vrijdag 31 december 2010

Mens sana in corpore sano

Dit citaat gaat in de huidige context maar gedeeltelijk voor mij op.
Hetgeen op 'mens' slaat, geldt namelijk maar ten dele. In een samenleving die ik grotendeels verwerp, wens ik namelijk geenszins aan de heersende norm te voldoen en dus ook geen gezonde geest te hebben volgens de criteria die men doorgaans hanteert.

Langs de andere kant heb ik gisteren voor het eerst sinds enkele jaren nog eens wat gezwommen. 20 moeizame lengtes om precies te zijn (daar waar ik er vroeger makkelijk 50 deed na een beetje training) al hadden het er meer kunnen zijn indien ik geen oogje in het zeil moest gaan houden in het bad waar de kinderen zaten. Eerlijk gezegd, die fysieke inspanning deed me goed en dat was ik vergeten. Misschien moet ik me in de toekomst toch maar wat meer naar het zwembad slepen. M'n blubberbuik zal me niet dankbaar zijn, maar misschien komt het m'n zelfbeeld wel ten goede en herrijst die adonis die ik vroeger was, inclusief wasbordje, wel weer uit z'n as !

Overigens ben ik vanmorgen wel ontsnapt aan een bont en blauw voorkomen. De straten lagen er zodanig glad bij dat ik, toen ik naar de bakker fietste, eenmaal een elegante pirouette maakte terwijl ik gewoon rechtdoor fietste en eenmaal ook echt gevallen ben, gewoon omdat de straten in een ijsbaan waren veranderd ; je kon er gewoon over glijden of sleeën, terwijl de sneeuw al grotendeels verdwenen was.

Nog een afscheid

Van Marco Melandri deze keer, die het MotoGP-circus verlaat en bijna noodgedwongen verhuist naar het WK Superbikes. De MotoGP verhoudt zich t.o.v. de Superbikes zowat als de F1 in de autosport (dus de absolute top) in vergelijking met uithoudingsraces of toerismewagens. Deze laatste categorieën zijn minder prestigieus, maar de races zijn vaak spannender en spectaculairder.

Ik heb altijd een zwak gehad voor de 28-jarige Melandri, die van 2005 tot 2007 meedraaide met de besten in de MotoGP en eenmaal vice-wereldkampioen werd. Daarvoor werd hij in 2002 wereldkampioen in de 250cc-klasse, de laatste stap op weg naar de koninginneklasse. Hij is een uitstekend rijder en ook zijn persoonlijkheid wist me te bekoren, wellicht omdat ik enkele trekken van mezelf in hem herkende : timide, discrete jongen dus geen 'groot lawaai', doorbijter.
Vanaf volgend jaar rijdt hij voor het fabrieksteam van Yamaha in de superbikes. Hopelijk gaat hem dat beter af dan de voorbije jaren in MotoGP en zeker het jaar 2008, waarin grote dingen van hem verwacht werden omdat hij naar het fabrieksteam van Ducati verhuisde, dat in 2007 wereldkampioen werd. Helaas kon hij totaal niet overweg met de desmosedici en deemsterde Melandri compleet weg, terwijl zijn teamgenoot de overwinningen nog aan elkaar rijgde. In 2009 ging het iets beter met een privé-Kawasaki, waarmee hij af en toe hoge ogen gooide en zich voor 2010 van een plaatsje kon verzekeren bij een team dat met privé-Honda's meereed (Gresini). Maar dat helaas was zijn zwanenzang.

Nog iemand die vertrekt is Casey Stoner, die zijn geluk bij het fabrieksteam van Honda gaat beproeven. Na 4 succesvolle jaren bij Ducati, bekroond met de wereldtitel voor zowel rijders als merken in 2007, zoekt ook hij andere horizonten op. Zelf ben ik nooit echt fan geweest van Stoner, maar ik supporterde elke race toch voor hem omdat hij enkele jaren de enige is geweest die regelmatig de Ducati naar de overwinning wist te loodsen. En zijn spectaculaire rijstijl deed de rest. Qua persoonlijkheid kan hij niet tippen aan de meest charismatische figuren in de MotoGP-paddock, maar eens op de baan steekt hij qua indrukwekkende rijstijl haast iedereen zichtbaar en hoorbaar de loef af.

Stoner wordt bij Ducati vervangen door een levende legende : Valentino Rossi, 9-voudig wereldkampioen als ik het goed heb. Het wordt wat dat betreft even wennen voor mij, want ik ben nooit fan van Rossi geweest, ook al heb ik groot respect voor zijn fenomenale prestaties en palmares. De druk op hem en Ducati zal alvast immens zijn : een nu reeds legendarische Italiaan die voor een iconische Italiaanse motorfietsconstructeur voor de wereldtitel zal strijden. Benieuwd wat dat gaat geven.

Voor mij is het al goed als Jorge Lorenzo zijn titel van dit jaar niet verlengt. Of Rossi, dan wel Stoner het haalt, maakt me niet zo veel uit. Maar ik heb toch een lichte voorkeur voor Rossi. Wait (anxiously) and see.

Tot slot kijk ik nog uit naar de wederoptredende Chris Vermeulen, de Australiër die in 2011 weer bij Kawasaki rijdt. Hij raakte vorig jaar in het begin van het seizoen zwaar geblesseerd tijdens een crash en nu hopelijk een relatief zorgeloos seizoen kan tegemoet zien, met een motorfiets die hem weer wat succes brengt (iets wat met Kawasaki's in Superbike al heel lang geleden is).

dinsdag 28 december 2010

Blitzbezoek

Het voorbije weekend kregen we eindelijk het lang aangekondigde bezoek van een oude, geliefde Braziliaanse vriend.
Ik leerde Luiz in 1990 kennen toen hij in een Brussels instituut 2 jaar theologie of filosofie kwam studeren. We hebben samen heel wat fijne momenten meegemaakt en ook bij M. heeft hij al jaren een plekje in haar hart veroverd. Telkens konden we in Brazilië op een hartelijk welkom rekenenen en Luiz en zijn familie/vrienden probeerden het ons elke keer zo veel mogelijk naar onze zin te maken, wat ook steevast lukte. Intussen zijn ook S. en R. absoluut verzot op hem.

Dit jaar kreeg hij de kans om voor een paar weken naar Europa te komen en in zijn drukke agenda vond hij gelukkig een gaatje om ook bij ons langs te komen. Helaas bleek zaterdag dat hij amper 1 dag kon blijven. Nauwelijks tijd genoeg om wat bij te praten eigenlijk voordat we zondag weer afscheid moesten nemen, dit wellicht voor opnieuw een paar jaar.

Een beter kerstgeschenk kon ik me eigenlijk nauwelijks dromen.

woensdag 22 december 2010

Nog humor

Adolf Hitler heeft een mindere dag.

Blijft ook na jaren weergaloos.
Een woordje uitleg misschien : de Ewan en Charlie waarvan sprake zijn Ewan McGregor (zie lager) en zijn vriend Charlie Boorman die jaren geleden met een BMW-motorfiets van Schotland naar Zuid-Afrika reden.

vrijdag 17 december 2010

Nieuwe hobby

M'n hele jonge leven ben ik gefascineerd geweest door gevaarlijke of indrukwekkende dieren en zeker haaien.
De eerste keer dat ik de kans kreeg om "Jaws" te zien, een film waarover ik al veel had gehoord en gelezen, was dan ook een hele belevenis. Vol spanning en verwachting keek ik er naar uit en vermoedelijk zat ik over m'n hele lijf te trillen, en dat niet enkel uit angst. Na "Jaws" volgden er nog 3 gelijknamige films, maar telkens ging het van kwaad naar erger. Waar nr. 2 van deze 'sharksploitation'-reeks nog enigszins te pruimen valt, wekken nr. 3 en 4 hoofdzakelijk ergernis en verveling op. Er werden nog wel films gedraaid met of over haaien, maar niets was echt het vermelden waard. Liefhebbers bleven dus lange tijd op hun honger zitten.

Tot eind jaren '90 "Deep blue sea" in de zalen kwam en we er ons en masse op stortten. Het was bij mijn weten de eerste 'haaienblockbuster' die heel gul gebruik maakte van CGI, computergegenereerde special effects, om duidelijk zichtbaar getruceerde haaien een buslading mensen te doen opeten of verminken. Dit product zette helaas een bedroevende trend : belachelijke films die louter op extravagante ideeën en amateuristische special effects steunden (naast de obligate bloederige toestanden in het water) om de aandacht (en geld) te trekken. De films bestaan voor een groot stuk uit getruceerde haaien ofwel uit fragmenten die onbeschaamd gepikt werden van documentaires. Acteerprestaties zijn onbestaande en de scenario's van de pot gerukt.

Nu met het Internet en zeker You Tube, krijgen fans van dit subgenre de kans om ettelijke haaienfilms op die manier te bekijken. Alleen... de overgrote meerderheid is gewoon onvoorstelbaar slecht gemaakt en i.p.v. de kijker te doen huiveren, werken ze in het beste geval louter op de lachspieren of, erger, wekken ze ergernis op.
Een ding is zeker : de makers namen hun publiek niet ernstig, tenzij ze mikten op kinderen die normaal naar Mega Mindy of Bumba kijken. Vooral productiehuis NU Image grossierde in dergelijke potsierlijke films.

Bij onze goede vrienden van het onvolprezen Nanarland stonden onvermijdelijk ook al soortgelijke films op het programma. Hun recensie van Shark attack 3 : Megalodon geeft een aardig beeld van hun visie op de zaken.

Dus waarom ze toch bekijken ? Gewoon voor de lol en wegens de amusante commentaren van de internauten.
Een greep uit de bestaande titels ?
- Blue demon
- Shark attack 2
- Shark attack 3 : Megalodon
- Spring break shark attack
- Raging sharks
- Shark swarm

Maar uit welke film een fragment (en welke bijhorende commentaar) met bijhorende hilarische commentaar kiezen ?
Ik ga maar voor Shark attack 3, alleen al wegens de haai waarvan het spijsverteringsstelsel blijkbaar wat opspeelt of gromt 'ie gewoon wat ?



Blue demon is ook integraal op you tube te bekijken en even grotesk.

Uiteindelijk heeft mijn verkenningstocht alvast 1 ding opgeleverd wat me in de toekomst ongetwijfeld nog vaak van pas gaat komen : een onfeilbare versiertip. Kijk, luister en oordeel zelf maar !

donderdag 16 december 2010

The panic in needle park


Van de drie eerder vermelde films over (drugs)verslavingen, vond ik deze het meest indrukwekkend.

Vooral het contrast tussen Needle Park en Trainspotting trof me, zowel (vooral ?) qua vorm als qua inhoud of verloop van de film.
Waar Trainspotting de kijker van meet af aan enigszins murw probeert te slaan met een indrukwekkende soundtrack, spetterende dialogen, heel inventieve vondsten en uiteindelijk "redemption" voor ten minste 1 protagonist, ontbreekt in Needle Park elke muziek, wordt het geheel ook veel soberder in beeld gebracht en is er sprake van een open einde. Maar mede door het gebrek aan franjes beklijft Needle Park ook zo.
In deze twee films zien we ook een omgekeerde evolutie : in Trainspotting een protagonist die het junkieleven, en de daarbij horende groep gelijkgezinden, uiteindelijk achter zich laat en volop kiest voor het soort conformistisch bestaan waar we collectief voor gaan, namelijk (veel) geld verdienen, comfortabel leven, huisje, auto, eventueel kinderen enz. In Needle Park maakt een buitenstaander kennis met een drugsgebruiker en diens vriendenkring, proeft na een tijdje ook van de verboden vrucht en raakt er op den duur helemaal aan verslingerd, zonder dat op het einde duidelijk wordt of ze uiteindelijk kon afkicken.

Er zijn wel enige gelijkenissen, onder meer de puike acteerprestaties. Al Pacino en Kitty Winn spelen alle andere acteurs van het scherm. Blijkbaar was dit een van de eerste grote rollen van Pacino en overtuigde zijn prestatie M. Scorsese ervan om hem een hoofdrol in The Godfather te geven. Ewan McGregors draagt met zijn présence en energie dan weer Trainspotting.
In beide films worden vrij troosteloze buurten in beeld gebracht, de ene in het Schotse Edinburgh, de andere in een minder glamoureus deel van New York. En de close ups van zich injecterende heroïnegebruikes zijn legio.

Het verhaal van The panic in needle park is vrij eenvoudig : Helen heeft net een voor haar vrij traumatische gebeurtenis achter de rug en maakt kennis met de charismatische Bobby. Beiden worden vrij snel verliefd op elkaar, maar Helen weet aanvankelijk niet dat Bobby (bij gelegenheid) heroïne spuit. Ze komt er wel vrij snel achter, maar blijft bij hem en zijn maten. Bobby begint echter langzaam dieper weg te zinken en doordat hij Helen wat verwaarloost op seksueel vlak, bezwijkt ze uiteindelijk voor de verleiding. Beide raken op den duur echt verslaafd, ook al tracht een rechercheur vruchteloos Helen te helpen. Als Bobby na een fout gelopen inbraak naar de gevangenis moet, blijft Helen alleen achter en raakt ze nog meer verslaafd, waardoor ze in de prostitutie belandt. Daar is Bobby niet bijster gelukkig mee als hij weer vrijkomt, maar hij hervat ook zijn vorig leven en begint ook te dealen. Helen brengt haar dagen steeds vaker high en compleet van de kaart door, wat na verloop van tijd zelfs Bobby begint te vervelen. Hij verdwijnt mede door toedoen van Helen dan voor een 2de maal achter de tralies, De film eindigt ermee dat Helen Bobby opwacht als hij opnieuw vrij komt en samen wandelen ze weg.

zondag 12 december 2010

Humor

dinsdag 7 december 2010

Bof

voor de zonderling die hier nog rondsnuistert en die het zou interesseren : Jimmy White heeft de wedstrijd gisteren (alweer) verloren met 9-8.

Positief voor mezelf is dan weer dat ik gisteren heb vastgesteld dat ik nog niet compleet ben afgestompt.
Voor het eerst heb ik me op een internetforum eens gemoeid in een discussie die sinds enkele jaren weer oplaait telkens als koning winter in het land is. En blijkbaar gebruiken anderen elders ook enkele van de argumenten die ik aanhaalde en dat los van elkaar.
Waar gaat het over : het verplichten door de overheid van winterbanden.
Ik ben daar dus tegenstander van.

maandag 6 december 2010

Zondagnamiddag

Gisteren kon ik voor het eerst sinds lang nog eens een zondagnamiddag alleen doorbrengen.
Na enkele huishoudelijke klussen kon ik me onder meer in de zetel installeren (zonder dekentje !) om 'Trainspotting' te herbekijken. Dat in het kader van een 'junkietrilogie', want na deze film komen nog 'Requiem for a dream' en 'Panic in needle park' aan de beurt. In dat rijtje past ook nog 'Drugstore cowboy' maar die heb ik niet op video en kan hem dus ook niet overzetten op dvd.
'Trainspotting' blijft toch na al die jaren indruk maken, zowel door de vaart in de film als de (zwarte) humor, de muziek (dankzij 'Born slippy' van Underworld begon ik te beseffen dat elektronische dansmuziek niet noodzakelijk allemaal rommel is) als de wijze waarop de protagonisten in het leven staan en hun houding t.o.v. drugs. En voor wie dat allemaal bijzaak is, is er nog de prominente aanwezigheid van (Z)Iggy Pop.

Tegelijk merkte ik dat BBC2 de snookermatch tussen Stephen Hendry en Jimmy White uitzond. Het was jaren geleden dat ik de kans kreeg om White nog eens aan het werk te zien. Zijn glorieperiode ligt al lang achter hem (evenals die van Hendry overigens) en in de ranking is hij ver weggezakt, maar het doet toch plezier om te weten dat hij nog eens kon doorstoten tot het stadium van een belangrijk snookertoernooi (UK-kampioenschap) dat door de BBC wordt uitgezonden. In de jaren '80 en '90 was White op het Kanaal enorm populair door zijn flamboyante levenswijze en zijn aanvallende en heel snelle speelstijl.
Het is een enorm geladen match. De grote ambitie van (de jonge) Jimmy White was om ooit professioneel wereldkampioen snooker te worden (in 1980 werd hij op 18-jarige leeftijd wereldkampioen bij de amateurs). Het is hem nooit gelukt, ondanks het feit dat hij 6 maal tot in de finale raakte. Daar werd hij 4 keer geklopt door een zekere... Stephen Hendry...
Na een veelbelovend begin, zakte de kwaliteit van de wedstrijd dramatisch door de soms hallucinante fouten die beide spelers maakten. De eerste sessie eindigde op een billijke 4-4 stand. Deze namiddag volgt de ontknoping en wie het eerste 9 frames wint, is de winnaar.
Hierbij een frame tussen twee legendes : Jimmy White en de onlangs overleden Alex Higgins, een maat van hem. Whites spectaculaire spel wordt in dit fragment ook voor de leek overduidelijk vanaf zowat de 5de minuut.



Om de avond waardig af te sluiten vond ik er niets beter op om te douchen met koud water. Dat zorgt dezer dagen immers ook voor een zekere 'rush'.

Dichtgeslibd centrum

Vrijdag mochten we op het werk wat vroeger naar huis, omdat men er Sint-Barbara, de patroonheilige, vierde.
Ik profiteerde ervan om naar de lokale bioshop te gaan. Met de fiets. Zonder winterbanden.
Wel, ik was een stuk sneller dan de automobilisten die zich in het centrum begaven. Dat ondanks de koude, de sneeuwnevel die viel en de wagens die me al dan niet opzettelijk de weg versperden. Voorwaar geen sinecure als je relatief zwaar geladen weer naar huis keert op wegen die niet in optimale staat waren.
Maar het is tegelijk ook bevredigend om op die manier de automobilisten een neus te zetten.

donderdag 2 december 2010

Caramba !

Deze week stond een beetje in het teken van flamenco.

Woensdagavond ben ik voor het eerst in m’n leven naar een flamencovoorstelling geweest, door Maria Juncal Y Companía. M. volgt namelijk sinds enkele maanden flamencoles en ze wilde er graag naartoe. Op haar vraag of ik mee wilde, antwoordde ik schoorvoetend “ja”.

Na op de fiets de bijtende koude te hebben getrotseerd, namen we plaats in de knusse zetels van De Warande. Ik had geen idee van wat we konden verwachten en was dus nogal benieuwd, maar ook wat bevreesd toen ik merkte dat het programma 2 uur zou duren. Compleet ongegronde argwaan, want het was prachtig, ontroerend, indrukwekkend !

De groep bestond uit vijf danseressen en een zevenkoppige begeleidingsgroep waarvan er ook 2 mannen zich de ziel uit het lijf zongen. Af en toe leek mevrouw Juncal in een soort artistiek duel te zijn met haar beide zangers, waarvan de manier van zingen en de mimiek en gebaren me soms deden denken aan het qawwali-gezang van bijvoorbeeld Nusrat Fateh Ali Khan. Ze doorspekten hun liederen ook met allerlei aanmoedigingen : de 'olé's' of 'caramba's' werden gul in het rond gestrooid. Mogelijk zijn dat spontane uitingen van enthousiasme of goedkeuring, mogelijk hoort dat standaard bij dergelijke muziek en dans.
Flamenco leek me een vorm van Spaanse blues : de danseressen leken bij momenten woede, verdriet of wanhoop te willen uitbeelden en de wijze waarop de zangers soms tekeer gingen deden me daar toch ook aan denken.

Op zo'n show leveren de flamencodanseressen een waarlijk atletische prestatie. Meer dan eens spatte het zweet ook in het rond.

Enige bemerking misschien : het einde werd wat te lang uitgesponnen en leek op den duur meer weg te hebben van een demonstratie van haar virtuositeit en kunnen dan echt nog iets bij te brengen aan de voorstelling. Een beetje zoals gitaarhelden hun virtuositeit graag tentoon spreiden door (ellen)lange solo's vol spectaculair gespeeelde tonen.

Vrijdagavond gaf M.'s flamencolerares in een taverne/restaurant in de streek een demonstratie. Helaas begon men veel te laat omdat de gitarist op zich liet wachten. S. vroeg al voor het begin om terug naar huis te gaan, want hij was moe. Zo werden we min of meer helaas 'gedwongen' om een halfuur na het begin te vertrekken. Verschillende medecursisten werden mee op de vloer uitgenodigd. Jammer genoeg had M. haar spullen niet mee, want ik zag dat ze zat te popelen om mee te doen.

Treinlectuur

Ruim halfweg "Romans libertins du XVIIIe siècle" ben ik nu toch toe aan een beetje serieuzere lectuur.
1400 bladzijden (licht) erotische/pornografische werken zonder veel inhoud zijn blijkbaar te veel van het goede voor mij en nopen me een rustpauze in te lassen.

'Thérèse philosophe', dat ik al eerder vermeldde, vormt op dat vlak een uitzondering. Daarin neemt de vermoedelijke auteur (Boyer d'Argens) de moraal en de godsdienstbeleving de religieuze instituten zwaar op de korrel. Daarnaast is de tekst ook gewoon grappig, ondanks of waarschijnlijk mede dankzij het soms schunnige taalgebruik dat niet zo vaak in literaire werken wordt gehanteerd. Om een of andere reden vind ik dat register in het Frans ook veel verfijnder dan in het Nederlands. Het leest een stuk aangenamer, mede door de humor die erdoor wordt binnengesmokkeld. De auteur van ‘Thérèse philosophe’ (weze het Boyer d’Argens of iemand anders) is duidelijk een voorloper van de Sade, maar deze laatste gaat nog veel verder in zijn kritiek op en afbraak van de gevestigde waarden. De eerste is namelijk een groot voorstander van het bewaren van de bestaande orde (hoe dat in het 18de-eeuwse Frankrijk te verzoenen valt met een radicale godsdienstkritiek is mij niet geheel duidelijk), terwijl de Sade die frontaal aanvalt en volledig afbreekt. De Sade beoogt een revolutie, Boyer d'Argens duidelijk niet. Concreet voorbeeld : bij Boyer d'Argens is er nergens sprake van sadisme of het niet respecteren van de medemens.

Een andere auteur wiens werk is met plezier gelezen heb : Godard d'Aucour, waarvan “Thémidore ou Mon histoire et celle de ma maîtresse » een plaats vond in deze verzameling. Guitige, vlotte lectuur. Andere auteurs waarvan ik reeds iets las in dit boek : Crébillon fils, La Morlière, Voisenon, Duclos. Vrije zeden gaan hier zogezegd hand in hand met vrijdenkerij, maar van dit laatste is, buiten “Thérèse philosophe” voorlopig niet zoveel te merken.


Om wat uit dat universum te ontsnappen, heb ik me maar weer op wat non-fictie van eigen bodem geworpen : Macedonië, land in de wachtkamer van Balkan-kenner Raymond Detrez. Vijf jaar geleden bij De Slegte gekocht, al een paar keer op het punt gestaan erin te beginnen, maar uiteindelijk weer weggelegd. Bijkomend voordeel van dit boek : het is voor het eerst sinds maanden geen dikke turf, wat enkele praktische voordelen oplevert. Ik geeft toe dat dit aspect heeft meegespeeld in mijn keuze.

Het boek is wel niet meer heel recent (2002), maar blijft niettemin interessant enerzijds omdat Detrez een historisch overzicht wil bieden en wil verklaren hoe het in (dat stuk van) de Balkan tot zovele conflicten kon komen en anderzijds de oorsprong en evolutie van de Macedonische natie beschrijft. Ik heb het boek ooit gekocht om wat meer te weten te komen over deze regio en omdat ik wist dat de auteur een erkende autoriteit is op dat vlak.

woensdag 1 december 2010

In het hol van de leeuw

Gisteren had ik een afspraakje met een medewerkster van de groene fractie in het Vlaams Parlement. Blijkbaar is men daar van plan om te verhuizen, want er werden voortdurend enorme dozen en kisten versjouwd. En bij dit hard labeur werden zelfs de vrouwelijke collega's ingeschakeld, om maar te zeggen dat het erg belangrijk moet zijn geweest dat deze frêle wezens ook hun steentje moesten bijdragen, met risico voor eigen lijf en leden.

Toch wat "schoon" volk gezien, maar of ik daar blij om moet zijn ? Ik denk het niet.
Oordeel zelf : Luc Van den Brande (die een tijdje naast mij kwam staan en zelfs iets tegen me mompelde), Patricia Ceysens, Carl Decaluwé en ten slotte Helga Stevens, voor mij een volstrekt onbekende N-VA'ster met wie ik in dezelfde lift zat. Had ik haar herkend, ik had uiteraard terstond om een handtekening gevraagd.
Later, op straat, kruiste Sven Gatz nog m'n pad.

Met uitzondering van de heer Gatz, akkoord, een Open VLD'er maar ook een echte ket, voelde ik eigenlijk (helaas wellicht) bitter weinig affiniteit met deze heren en dame die me in naam vertegenwoordigen. Ik had ook geen gevoel van ontzag of zo voor de instelling waar ik me bevond, respect ergens nog wel.
Het zal wel iets te maken hebben met m'n (gebrek aan ?) identiteitsgevoel. Officieel Belg (kan ik mee leven) en Vlaming (al staat dat gelukkig nog niet op m'n identiteitskaart), maar geen 100% zuivere en zo voel ik dat effectief ook aan, ben er blij om, sinds enkele jaren haast trots op.

Ik voelde me er zelfs wat ongemakkelijk, niet echt thuis. En waarom staat dit parlement nu eigenlijk precies in Brussel ? Deze stad kan het gros van de Vlamingen gestolen worden, de meeste Vlaamse politici willen er evenmin van weten. Een niet-verwaarloosbaar deel heeft zelfs een hekel aan het organische Brussel van vandaag. Zou iedereen er zich niet beter bij voelen indien al die ministeries, administraties enz. gewoon zouden verhuizen naar pakweg Gent of Antwerpen ? Al ligt Brussel natuurlijk geografisch centraal en hoeft de Limburger zich daardoor geen verplaatsing naar Gent, Brugge of Kortrijk te getroosten.

De fluokleurige houten sculptuur van Arne Quinze, die ik voor het eerst zag, zorgt wel nog voor wat kleur in een voor de rest wat grijze Leuvensestraat.

WK voetbal

Enkele verlichte zielen hebben jaren het idee opgevat dat België en Nederland na het EK voetbal ook wel het WK zouden kunnen organiseren.

Ik zie dat helemaal niet zitten en vind dat er wel belangrijker zaken zijn waar we onze aandacht en ons geld aan kunnen en moeten besteden. Laat deze beker dus wat mij betreft maar aan ons voorbijgaan.

Wat me enkele weken geleden speciaal opviel, was een van de argumenten die Ruud Gullit gebruikte om dit evenement toch door beide landen te laten organiseren : het zou het groenste WK voetbal ooit worden. Hij staafde dit met de stelling dat er vele duizenden fietsen ter beschikking zouden worden gesteld (van de supporters, de sporters of al de personaliteiten/bobo's ? dat viel niet op te maken) om de verplaatsingen te maken !

Ten eerste, als dit de enige parameter is om zo'n uitspraak te doen (ik hoop van niet) dan is het met het voetbalwereldje wel heel erg gesteld. Bovendien, zowel België (en voeg hier maar Vlaanderen, Wallonië als Brussel bij) als Nederland heeft tegenwoordig een broertje dood aan een serieus milieubeleid. Sinds het kabinet Rutte aan de macht is, liggen de prioriteiten daar wel heel anders.
En over ons land zullen we maar zedig zwijgen. Alvast Magnette en Schauvliege maken er een potje van. Wat Huytebroeck (Brussel) betreft, daar ben ik evenmin van overtuigd en over Lutgen (Waals Gewest) kan ik eigenlijk weinig tot niets zeggen, want daar heb ik helemaal geen zicht op, maar veel positiefs hoor ik er alvast niet van.

Het ontgaat me tussen haakjes waarom iemand als Huytebroeck deel moet uitmaken van de Belgische delegatie die naar Cancun werd afgevaardigd. Volstond Magnette niet, eventueel met een soort verbindingspersoon per Gewest ipv meteen alle excellenties mee te sturen ?

Maar om op onze kandidatuur voor het WK voetbal terug te komen : als louter het ter beschikking stellen van tienduizenden fietsen je milieuvriendelijke en duurzame gehalte moet aantonen, of als dat je grootste groene troef is waar je mee moet uitpakken, dan ben je op dat vlak toch niet zo goed bezig, vrees ik.