Rond midden december 2006 krijgt een collega een verzoek van de politie om na te gaan wie de twee ambulanciers waren die in april 1999 een patiënt hadden opgehaald in Dilbeek. Door een samenloop van omstandigheden ben ik aangesteld als officieuze archivaris van de dienst en dus contacteert deze collega mij met de vraag of ik dat kon nagaan.
Dergelijke documenten van 2002 of later kan ik nog bij ons in de kazerne terugvinden, maar voor eerdere uitrukken, moet ik naar een andere kazerne op enkele kilometer van mijn werkplaats en ik doe dat niet graag. Als je bovendien weet dat we jaarlijks ettelijke tienduizenden mensen vervoeren per ziekenwagen, dan is het onbegonnen werk ernaar te zoeken als die documenten verkeerd worden geklasseerd. En zoals wel meer gebeurt met dingen die ik niet graag doe en die niet echt dringend zijn, stel ik het uit totdat ik mezelf ertoe verplicht toch maar eens actie te ondernemen (hier in dit geval door de collega op eigen initiatief te beloven er eens naar op zoek te gaan). Van de oproep die in de 100-centrale terechtkwam vond ik al snel een kopie met de nodige gegevens.
Zo gezegd, zo gedaan. Na Nieuwjaar ga trek ik er met een chauffeur op uit om de beruchte archievenkelder in Anderlecht een bezoek te brengen. Daar doen mythische verhalen over de ronde : water dat daar tot enkelhoogte staat, grote, enge insecten enz. Zelf heb ik er al eens een duivenkadaver gevonden en ook nu stonden we voor een verrassing : blijkbaar had een dakloze de archiefruimte gekraakt, want we vonden een matras, een deken en uitwerpselen van (hopelijk) een hond. Wat we niet vonden was het document dat ik zocht. Onverrichterzake keerden we bijgevolg terug naar de hoofdkazerne, waar ik mijn sympathieke collega het vervelende nieuws bracht dat mijn zoektocht geen resultaat had opgeleverd. Echter, ik had vroeger al eens zoiets meegemaakt en uiteindelijk had ik toen - bij de derde poging, nadat we meer precieze informatie hadden gekregen van de politie- toch gevonden wat men vroeg. Dus ik liet het hoofd niet hangen en zegde toe om er binnen onafzienbare tijd nog eens terug te keren.
Vorige donderdag vond ik dat het toch maar eens tijd werd om nog eens te gaan kijken en ik begaf me met een auto van de dienst op weg. Omdat ik maar weinig tijd had, besloot ik alle dozen deze keer mee te nemen en ze op mijn gemak in m'n bureau te doorzoeken. Zo sleurde ik met behulp van een van thuis meegebrachte zaklantaarn (het is daar in die gangen pikdonker) die dozen naar buiten in de wagen, repte me weer naar de kazerne en m'n bureau en liet daar alles achter om snel naar het station te gaan en daar de trein te nemen, want ik dacht dat ik R. naar de karateles moest brengen. Thuisgekomen voelde hij zich niet lekker en wou hij niet gaan. Ik had me dus voor niets gehaast.
Gisteren bekijk ik nogmaals aandachtig alle documenten over de betreffende dag en kon nog steeds niets vinden, ondanks het afschrift van de 100-centrale dat bewees dat er wel degelijk een oproep was geweest en dat er een ziekenwagen was uitgerukt. Deze morgen sprak ik de bevoegde officier daarover aan en trachtte hem voorzichtig uit te leggen dat ik het niet begreep, maar toch geen spoor vond van het ziekenwagenverslag, ondanks al m'n scrupuleus zoekwerk. "O, maar da's normaal. Kijk hier maar eens : Asse heeft de klus geklaard. Bedankt voor het zoeken, we zullen de politie en de procureur een brief schrijven." En daarmee was de kous af.
Indien ik daar meteen mee naar hem was getrokken, half december, dan had ik mij en m'n collega (die samenwerkt met de officier in kwestie) heel wat moeite en kopzorgen bespaard...
Gisteren heb ik een andere delicate situatie voor een keer goed aangepakt. Toen ik thuiskwam, bleek de jongste heel moe en daardoor snel geïrriteerd. Na het eten heb ik hem naar de badkamer meegenomen om hem te wassen en z'n pyama aan te doen. Hij had ons geduld, en vooral dat van M. al wat op de proef gesteld en in de badkamer begint hij te huilen en zegt hij dat hij niet wilde gewassen worden. In plaats van zelf geërgerd te reageren op hem, heb ik me gewoon naast hem neergezet en hem wat geknuffeld en zachtjes toegesproken. Het werkte blijkbaar, want daarna liet hij zich gewillig wassen en heeft hij nog met z'n broer (en met mij, zucht) met de oorlogsvliegtuigjes gespeeld. Dat had ik voor een keer goed aangepakt, want in het verleden is het al voorgekomen dat ik te snel m'n geduld verloor, waardoor hij (of z'n broer) nog meer de kluts kwijtraakten. Ik probeer er nu meer op te letten om kalm te blijven en dat werkt wel (niet altijd helaas).
O ja, nog een fait divers in de seksuele sfeer : in Aquatopia in Antwerpen zit een leguaan in de ziekenboeg omdat hij wegens een ontsteking constant een erectie heeft. Bovendien zitten er drie gewillige leguaninnen/leguanenwijfjes op hem te wachten. Helaas voor hem kan hij hen dus niet bedienen (eentje zou al wel zwanger zijn, wat een opluchting) en dreigt er zelfs een amputatie van het lid in kwestie. Leguanen zouden wel twee penissen hebben, zodat het geen complete ramp hoeft te zijn voor onze vriend (bron is de krant van vandaag, blz 2).
dinsdag 23 januari 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

3 opmerkingen:
Goed aangepakt met de jongste,hier ook wel eens zo'n situatie met onze oudste en bij hem werkt dat ook altijd ;-)
Proficiat dat je je geduld niet verloren hebt.Ik hoop dat mijn partner dat ooit ook eens zal leren.
Muis
Het bestaat zowaar, een papa met geduld.
Dat verdient een beloning. Misschien toch nog eens de orale seks oprakelen bij M?
Grapjeeeuuuhhh
Een reactie posten