ik hem dan voor de 2de maal gezien en dat is opnieuw best meegevallen.
'Boogie nights' vertelt het verhaal van de Amerikaanse pornofilm op pellicule in de tweede helft van de jaren '70 en de eerste helft van de jaren '80 ; van gloriejaren naar verval van.
We volgen een hechte groep mensen, gaande van acteurs over technici tot de regisseur, die haast allemaal een verleden met zich mee meesleuren van dysfunctionele families of onverwerkte problemen. Regisseur Jack Horner (oudgediende Burt Reynolds) ontdekt een nieuwe potentiële ster (Eddie Adams, die later de artiestennaam Dirk Diggler zal aannemen), maar droomt er tegelijk van om artistiek meer verantwoorde pornofilms te maken, zodat de kijker niet wegloopt nadat hij z'n kwakje(s) kwijtkon. Dankzij zijn anatomie wordt Diggler al snel een (rijzende) ster. Helaas volgt na een paar jaar een nauwelijks te stoppen neergang voor alle betrokkenen : video verdringt de bioscoop als plek en medium om porno te bekijken waardoor het vakmanschap verloren gaat dat bij filmmaken komt kijken, Diggler raakt verslaafd aan drugs, wat zijn loopbaan om zeep helpt en waardoor hij breekt met de anderen. Maar op het einde is er voor de meesten toch nog verlossing.
De film is in twee grote hoofdstukken verdeeld : ontdekking, opkomst en triomf van Dirk Diggler en de neergang. Deze evolutie wordt ook weergegeven door de muziekkeuze tijdens beide delen : eerst vrolijke, opwekkende muziek en in de tweede helft veel somberder stukjes.
Wat ik ook leuk vond toen ik de film 2 of 3 weken geleden bekeek, was dat ik deze keer heel wat acteurs herkende, die voor mij de eerste keer nog nobele onbekenden waren : Julianne Moore, Don Cheadle, Luis Guzman, William H. Macy, Philip Seymour Hoffman. Intussen zijn ze stuk voor stuk sterren geworden en kregen ze belangrijke rollen in allerlei andere films.
Het enige verwijt dat ik de film eventueel kan maken, is dat hij mogelijk wat te lang duurt, maar voor de rest is hij zeker de moeite van het bekijken waard.
donderdag 15 november 2012
Frankenweenie
Een tiental dagen geleden ben ik de recentst uitgebrachte film van Tim Burton moederziel alleen gaan bekijken. De andere gezinsleden hadden, zoals wel vaker, blijkbaar andere prioriteiten (S. had geen zin omdat hij een afkeer heeft van zwart-witfilms...).
Eindelijk nog eens een grootse Tim Burton, na twee (voor mij althans) teleurstellende prenten die ik onlangs op dvd had bekeken : 'Sweeney Todd' (een musical, o horror !) en 'Alice in Wonderland'.
Doordat ik zijn gelijknamige kortfilm uit de jaren '80 al had gezien, was vooral het eerste gedeelte redelijk voorspelbaar, maar dat wordt wel goedgemaakt door de leuke vondsten, het tweede deel en beslist ook door de gebruikte techniek : echte poppetjes die door de 'stop motiontechniek' tot leven worden gewekt. Persoonlijk verkies ik zoveel meer dit soort speciale effecten dan wat men met behulp van computerprogramma's op het scherm kan brengen. Bij stop motion komt nog echt ambachtelijk werk kijken, ook al hebben de mensen achter digitale toverkunstjes (CGI) ongetwijfeld ook hun verdiensten. Stop-motion is bijzonder arbeidsintensief : per seconde beeld, moeten de 'acteurs' (vaak dus poppen) 25 maal gefilmd worden in steeds een miniem verschillende houding zodat het allemaal vloeiend lijkt i.p.v. schokkerig. Begin er maar aan voor een film van 80 à 90 minuten...
Het is voor Burton ook niet de eerste maal dat hij zich aan deze techniek waagt. Eerder maakte hij al 'The Nightmare before Christmas' en 'James and the Giant Peach' mee mogelijk en regisseerde hij zelf het onvolprezen 'Corpse Bride' ; stuk voor stuk parels.
Onder meer leuk in 'Frankenweenie' zijn de knipoogjes van de regisseur naar acteurs en thema's die hem boeien : zo verschijnt op een bepaald moment Christopher Lee als Dracula even in beeld en een van de 'angstaanjagende' personages verwijst overduidelijk naar het Japanse monster Godzilla.
Burton gebruikt graag opvallende kleuren enkele van zijn films, maar in deze lijkt me de keuze voor een zwart-witfilm terecht. Het geeft er een eigen cachet aan, dat wonderwel past bij het thema. Het verhaal speelt zich, indien ik het me nog goed herinner, ook enkele tientallen jaren geleden af (jaren '50 of '60 ?), toen er nog griezel- en monsterfilms in wit-zwart gemaakt werden. Het past gewoon bij de sfeer die opgeroepen wordt.
Ik kan deze film alvast ten zeerste aanbevelen, ook voor kinderen, ook al zijn er wel een paar meer 'griezelige' momenten bij voor de jongsten. Daartegenover staat dan wel dat heel wat vondsten van Burton als vanouds erg geslaagd en grappig zijn en van veel creativiteit getuigen.
Eindelijk nog eens een grootse Tim Burton, na twee (voor mij althans) teleurstellende prenten die ik onlangs op dvd had bekeken : 'Sweeney Todd' (een musical, o horror !) en 'Alice in Wonderland'.
Doordat ik zijn gelijknamige kortfilm uit de jaren '80 al had gezien, was vooral het eerste gedeelte redelijk voorspelbaar, maar dat wordt wel goedgemaakt door de leuke vondsten, het tweede deel en beslist ook door de gebruikte techniek : echte poppetjes die door de 'stop motiontechniek' tot leven worden gewekt. Persoonlijk verkies ik zoveel meer dit soort speciale effecten dan wat men met behulp van computerprogramma's op het scherm kan brengen. Bij stop motion komt nog echt ambachtelijk werk kijken, ook al hebben de mensen achter digitale toverkunstjes (CGI) ongetwijfeld ook hun verdiensten. Stop-motion is bijzonder arbeidsintensief : per seconde beeld, moeten de 'acteurs' (vaak dus poppen) 25 maal gefilmd worden in steeds een miniem verschillende houding zodat het allemaal vloeiend lijkt i.p.v. schokkerig. Begin er maar aan voor een film van 80 à 90 minuten...
Het is voor Burton ook niet de eerste maal dat hij zich aan deze techniek waagt. Eerder maakte hij al 'The Nightmare before Christmas' en 'James and the Giant Peach' mee mogelijk en regisseerde hij zelf het onvolprezen 'Corpse Bride' ; stuk voor stuk parels.
Onder meer leuk in 'Frankenweenie' zijn de knipoogjes van de regisseur naar acteurs en thema's die hem boeien : zo verschijnt op een bepaald moment Christopher Lee als Dracula even in beeld en een van de 'angstaanjagende' personages verwijst overduidelijk naar het Japanse monster Godzilla.
Burton gebruikt graag opvallende kleuren enkele van zijn films, maar in deze lijkt me de keuze voor een zwart-witfilm terecht. Het geeft er een eigen cachet aan, dat wonderwel past bij het thema. Het verhaal speelt zich, indien ik het me nog goed herinner, ook enkele tientallen jaren geleden af (jaren '50 of '60 ?), toen er nog griezel- en monsterfilms in wit-zwart gemaakt werden. Het past gewoon bij de sfeer die opgeroepen wordt.
Ik kan deze film alvast ten zeerste aanbevelen, ook voor kinderen, ook al zijn er wel een paar meer 'griezelige' momenten bij voor de jongsten. Daartegenover staat dan wel dat heel wat vondsten van Burton als vanouds erg geslaagd en grappig zijn en van veel creativiteit getuigen.
zondag 12 februari 2012
The Grapes of Wrath

Vrijdagavond installeerden we ons voor ons tv-toestel om deze film uit 1940 te bekijken.
De kinderen waren van meet af aan achterdochtig, want het ging om een zwart-witfilm, iets waar ze doorgaans een hekel aan hebben, althans voor de film goed en wel begonnen is. Maar R. heeft hem helemaal uitgekeken met mij en was er ook door geboeid.
Het is een aangrijpend werk van de beroemde Amerikaanse regisseur John Ford en volgt een Amerikaanse familie uit de Midwest die tijdens de Grote Depressie van de jaren '30 van haar erf wordt gejaagd en noodgedwongen en deels wegens valse beloften naar California trekt om daar kost en inwoon te zoeken.
De hoofdrolspelers leveren stuk voor stuk prachtige prestaties en wat mij betreft is Jane Darwell als Ma Joad (de moeder en sterkhouder van de familie) de absolute ster. Henry Fonda tekent ook present als een indrukwekkende Tom Joad en ik mag zeker ook niet de versleten truck vergeten waarop de hele familie de reis naar en in California aflegt.
Gezien de socio-economische problemen die zowat de halve wereld teisteren, behoudt The Grapes of Wrath ook voor ons nog zijn actualiteitswaarde, ook al is hij ruim 70 jaar geleden gemaakt : het ontstaan van een subproletariaat dat een heel onzeker bestaan lijdt, migratiestromen, uitbuiting, corruptie, sociale strijd. Zeker het overwegen waard om deze film te tonen tijdens lessen zedenleer bijvoorbeeld, maar ook om volwassenen te 'sensibiliseren'.
Uiteindelijk eindigt de film nog op een positieve noot, ondanks het feit dat ze gedwongen afscheid moet(en) nemen van verschillende familieleden (overleden of op de vlucht) en kijkt Ma Joad de toekomst hoopvol tegemoet.
vrijdag 3 juni 2011
Contrast
Woensdagavond hebben we naar twee heel verschillende films gekeken, of liever anderhalf.
De eerste was M.'s keuze. Ze had me weken geleden gevraagd 'In Bruges' op te nemen, wat ik dan ook plichtsbewust gedaan had. Aangezien de kinderen nog wat buiten aan het spelen waren, konden wij voor de verandering nog eens het avondprogramma kiezen. En om haar een plezier te doen, opteerde ik uit de verschillende mogelijkheden voor 'In Bruges', ook al had ik er niet zo'n goed oog in. De titel zei me namelijk niets.
Maar ik vergiste me schromelijk, want deze film was een meevaller, gedragen door de acteerprestaties van de twee protagonisten en de andere leden van de cast. En de stad Brugge vormde het decor voor het drama dat zicht ontrolde.
Twee huurmoordenaars worden na een half mislukte klus naar Brugge gestuurd, zogezegd om daar onder te duiken, maar eigenlijk omdat de opdrachtgever (een alweer boosaardige Ralph Fiennes) zich wil ontdoen van een van beide omdat hij bij een opdracht ook een kind doodde, wat niet de bedoeling was. De oudere van beide kan het echter niet over z'n hart krijgen zijn collega te doden, zodat de opdrachtgever dan maar zelf de klus komt klaren.
Humor, Hiëronymus Bosch, Brugge, sfeerbeelden, schuld en boete, liefde, allemaal elementen die in meer of mindere mate aan bod komen.
Een eenvoudige film, zonder veel franjes, gedragen door sterke vertolkingen. Blij dat ik hem gezien heb.
Daarna eisten de intussen binnengekomen kinderen opnieuw de controle op over het televisietoestel en hun keuze viel, zucht, op de film 'King Kong'. Niet de klassieker uit 1933, noch de cultversie uit 1976, maar de meest recente, uit 2005.
Zelf hou ik wel van monster- of avonturenfilms, maar dan wel de meer ambachtelijke variant, niet wat tegenwoordig schering en inslag is : vehikels waarin alles in dienst staat van de -hoofdzakelijk- digitale special effects. Zo ook in deze 'King Kong'. Het uur of wat dat ik ervan gezien heb, volstond ruimschoots voor mij om te beseffen dat ondanks de indrukwekkend ogende cast (Naomi Watts, Adrien Brody), om me er een goed beeld van te vormen.
De kijker wordt ook nu weer overdonderd met allerlei spectaculaire actie, maar voor de rest vond ik de film vrij waardeloos. De enige bestaansreden van de overgrote meerderheid van de personages is om slachtoffer te worden van allerlei ongedierte of andere ongemakken als kannibalen. De protagonisten hebben dan weer geen enkele diepgang.
Overbodig wat mij betreft.
De eerste was M.'s keuze. Ze had me weken geleden gevraagd 'In Bruges' op te nemen, wat ik dan ook plichtsbewust gedaan had. Aangezien de kinderen nog wat buiten aan het spelen waren, konden wij voor de verandering nog eens het avondprogramma kiezen. En om haar een plezier te doen, opteerde ik uit de verschillende mogelijkheden voor 'In Bruges', ook al had ik er niet zo'n goed oog in. De titel zei me namelijk niets.
Maar ik vergiste me schromelijk, want deze film was een meevaller, gedragen door de acteerprestaties van de twee protagonisten en de andere leden van de cast. En de stad Brugge vormde het decor voor het drama dat zicht ontrolde.
Twee huurmoordenaars worden na een half mislukte klus naar Brugge gestuurd, zogezegd om daar onder te duiken, maar eigenlijk omdat de opdrachtgever (een alweer boosaardige Ralph Fiennes) zich wil ontdoen van een van beide omdat hij bij een opdracht ook een kind doodde, wat niet de bedoeling was. De oudere van beide kan het echter niet over z'n hart krijgen zijn collega te doden, zodat de opdrachtgever dan maar zelf de klus komt klaren.
Humor, Hiëronymus Bosch, Brugge, sfeerbeelden, schuld en boete, liefde, allemaal elementen die in meer of mindere mate aan bod komen.
Een eenvoudige film, zonder veel franjes, gedragen door sterke vertolkingen. Blij dat ik hem gezien heb.
Daarna eisten de intussen binnengekomen kinderen opnieuw de controle op over het televisietoestel en hun keuze viel, zucht, op de film 'King Kong'. Niet de klassieker uit 1933, noch de cultversie uit 1976, maar de meest recente, uit 2005.
Zelf hou ik wel van monster- of avonturenfilms, maar dan wel de meer ambachtelijke variant, niet wat tegenwoordig schering en inslag is : vehikels waarin alles in dienst staat van de -hoofdzakelijk- digitale special effects. Zo ook in deze 'King Kong'. Het uur of wat dat ik ervan gezien heb, volstond ruimschoots voor mij om te beseffen dat ondanks de indrukwekkend ogende cast (Naomi Watts, Adrien Brody), om me er een goed beeld van te vormen.
De kijker wordt ook nu weer overdonderd met allerlei spectaculaire actie, maar voor de rest vond ik de film vrij waardeloos. De enige bestaansreden van de overgrote meerderheid van de personages is om slachtoffer te worden van allerlei ongedierte of andere ongemakken als kannibalen. De protagonisten hebben dan weer geen enkele diepgang.
Overbodig wat mij betreft.
zondag 24 april 2011
Lijstje
Is sinds enkele weken uitgebreid met een tweetal 'nieuwe' personages :
- The Joker in 'The Black Knight' (gespeeld door Heath Ledger), en
- Anton Cigurh in 'No Country for Old Men' (gespeeld door Javier Bardem).
Ze vervoegen andere archetypische slechteriken die ik onthouden heb, zoals :
- Norman Stansfield in 'Leon' (gespeeld door Gary Oldman),
- Amon Goeth in 'Schindler's List' (Ralph Fiennes), of
- Hannibal Lecter in 'Silence of the Lambs' (Anthony Hopkins).
Allemaal indrukwekkend in hun rol als booswichten/sadisten/'geschiften'. Het lijkt me veel moeilijker om een geloofwaardig door en door boosaardig persoon neer te zetten dat fascineert en zijn potentiële slachtoffers meesterlijk bespeelt alvorens al dan niet toe te slaan dan een goed personage.
Al is het misschien nog lastiger om een (door en door slecht) persoon neer te zetten en die tegelijk ook te portretteren als iemand die af en toe ook tot het 'goede' in staat is en hem of haar dus niet louter als een (ir)rationeel monster af te schilderen, maar als een mens als u en ik.
- The Joker in 'The Black Knight' (gespeeld door Heath Ledger), en
- Anton Cigurh in 'No Country for Old Men' (gespeeld door Javier Bardem).
Ze vervoegen andere archetypische slechteriken die ik onthouden heb, zoals :
- Norman Stansfield in 'Leon' (gespeeld door Gary Oldman),
- Amon Goeth in 'Schindler's List' (Ralph Fiennes), of
- Hannibal Lecter in 'Silence of the Lambs' (Anthony Hopkins).
Allemaal indrukwekkend in hun rol als booswichten/sadisten/'geschiften'. Het lijkt me veel moeilijker om een geloofwaardig door en door boosaardig persoon neer te zetten dat fascineert en zijn potentiële slachtoffers meesterlijk bespeelt alvorens al dan niet toe te slaan dan een goed personage.
Al is het misschien nog lastiger om een (door en door slecht) persoon neer te zetten en die tegelijk ook te portretteren als iemand die af en toe ook tot het 'goede' in staat is en hem of haar dus niet louter als een (ir)rationeel monster af te schilderen, maar als een mens als u en ik.
vrijdag 15 april 2011
Oriëntaalse trilogie
De voorbije weken heb ik weer heel wat films overgezet van analoog (video) op digitaal (dvd) formaat.
Daaronder 3 films uit het Nabije en Midden-Oosten, waarvan ik er twee wel opgenomen, maar nog niet gezien had.
De eerste was Persepolis, een filmadaptatie van de bekende strips van Marjane Satrapi. Enkele jaren geleden was ik hem samen met R. in de bioscoop gaan bekijken en toen hij een paar maanden geleden op tv werd getoond, nam ik hem op. Het was fijn hem nogmaals te zien en de film doet je huiveren. Het contrast tussen het (vaak niet voor vol aanziene) medium, namelijk de strip en/of tekenfilm, en de inhoud (de opeenvolgende dictatoriale regimes in Iran en de impact ervan op het leven van alledag van een meisje/jonge vrouw) valt wel op, maar stoort geenszins (wellicht heeft Art Spiegelman definitief komaf gemaakt met dat vooroordeel).

De tweede prent was 'Walz im Bashir', eveneens een animatiefilm, over ook weer een tragische gebeurtenis.
Een man probeert in het reine te komen met een pijnlijk hoofdstuk uit zijn verleden, namelijk de inval in Libanon in 1982 door Israël, en meer bepaald zijn eventuele rol in het bloedbad dat werd aangericht in de vluchtelingenkampen van Sabra en Chatila.
De film is volledig in het Hebreeuws, wat ik altijd al een mooie taal gevonden heb om naar te luisteren, ook al begrijp ik er volstrekt niets van.
Het is een verhaal van verloren onschuld en blijkbaar hebben de gebeurtenissen van toen toch heel wat Israëliërs getekend. De film geeft een vrij indrukwekkend beeld van wat er toen gaande was en verduidelijkt ook een en ander voor wie zijn kennis over dit conflict wil vergroten.
Wellicht is er heel wat research aan de film voorafgegaan om toch maar een zo getrouw mogelijk beeld te schetsen van wat er toen gebeurde.

De derde en laatste in de reeks is 'Sukkar Banat', beter bekend als 'Caramel', een Libanese film. Ik vond het eigenlijk de mooiste van de drie.
Het gegeven is vrij banaal : de kijker volgt de beslommeringen van enkele jonge en oudere vrouwen, die elkaar treffen in een schoonheidssalon ergens in Beiroet (enkele werken er, andere zijn er klant of buur). Goede vertolkingen, mooie vrouwen, humor, mooie muziek, de eenvoud van het geheel, de diepmenselijke manier waarop de protagonisten met elkaar omgaan, de problemen waarmee ze worstelen (eentje heeft een relatie met een getrouwde man, een andere is lesbisch enz.), het wordt allemaal zo sereen en mooi in beeld gebracht dat je haast niet anders kan dan ontroerd kijken. In deze microkosmos is er geen plaats voor de grote vraagstukken van de internationale politiek of de Vlaamse kwestie, integendeel, alleen de (alledaagse) besognes van enkele gewone vrouwen komen aan bod, maar toch raakt het verhaal je.
En ook hier weer de (auditief) mooie taal ; Libanees, maar wel doorspekt met vele Franse of Engelse woorden.
Daaronder 3 films uit het Nabije en Midden-Oosten, waarvan ik er twee wel opgenomen, maar nog niet gezien had.
De eerste was Persepolis, een filmadaptatie van de bekende strips van Marjane Satrapi. Enkele jaren geleden was ik hem samen met R. in de bioscoop gaan bekijken en toen hij een paar maanden geleden op tv werd getoond, nam ik hem op. Het was fijn hem nogmaals te zien en de film doet je huiveren. Het contrast tussen het (vaak niet voor vol aanziene) medium, namelijk de strip en/of tekenfilm, en de inhoud (de opeenvolgende dictatoriale regimes in Iran en de impact ervan op het leven van alledag van een meisje/jonge vrouw) valt wel op, maar stoort geenszins (wellicht heeft Art Spiegelman definitief komaf gemaakt met dat vooroordeel).

De tweede prent was 'Walz im Bashir', eveneens een animatiefilm, over ook weer een tragische gebeurtenis.
Een man probeert in het reine te komen met een pijnlijk hoofdstuk uit zijn verleden, namelijk de inval in Libanon in 1982 door Israël, en meer bepaald zijn eventuele rol in het bloedbad dat werd aangericht in de vluchtelingenkampen van Sabra en Chatila.
De film is volledig in het Hebreeuws, wat ik altijd al een mooie taal gevonden heb om naar te luisteren, ook al begrijp ik er volstrekt niets van.
Het is een verhaal van verloren onschuld en blijkbaar hebben de gebeurtenissen van toen toch heel wat Israëliërs getekend. De film geeft een vrij indrukwekkend beeld van wat er toen gaande was en verduidelijkt ook een en ander voor wie zijn kennis over dit conflict wil vergroten.
Wellicht is er heel wat research aan de film voorafgegaan om toch maar een zo getrouw mogelijk beeld te schetsen van wat er toen gebeurde.

De derde en laatste in de reeks is 'Sukkar Banat', beter bekend als 'Caramel', een Libanese film. Ik vond het eigenlijk de mooiste van de drie.
Het gegeven is vrij banaal : de kijker volgt de beslommeringen van enkele jonge en oudere vrouwen, die elkaar treffen in een schoonheidssalon ergens in Beiroet (enkele werken er, andere zijn er klant of buur). Goede vertolkingen, mooie vrouwen, humor, mooie muziek, de eenvoud van het geheel, de diepmenselijke manier waarop de protagonisten met elkaar omgaan, de problemen waarmee ze worstelen (eentje heeft een relatie met een getrouwde man, een andere is lesbisch enz.), het wordt allemaal zo sereen en mooi in beeld gebracht dat je haast niet anders kan dan ontroerd kijken. In deze microkosmos is er geen plaats voor de grote vraagstukken van de internationale politiek of de Vlaamse kwestie, integendeel, alleen de (alledaagse) besognes van enkele gewone vrouwen komen aan bod, maar toch raakt het verhaal je.
En ook hier weer de (auditief) mooie taal ; Libanees, maar wel doorspekt met vele Franse of Engelse woorden.
woensdag 2 maart 2011
Dogville

Een aangrijpende film in een ongewone vorm van Lars von Trier, met een ijzersterke cast, in het bijzonder Nicole Kidman.
Dit is het eerste deel van een trilogie. De andere heb ik nog niet gezien.
Het gegeven is vrij simpel : een onbekende vrouw op de vlucht komt terecht in een kleine, praktisch van de rest van de wereld afgesloten gemeenschap. Daar waar de bewoners aanvankelijk argwanend tegenover haar staan, aanvaarden ze haar na een tijdje, maar dit slaagt weldra alweer om in spanningen, haat, mishandeling en gijzeling van de ongelukkige. Uiteindelijk mondt dit alles uit in een grote climax en in allerlei bespiegelingen over goed en kwaad.
Dit alles in een bijzonder kaal decor : alles speelt zich af op een soort van toneelscène en de huizen, muren, planten enz. zijn enkel op de grond getekend, zonder dat ze er fysiek zijn.

Eerst komt dit nogal bevreemdend over, maar vrij snel aanvaardt de kijker dit gegeven. Mogelijk is het een soort van gimmick, maar het resultaat vormt in mijn ogen een echt huzarenstuk van de regisseur.
De film heeft daardoor qua vorm veel meer weg van een theaterstuk.
Indrukwekkend zijn ook de reeks foto's van armen die te zien zijn terwijl de generiek loopt en die contrasteert met het vrolijke David Bowie-deuntje dat je dan hoort ('Young Americans' als ik me niet vergis).
De film duurt bijna 3 uur en vormt daardoor wel enigszins een uitputtingsslag. Hij vergt heel wat van de kijker, maar die wordt daarvoor dan wel beloond met een bijzondere kijkervaring.
zondag 23 januari 2011
Quiz show

een uitstekende film uit 1994 van acteur/regisseur Robert Redford.
Ik heb hem ooit in de bioscoop Aventure gezien, met nog een handvol liefhebbers en daarna nog eens op tv, maar krijg er geen genoeg van. Voor mij persoonlijk is dit een van de beste films die ik al gezien heb, met soms fraai verbaal vuurwerk tussen de protagonisten, zeker als Van Doren sr. aan het woord komt.
Een puike cast, met in een glansrol Ralph Fiennes, als bolleboos Charles Van Doren. Het is met die film dat ik deze acteur leerde kennen. Eerder al had hij in "Schindler's list" een memorabele glansrol Amon Göth, de kampbevelhebber, neergezet.
De film gaat over een quiz show die TV-kijkend Amerika in de jaren '50 een tijd in zijn ban hield (het medium TV stond toen nog in z'n kinderschoenen). De kijkers werden toen al in de naam van 'entertainment' en commercie systematisch bedrogen en de televisie verloor voor het grote publiek zijn onschuld.
De film dompelt je werkelijk onder in lang vervlogen tijden en alles wordt heel mooi in beeld gebracht, wat mij betreft de Coen-broers waardig. Redford heeft duidelijk veel 'métier'.
De quiz 21 kent een groot succes maar de toenmalige vedette, Herbert Stempel, die door John Turturro als een echte schlemiel wordt neergezet, slaagt er niet meer in het publiek echt te boeien en moet dus gaan. Zijn vervanger is een telg uit de Van Doren-dynastie, een familie van briljante intellectuelen, die meteen een ster wordt door zijn uitermate hoog ideale-schoonzoongehalte. In Dick Goodwin, een geniaal jurist die voor de overheid werkt, vindt hij zijn nemesis, ook al kunnen beide goed met elkaar opschieten.
Goodwin's bedoeling was het te doen om een degelijke reglementering omtrent TV(-entertainment), niet om Van Doren en de bedenkers van de quiz "21" aan het kruis te nagelen maar dat is wat uiteindelijk gebeurde ; alles bleef grosso modo zoals het was en diegenen die het echt voor het zeggen hadden, ontsprongen glansrijk de dans.
Voor de hand liggende parallellen laat ik maar bewust achterwege.
woensdag 5 januari 2011
Dubbel perspectief
De voorbije week heb ik twee films gezien die met enige goede wil als twee kanten van eenzelfde medaille kunnen worden beschouwd, maar het ook niet echt zijn.
De eerste, 'Paradise Now' gaat over twee jonge Palestijnen die de opdracht krijgen om een zelfmoordaanslag uit te voeren, een lotsbestemming waarvoor ze eerder bewust gekozen hadden. Deze film heb ik onlangs op DVD gekocht, nadat ik hem een tijd geleden op video had opgenomen.
De tweede zag ik gisteren in de bioscoop : 'Des hommes et des dieux', over een kleine groep monniken die in het Algerijnse Atlasgeberchte wonen en leven en besluiten om niet te vluchten voor de burgeroorlog en de terreur die er in de jaren '90 in dat land woedden. Het zal een groot deel van hen fataal worden.
Beide films zijn bijzonder sober en eenvoudig, zowel qua vorm als inhoud. Er is haast geen actie en ze draaien rond de manier waarop de diverse protagonisten omgaan met de situatie waarin ze terecht gekomen zijn.
Beide prenten tonen op een serene en integere manier persoonlijke conflicten en vermijden de val van de karikatuur of het melodrama.

Voor mij vormt de grootste verdienste van 'Paradise Now' het feit dat de filmploeg erin slaagt om de kijker te doen beseffen dat zelfmoordterroristen niet noodzakelijk bloeddorstige of gebrainwashte robotten zijn zonder gevoelens, integendeel. De film is tevens een ode aan de vriendschap. Mogelijke punten van kritiek zouden kunnen zijn dat er relatief weinig aandacht wordt besteed aan de familieleden en naasten van de twee protagonisten en tevens dat de effecten van de Israëlische bezetting niet of nauwelijks worden belicht. Daan kan men tegen inbrengen enerzijds dat de figuur van Suha die rol speelt. Deze jonge vrouw, blijkbaar de dochter van een Palestijnse held/martelaar, tracht vooral Saïd op andere gedachten te brengen, maar vruchteloos. Zijn vriend Khaled is aanvankelijk zelfverzekerd, maar begint na verloop van tijd steeds meer te twijfelen. Van de ijzeren greep waarin Israël de bezette gebieden houdt, wordt inderdaad niet heel veel getoond, maar de dreiging is wel steeds latent aanwezig en er wordt wel degelijk aandacht besteed aan de precaire situatie waarin de Palestijnen in die gebieden moeten zien te overleven.
Het personage van Saïd wordt het meest uitgewerkt ; hij lijkt gedreven door zowel de wil om zich te verzetten tegen het onrecht dat zijn volk wordt aangedaan als door de drang om goed te maken om wat zijn vader voorheen mispeuterde, om de familiale smet ongedaan te maken.
Er is geen fysiek geweld te zien in de film, geen actiescènes en toch boeit hij de kijker (ten minste, als je de moeite wil doen om aandachtig te kijken, wat met m'n andere gezinsleden niet bepaald het geval was). Het open einde laat weinig aan de verbeelding over en je raadt wat er te gebeuren staat. Tegelijk voel je mee met de hoofdpersonages, wat toch een huzarenstukje is gezien het beladen onderwerp.

'Des Hommes et des Dieux' vertelt het verhaal van 8, later 9 Franse monniken die leven in een vrij afgelegen streek in Algerije en trachten de lokale gemeenschap bij te staan. Regisseur Xavier Beauvois brengt vooral de manier in beeld waarop deze mannen trachten om te gaan met de wetenschap dat ze zelf ook elk moment het slachtoffer kunnen worden van het klimaat van terreur dat er in de jaren '90 in Algerije heerste.
Ook in deze film is van actie of een intrige nauwelijks tot geen sprake, van snelle cameravoering of spektakel evenmin ; een hele verademing t.o.v. wat tegenwoordig gangbaar is in filmland.
Vaak zien we close-ups of vergezichten en gebeurt er haast niets. De film speelt zich ongeveer af volgens het levenritme van de monniken, die algemeen aanvaard worden in het dorp waar ze vlakbij wonen, ook al zijn zij christenen en de bewoners moslims. Beide respecteren elkaar en van enige bekeringsijver is nergens iets te bespeuren.
Hoe de monniken omgaan met de steeds voelbaardere dreiging staat centraal, niet de gijzeling of hun uiteindelijke dood. Hoe ze sereen trachten zich toch te blijven inzetten voor het welzijn van de burgers rondom hen, ondanks de twijfels en (soms) vertwijfeling.
De scène waarin ze gezamenlijk het avondmaal nuttigen terwijl ze intussen luisteren naar het 'Zwanenmeer' van Tsjaikovski is uitermate ontroerend.
Voor een recensie die een goed beeld van de film geeft, kunt u onder meer hier terecht.
Een film die beklijft en nog steeds in een aantal zalen vertoond wordt.
De eerste, 'Paradise Now' gaat over twee jonge Palestijnen die de opdracht krijgen om een zelfmoordaanslag uit te voeren, een lotsbestemming waarvoor ze eerder bewust gekozen hadden. Deze film heb ik onlangs op DVD gekocht, nadat ik hem een tijd geleden op video had opgenomen.
De tweede zag ik gisteren in de bioscoop : 'Des hommes et des dieux', over een kleine groep monniken die in het Algerijnse Atlasgeberchte wonen en leven en besluiten om niet te vluchten voor de burgeroorlog en de terreur die er in de jaren '90 in dat land woedden. Het zal een groot deel van hen fataal worden.
Beide films zijn bijzonder sober en eenvoudig, zowel qua vorm als inhoud. Er is haast geen actie en ze draaien rond de manier waarop de diverse protagonisten omgaan met de situatie waarin ze terecht gekomen zijn.
Beide prenten tonen op een serene en integere manier persoonlijke conflicten en vermijden de val van de karikatuur of het melodrama.

Voor mij vormt de grootste verdienste van 'Paradise Now' het feit dat de filmploeg erin slaagt om de kijker te doen beseffen dat zelfmoordterroristen niet noodzakelijk bloeddorstige of gebrainwashte robotten zijn zonder gevoelens, integendeel. De film is tevens een ode aan de vriendschap. Mogelijke punten van kritiek zouden kunnen zijn dat er relatief weinig aandacht wordt besteed aan de familieleden en naasten van de twee protagonisten en tevens dat de effecten van de Israëlische bezetting niet of nauwelijks worden belicht. Daan kan men tegen inbrengen enerzijds dat de figuur van Suha die rol speelt. Deze jonge vrouw, blijkbaar de dochter van een Palestijnse held/martelaar, tracht vooral Saïd op andere gedachten te brengen, maar vruchteloos. Zijn vriend Khaled is aanvankelijk zelfverzekerd, maar begint na verloop van tijd steeds meer te twijfelen. Van de ijzeren greep waarin Israël de bezette gebieden houdt, wordt inderdaad niet heel veel getoond, maar de dreiging is wel steeds latent aanwezig en er wordt wel degelijk aandacht besteed aan de precaire situatie waarin de Palestijnen in die gebieden moeten zien te overleven.
Het personage van Saïd wordt het meest uitgewerkt ; hij lijkt gedreven door zowel de wil om zich te verzetten tegen het onrecht dat zijn volk wordt aangedaan als door de drang om goed te maken om wat zijn vader voorheen mispeuterde, om de familiale smet ongedaan te maken.
Er is geen fysiek geweld te zien in de film, geen actiescènes en toch boeit hij de kijker (ten minste, als je de moeite wil doen om aandachtig te kijken, wat met m'n andere gezinsleden niet bepaald het geval was). Het open einde laat weinig aan de verbeelding over en je raadt wat er te gebeuren staat. Tegelijk voel je mee met de hoofdpersonages, wat toch een huzarenstukje is gezien het beladen onderwerp.

'Des Hommes et des Dieux' vertelt het verhaal van 8, later 9 Franse monniken die leven in een vrij afgelegen streek in Algerije en trachten de lokale gemeenschap bij te staan. Regisseur Xavier Beauvois brengt vooral de manier in beeld waarop deze mannen trachten om te gaan met de wetenschap dat ze zelf ook elk moment het slachtoffer kunnen worden van het klimaat van terreur dat er in de jaren '90 in Algerije heerste.
Ook in deze film is van actie of een intrige nauwelijks tot geen sprake, van snelle cameravoering of spektakel evenmin ; een hele verademing t.o.v. wat tegenwoordig gangbaar is in filmland.
Vaak zien we close-ups of vergezichten en gebeurt er haast niets. De film speelt zich ongeveer af volgens het levenritme van de monniken, die algemeen aanvaard worden in het dorp waar ze vlakbij wonen, ook al zijn zij christenen en de bewoners moslims. Beide respecteren elkaar en van enige bekeringsijver is nergens iets te bespeuren.
Hoe de monniken omgaan met de steeds voelbaardere dreiging staat centraal, niet de gijzeling of hun uiteindelijke dood. Hoe ze sereen trachten zich toch te blijven inzetten voor het welzijn van de burgers rondom hen, ondanks de twijfels en (soms) vertwijfeling.
De scène waarin ze gezamenlijk het avondmaal nuttigen terwijl ze intussen luisteren naar het 'Zwanenmeer' van Tsjaikovski is uitermate ontroerend.
Voor een recensie die een goed beeld van de film geeft, kunt u onder meer hier terecht.
Een film die beklijft en nog steeds in een aantal zalen vertoond wordt.
vrijdag 17 december 2010
Nieuwe hobby
M'n hele jonge leven ben ik gefascineerd geweest door gevaarlijke of indrukwekkende dieren en zeker haaien.
De eerste keer dat ik de kans kreeg om "Jaws" te zien, een film waarover ik al veel had gehoord en gelezen, was dan ook een hele belevenis. Vol spanning en verwachting keek ik er naar uit en vermoedelijk zat ik over m'n hele lijf te trillen, en dat niet enkel uit angst. Na "Jaws" volgden er nog 3 gelijknamige films, maar telkens ging het van kwaad naar erger. Waar nr. 2 van deze 'sharksploitation'-reeks nog enigszins te pruimen valt, wekken nr. 3 en 4 hoofdzakelijk ergernis en verveling op. Er werden nog wel films gedraaid met of over haaien, maar niets was echt het vermelden waard. Liefhebbers bleven dus lange tijd op hun honger zitten.
Tot eind jaren '90 "Deep blue sea" in de zalen kwam en we er ons en masse op stortten. Het was bij mijn weten de eerste 'haaienblockbuster' die heel gul gebruik maakte van CGI, computergegenereerde special effects, om duidelijk zichtbaar getruceerde haaien een buslading mensen te doen opeten of verminken. Dit product zette helaas een bedroevende trend : belachelijke films die louter op extravagante ideeën en amateuristische special effects steunden (naast de obligate bloederige toestanden in het water) om de aandacht (en geld) te trekken. De films bestaan voor een groot stuk uit getruceerde haaien ofwel uit fragmenten die onbeschaamd gepikt werden van documentaires. Acteerprestaties zijn onbestaande en de scenario's van de pot gerukt.
Nu met het Internet en zeker You Tube, krijgen fans van dit subgenre de kans om ettelijke haaienfilms op die manier te bekijken. Alleen... de overgrote meerderheid is gewoon onvoorstelbaar slecht gemaakt en i.p.v. de kijker te doen huiveren, werken ze in het beste geval louter op de lachspieren of, erger, wekken ze ergernis op.
Een ding is zeker : de makers namen hun publiek niet ernstig, tenzij ze mikten op kinderen die normaal naar Mega Mindy of Bumba kijken. Vooral productiehuis NU Image grossierde in dergelijke potsierlijke films.
Bij onze goede vrienden van het onvolprezen Nanarland stonden onvermijdelijk ook al soortgelijke films op het programma. Hun recensie van Shark attack 3 : Megalodon geeft een aardig beeld van hun visie op de zaken.
Dus waarom ze toch bekijken ? Gewoon voor de lol en wegens de amusante commentaren van de internauten.
Een greep uit de bestaande titels ?
- Blue demon
- Shark attack 2
- Shark attack 3 : Megalodon
- Spring break shark attack
- Raging sharks
- Shark swarm
Maar uit welke film een fragment (en welke bijhorende commentaar) met bijhorende hilarische commentaar kiezen ?
Ik ga maar voor Shark attack 3, alleen al wegens de haai waarvan het spijsverteringsstelsel blijkbaar wat opspeelt of gromt 'ie gewoon wat ?
Blue demon is ook integraal op you tube te bekijken en even grotesk.
Uiteindelijk heeft mijn verkenningstocht alvast 1 ding opgeleverd wat me in de toekomst ongetwijfeld nog vaak van pas gaat komen : een onfeilbare versiertip. Kijk, luister en oordeel zelf maar !
De eerste keer dat ik de kans kreeg om "Jaws" te zien, een film waarover ik al veel had gehoord en gelezen, was dan ook een hele belevenis. Vol spanning en verwachting keek ik er naar uit en vermoedelijk zat ik over m'n hele lijf te trillen, en dat niet enkel uit angst. Na "Jaws" volgden er nog 3 gelijknamige films, maar telkens ging het van kwaad naar erger. Waar nr. 2 van deze 'sharksploitation'-reeks nog enigszins te pruimen valt, wekken nr. 3 en 4 hoofdzakelijk ergernis en verveling op. Er werden nog wel films gedraaid met of over haaien, maar niets was echt het vermelden waard. Liefhebbers bleven dus lange tijd op hun honger zitten.
Tot eind jaren '90 "Deep blue sea" in de zalen kwam en we er ons en masse op stortten. Het was bij mijn weten de eerste 'haaienblockbuster' die heel gul gebruik maakte van CGI, computergegenereerde special effects, om duidelijk zichtbaar getruceerde haaien een buslading mensen te doen opeten of verminken. Dit product zette helaas een bedroevende trend : belachelijke films die louter op extravagante ideeën en amateuristische special effects steunden (naast de obligate bloederige toestanden in het water) om de aandacht (en geld) te trekken. De films bestaan voor een groot stuk uit getruceerde haaien ofwel uit fragmenten die onbeschaamd gepikt werden van documentaires. Acteerprestaties zijn onbestaande en de scenario's van de pot gerukt.
Nu met het Internet en zeker You Tube, krijgen fans van dit subgenre de kans om ettelijke haaienfilms op die manier te bekijken. Alleen... de overgrote meerderheid is gewoon onvoorstelbaar slecht gemaakt en i.p.v. de kijker te doen huiveren, werken ze in het beste geval louter op de lachspieren of, erger, wekken ze ergernis op.
Een ding is zeker : de makers namen hun publiek niet ernstig, tenzij ze mikten op kinderen die normaal naar Mega Mindy of Bumba kijken. Vooral productiehuis NU Image grossierde in dergelijke potsierlijke films.
Bij onze goede vrienden van het onvolprezen Nanarland stonden onvermijdelijk ook al soortgelijke films op het programma. Hun recensie van Shark attack 3 : Megalodon geeft een aardig beeld van hun visie op de zaken.
Dus waarom ze toch bekijken ? Gewoon voor de lol en wegens de amusante commentaren van de internauten.
Een greep uit de bestaande titels ?
- Blue demon
- Shark attack 2
- Shark attack 3 : Megalodon
- Spring break shark attack
- Raging sharks
- Shark swarm
Maar uit welke film een fragment (en welke bijhorende commentaar) met bijhorende hilarische commentaar kiezen ?
Ik ga maar voor Shark attack 3, alleen al wegens de haai waarvan het spijsverteringsstelsel blijkbaar wat opspeelt of gromt 'ie gewoon wat ?
Blue demon is ook integraal op you tube te bekijken en even grotesk.
Uiteindelijk heeft mijn verkenningstocht alvast 1 ding opgeleverd wat me in de toekomst ongetwijfeld nog vaak van pas gaat komen : een onfeilbare versiertip. Kijk, luister en oordeel zelf maar !
donderdag 16 december 2010
The panic in needle park

Van de drie eerder vermelde films over (drugs)verslavingen, vond ik deze het meest indrukwekkend.
Vooral het contrast tussen Needle Park en Trainspotting trof me, zowel (vooral ?) qua vorm als qua inhoud of verloop van de film.
Waar Trainspotting de kijker van meet af aan enigszins murw probeert te slaan met een indrukwekkende soundtrack, spetterende dialogen, heel inventieve vondsten en uiteindelijk "redemption" voor ten minste 1 protagonist, ontbreekt in Needle Park elke muziek, wordt het geheel ook veel soberder in beeld gebracht en is er sprake van een open einde. Maar mede door het gebrek aan franjes beklijft Needle Park ook zo.
In deze twee films zien we ook een omgekeerde evolutie : in Trainspotting een protagonist die het junkieleven, en de daarbij horende groep gelijkgezinden, uiteindelijk achter zich laat en volop kiest voor het soort conformistisch bestaan waar we collectief voor gaan, namelijk (veel) geld verdienen, comfortabel leven, huisje, auto, eventueel kinderen enz. In Needle Park maakt een buitenstaander kennis met een drugsgebruiker en diens vriendenkring, proeft na een tijdje ook van de verboden vrucht en raakt er op den duur helemaal aan verslingerd, zonder dat op het einde duidelijk wordt of ze uiteindelijk kon afkicken.
Er zijn wel enige gelijkenissen, onder meer de puike acteerprestaties. Al Pacino en Kitty Winn spelen alle andere acteurs van het scherm. Blijkbaar was dit een van de eerste grote rollen van Pacino en overtuigde zijn prestatie M. Scorsese ervan om hem een hoofdrol in The Godfather te geven. Ewan McGregors draagt met zijn présence en energie dan weer Trainspotting.
In beide films worden vrij troosteloze buurten in beeld gebracht, de ene in het Schotse Edinburgh, de andere in een minder glamoureus deel van New York. En de close ups van zich injecterende heroïnegebruikes zijn legio.
Het verhaal van The panic in needle park is vrij eenvoudig : Helen heeft net een voor haar vrij traumatische gebeurtenis achter de rug en maakt kennis met de charismatische Bobby. Beiden worden vrij snel verliefd op elkaar, maar Helen weet aanvankelijk niet dat Bobby (bij gelegenheid) heroïne spuit. Ze komt er wel vrij snel achter, maar blijft bij hem en zijn maten. Bobby begint echter langzaam dieper weg te zinken en doordat hij Helen wat verwaarloost op seksueel vlak, bezwijkt ze uiteindelijk voor de verleiding. Beide raken op den duur echt verslaafd, ook al tracht een rechercheur vruchteloos Helen te helpen. Als Bobby na een fout gelopen inbraak naar de gevangenis moet, blijft Helen alleen achter en raakt ze nog meer verslaafd, waardoor ze in de prostitutie belandt. Daar is Bobby niet bijster gelukkig mee als hij weer vrijkomt, maar hij hervat ook zijn vorig leven en begint ook te dealen. Helen brengt haar dagen steeds vaker high en compleet van de kaart door, wat na verloop van tijd zelfs Bobby begint te vervelen. Hij verdwijnt mede door toedoen van Helen dan voor een 2de maal achter de tralies, De film eindigt ermee dat Helen Bobby opwacht als hij opnieuw vrij komt en samen wandelen ze weg.
maandag 6 december 2010
Zondagnamiddag
Gisteren kon ik voor het eerst sinds lang nog eens een zondagnamiddag alleen doorbrengen.
Na enkele huishoudelijke klussen kon ik me onder meer in de zetel installeren (zonder dekentje !) om 'Trainspotting' te herbekijken. Dat in het kader van een 'junkietrilogie', want na deze film komen nog 'Requiem for a dream' en 'Panic in needle park' aan de beurt. In dat rijtje past ook nog 'Drugstore cowboy' maar die heb ik niet op video en kan hem dus ook niet overzetten op dvd.
'Trainspotting' blijft toch na al die jaren indruk maken, zowel door de vaart in de film als de (zwarte) humor, de muziek (dankzij 'Born slippy' van Underworld begon ik te beseffen dat elektronische dansmuziek niet noodzakelijk allemaal rommel is) als de wijze waarop de protagonisten in het leven staan en hun houding t.o.v. drugs. En voor wie dat allemaal bijzaak is, is er nog de prominente aanwezigheid van (Z)Iggy Pop.
Tegelijk merkte ik dat BBC2 de snookermatch tussen Stephen Hendry en Jimmy White uitzond. Het was jaren geleden dat ik de kans kreeg om White nog eens aan het werk te zien. Zijn glorieperiode ligt al lang achter hem (evenals die van Hendry overigens) en in de ranking is hij ver weggezakt, maar het doet toch plezier om te weten dat hij nog eens kon doorstoten tot het stadium van een belangrijk snookertoernooi (UK-kampioenschap) dat door de BBC wordt uitgezonden. In de jaren '80 en '90 was White op het Kanaal enorm populair door zijn flamboyante levenswijze en zijn aanvallende en heel snelle speelstijl.
Het is een enorm geladen match. De grote ambitie van (de jonge) Jimmy White was om ooit professioneel wereldkampioen snooker te worden (in 1980 werd hij op 18-jarige leeftijd wereldkampioen bij de amateurs). Het is hem nooit gelukt, ondanks het feit dat hij 6 maal tot in de finale raakte. Daar werd hij 4 keer geklopt door een zekere... Stephen Hendry...
Na een veelbelovend begin, zakte de kwaliteit van de wedstrijd dramatisch door de soms hallucinante fouten die beide spelers maakten. De eerste sessie eindigde op een billijke 4-4 stand. Deze namiddag volgt de ontknoping en wie het eerste 9 frames wint, is de winnaar.
Hierbij een frame tussen twee legendes : Jimmy White en de onlangs overleden Alex Higgins, een maat van hem. Whites spectaculaire spel wordt in dit fragment ook voor de leek overduidelijk vanaf zowat de 5de minuut.
Om de avond waardig af te sluiten vond ik er niets beter op om te douchen met koud water. Dat zorgt dezer dagen immers ook voor een zekere 'rush'.
Na enkele huishoudelijke klussen kon ik me onder meer in de zetel installeren (zonder dekentje !) om 'Trainspotting' te herbekijken. Dat in het kader van een 'junkietrilogie', want na deze film komen nog 'Requiem for a dream' en 'Panic in needle park' aan de beurt. In dat rijtje past ook nog 'Drugstore cowboy' maar die heb ik niet op video en kan hem dus ook niet overzetten op dvd.
'Trainspotting' blijft toch na al die jaren indruk maken, zowel door de vaart in de film als de (zwarte) humor, de muziek (dankzij 'Born slippy' van Underworld begon ik te beseffen dat elektronische dansmuziek niet noodzakelijk allemaal rommel is) als de wijze waarop de protagonisten in het leven staan en hun houding t.o.v. drugs. En voor wie dat allemaal bijzaak is, is er nog de prominente aanwezigheid van (Z)Iggy Pop.
Tegelijk merkte ik dat BBC2 de snookermatch tussen Stephen Hendry en Jimmy White uitzond. Het was jaren geleden dat ik de kans kreeg om White nog eens aan het werk te zien. Zijn glorieperiode ligt al lang achter hem (evenals die van Hendry overigens) en in de ranking is hij ver weggezakt, maar het doet toch plezier om te weten dat hij nog eens kon doorstoten tot het stadium van een belangrijk snookertoernooi (UK-kampioenschap) dat door de BBC wordt uitgezonden. In de jaren '80 en '90 was White op het Kanaal enorm populair door zijn flamboyante levenswijze en zijn aanvallende en heel snelle speelstijl.
Het is een enorm geladen match. De grote ambitie van (de jonge) Jimmy White was om ooit professioneel wereldkampioen snooker te worden (in 1980 werd hij op 18-jarige leeftijd wereldkampioen bij de amateurs). Het is hem nooit gelukt, ondanks het feit dat hij 6 maal tot in de finale raakte. Daar werd hij 4 keer geklopt door een zekere... Stephen Hendry...
Na een veelbelovend begin, zakte de kwaliteit van de wedstrijd dramatisch door de soms hallucinante fouten die beide spelers maakten. De eerste sessie eindigde op een billijke 4-4 stand. Deze namiddag volgt de ontknoping en wie het eerste 9 frames wint, is de winnaar.
Hierbij een frame tussen twee legendes : Jimmy White en de onlangs overleden Alex Higgins, een maat van hem. Whites spectaculaire spel wordt in dit fragment ook voor de leek overduidelijk vanaf zowat de 5de minuut.
Om de avond waardig af te sluiten vond ik er niets beter op om te douchen met koud water. Dat zorgt dezer dagen immers ook voor een zekere 'rush'.
dinsdag 23 november 2010
Les convoyeurs attendent

Dit weekend heb ik deze mooie, bij wijlen poëtische film van Benoît Mariage bekeken, met onder meer de veelzijdige Benoît Poelvoorde in een van de hoofdrollen. Het is een zwart-witfilm over gewone mensen in, naar ik veronderstel, de Borinage en hun dagelijkse gevecht om een beter lot ; een beetje naturalisme op pellicule, met relatief weinig middelen gemaakt, maar daarom niet slechter, integendeel. Dromen, desillusies, gefnuikte ambities, de drama's die dat kan teweeg brengen, menselijke warmte ondanks herhaalde tegenslagen enz. En een serieuze dosis zwarte humor.
Het verhaal is origineel en pretentieloos : een man die een job heeft als fotograaf van vooral verkeersongevallen probeert een auto te winnen. Daarvoor schakelt hij zijn zoon in, die moet proberen in het Guinness Book of Records te komen (of iets gelijkaardigs). Voor de vader lijkt het record 'deuren openen en weer sluiten' haalbaar. Dat leidt tot allerlei toestanden.
De personages worden mooi en met veel mededogen in beeld gebracht, ondanks de banale realiteit/hun eenvoudige leven op de rand van de 4de wereld.
Abonneren op:
Posts (Atom)








