Het wordt verdorie hoog tijd dat het geblondeerde, zonnebankbruine snollen van middelbare leeftijd verboden wordt op het spitsuur buiten te komen en mijn dag van 's morgens vroeg te vergallen !
Ik eis de strengst mogelijke straffen, zeker als ze ook nog hun tater opendoen.
donderdag 29 april 2010
Schandalig !
Het is ver gekomen wanneer de schooiers enkele stilzwijgende afspraken niet meer respecteren !
Vanmorgen begaf ik me goedgemutst van het station naar m'n werk en daarvoor heb ik een 3-tal verschillende trajecten, om de monotonie wat te doorbreken. Een daarvan gaat door een park.
Al neuriënd en huppelend tussen de bloemen, grasvelden en plantsoenen werd mijn humeur alreeds compleet vergald toen ik daar een dakloze zag liggen, ongetwijfeld zijn/haar roes uitslapend. De onverlaat had zich bovendien in een groen deken gewikkeld, vermoedelijk om de waakzame ordediensten te verschalken !
Dat dergelijke sujetten zich in het Noordstation ophouden, soit, dat zijn wij respectabele pendelaars gewoon. Maar dat ze nu de omringende gebieden beginnen inpalmen, gaat te ver !
En wat doet de regering ? Obama ? Yves Desmet !?!
Vanmorgen begaf ik me goedgemutst van het station naar m'n werk en daarvoor heb ik een 3-tal verschillende trajecten, om de monotonie wat te doorbreken. Een daarvan gaat door een park.
Al neuriënd en huppelend tussen de bloemen, grasvelden en plantsoenen werd mijn humeur alreeds compleet vergald toen ik daar een dakloze zag liggen, ongetwijfeld zijn/haar roes uitslapend. De onverlaat had zich bovendien in een groen deken gewikkeld, vermoedelijk om de waakzame ordediensten te verschalken !
Dat dergelijke sujetten zich in het Noordstation ophouden, soit, dat zijn wij respectabele pendelaars gewoon. Maar dat ze nu de omringende gebieden beginnen inpalmen, gaat te ver !
En wat doet de regering ? Obama ? Yves Desmet !?!
maandag 26 april 2010
Marathon
De voorbije 4 dagen was ik thuis en het is op verschillende vlakken een intense periode geweest, maar vooral toch op muzikaal vlak.
Aan de beurt kwamen deze keer documentaires of films over, of met, in chronologische volgorde Bob Dylan, Jimi Hendrix (verschillende uitzendingen), The Rolling Stones (verschillende programma's), Nick Cave, en al een klein beetje Iggy Pop. Maar het meest heb ik genoten van het portret van Don Van Vliet, beter bekend onder zijn pseudoniem Captain Beefheart, gemaakt door de bekende en voortijdig overleden radio-DJ John Peel. Heel interessant en bij wijlen hilarisch.
Het tastbare resultaat daarvan was dat ik vandaag voor het eerst in vele maanden nog eens naar de Fnac ben geweest en niet aan de verleiding kon weerstaan om zijn magnum opus, Trout Mask Replica en nog twee andere albums (op 1 cd) van hem te kopen (The spotlight kid en Clear spot).
Hierbij een weergaloze liveversie van 'I'm gonna booglarize you, baby', de opener op 'The Spotlight kid' en een van zijn meer toegankelijkere nummers. Ongelooflijk hoe dat swingt en aan je blijft plakken ; het begint als een jam, maar als de drummer begint mee te spelen, is er geen ontkomen meer aan. Wat een onweerstaanbaar ritme, iets waar Van Vliet naar verluidt nochtans een hekel aan had. Telkens weer intens luister- en kijkplezier (het gegrom, gehuil van de Captain en het zichtbare spelplezier van de muzikanten kikkert waarlijk op)
Opvallend daarbij was dat de meeste van de opgenomen programma's nog dateerden van de periode 1996-2000, toen we nog kinderloos en min of meer vrank en vrij in Brussel woonden. De tweetalige cultuurzender Arte was toen een van mijn lievelingszender en in het bijzonder het programma Music Planet.
Daarnaast luisterde ik de voorbije dagen nog geheel of gedeeltelijk naar One nation under a groove van Funkadelic, 4 cd's van Bob Dylan en Howlin' Mercy van bluesman John Campbell.
Aan de beurt kwamen deze keer documentaires of films over, of met, in chronologische volgorde Bob Dylan, Jimi Hendrix (verschillende uitzendingen), The Rolling Stones (verschillende programma's), Nick Cave, en al een klein beetje Iggy Pop. Maar het meest heb ik genoten van het portret van Don Van Vliet, beter bekend onder zijn pseudoniem Captain Beefheart, gemaakt door de bekende en voortijdig overleden radio-DJ John Peel. Heel interessant en bij wijlen hilarisch.
Het tastbare resultaat daarvan was dat ik vandaag voor het eerst in vele maanden nog eens naar de Fnac ben geweest en niet aan de verleiding kon weerstaan om zijn magnum opus, Trout Mask Replica en nog twee andere albums (op 1 cd) van hem te kopen (The spotlight kid en Clear spot).
Hierbij een weergaloze liveversie van 'I'm gonna booglarize you, baby', de opener op 'The Spotlight kid' en een van zijn meer toegankelijkere nummers. Ongelooflijk hoe dat swingt en aan je blijft plakken ; het begint als een jam, maar als de drummer begint mee te spelen, is er geen ontkomen meer aan. Wat een onweerstaanbaar ritme, iets waar Van Vliet naar verluidt nochtans een hekel aan had. Telkens weer intens luister- en kijkplezier (het gegrom, gehuil van de Captain en het zichtbare spelplezier van de muzikanten kikkert waarlijk op)
Opvallend daarbij was dat de meeste van de opgenomen programma's nog dateerden van de periode 1996-2000, toen we nog kinderloos en min of meer vrank en vrij in Brussel woonden. De tweetalige cultuurzender Arte was toen een van mijn lievelingszender en in het bijzonder het programma Music Planet.
Daarnaast luisterde ik de voorbije dagen nog geheel of gedeeltelijk naar One nation under a groove van Funkadelic, 4 cd's van Bob Dylan en Howlin' Mercy van bluesman John Campbell.
zondag 25 april 2010
L'excessive bureaucratie
Il va sans dire que mes lecteurs les plus fidèles se souviennent encore que j'ai lu en son temps les 'Oeuvres anthumes' d'Alphonse Allais et la vraie vague de petits morceaux de lui qui ont déférlé sur ce blog pendant quelques semaines.
De cet excellent auteur, hélas trop méconnu par la postérité, logiquement un deuxième tôme a été publié en même temps que le premier : 'Oeuvres posthumes'. Il s'agit simplement de textes qui avaient bel et bien été publiés dans les journaux pour lesquels il écrivait, mais qui, de son vivant n'avaient pas été rassemblés en une collection publiée.
Ci-dessous vous trouverez une délicieuse petite histoire sortie de sa plume. Les (anciens) fonctionnaires parmi vous reconnaîtront certainement quelques uns des traits esquissés.
Bonne lecture et j'espère que ce texte égayera pendant quelques moments la vie de ceux et celles qui ont besoin d'un peu de divertissement pour oublier leur peines en ce bas monde. Et Dieu sait s'ils sont nombreux.
L'EXCESSIVE BUREAUCRATIE
Paru dans Le Journal, 17 septembre 1896
Il y a mille façons de s’amuser ici-bas.
Certains se divertissent tout simplement à même la nature, oserais-je dire.
A d’autres, il faut des plaisirs tellement raffinés que tout le matériel de la famille Lebaudy ne suffirait pas à les satisfaire.
J’en connais qu’un simple et fort idiot calembour comble d’une joie pure, tel ce monsieur qui me disait, ce matin : « La France finira bien par se lasser des trahisons continuelles de la reine de Madagascar et son entourage. Tant la cruche fahavalo qu’à la fin elle se casse. »
C’est surtout quand on est retiré des affaires que le choix d’un agréable passe-temps revêt une sérieuse importance.
A telle enseigne que le trépas par ennui d’une foule d’ex-commerçants est un fait banalement courant.
Paul Arène a raconté quelque part, et si délicieusement ! l’histoire de cet ancien limonadier devenu riche et qui dépérissait ferme en sa maison de campagne.
Sa compagne eut alors l’ingénieuse idée de transformer peu à peu, par l’addition successive d’une table de marbre par-ci, d’un comptoir par-là, leur vaste salon en coquet estaminet, et notre homme reprenait tout doucement le goût de la vie.
Une veste d’alpaga, une serviette sur le bras et un tablier blanc, dont on affubla leur valet de chambre, achevèrent de guérir le sympathique cafetier.
Le cas que je vais avoir l’honneur de présenter aujourd’hui à ma nombreuse et choisie clientèle, bien que comportant des détails originaux, est d’ordre analogue.
Quelques mois avant le jour de sa retraite, M. Durond, employé au ministère des Finances, hérita, sans qu’il s’y attendît le moins du monde, de trente mille francs de rentes.
Avec quelle célébrité il plaqua son administration, je vous laisse penser.
Oui, mais pas plutôt qu’il se sentit oisif et libre de son temps, le voilà qui fut en proie à une tenaillante mélancolie.
Célibataire, dépourvu d’idéal, sans autres relations que ses camarades de bureau de deux ou trois pâles cousins, M. Durond ne savait que faire de son corps.
Et puis, ce qui lui manquait surtout, c’était le public, le bon public qu’on embête, qu’on fait poireauter et auquel on peut dire grossièrement : Où est votre bordereau ?
A la fin, n’y pouvant tenir, M. Durond loua une boutique qu’il fit aménager en manière de bureau, avec des grilles et des guichets.
M. Durond avait son idée !
Au-dessus des guichets, on posa des plaques portant chacune une des indications : Propriétaires – Locataires – Ecclésiastéiques – Laïcs – Civils – Militaires – Caisse.
Sept commis, anciens copains du ministère, aujourd’hui en retraite, furent engagés.
Sur la devanture, on écrivit en grosses lettres : Change.
Un écriteau accroché derrière les vitres annonça aux passants stupéfaits :
"Ici, on rembourse au pair
toutes les pièces démonétisées"
Tout de suite, afflue le public.
Les gens entrent dans le bureau et, après un rapide coup d’œil sur les guichets, se sentent perplexes.
Les simples citoyens finissent généralement par se diriger vers le guichet des Civils.
L’employé, plongé dans la lecture du Petit Journal, se décide, au bout de quelques minutes, à lever la tête :
- Qu’est-ce que vous voulez ?
- Vous changez les pièces italiennes ?
- Parfaitement.
- J’ai une pièce de vingt sous de Victor-Emmanuel…
- Donnez !
Le monsieur avance timidement son franc, l’employé lui passe un bout de papier :
- Remplissez ce bordereau.
Sur le morceau de papier, sont écrits les mots d’usage : Nom, prénoms, etc., etc. ; et puis : Valeur, nationalité et millésime de la pièce.
Un peu étonné, comme de juste, mais docile, le monsieur remplit les blancs.
L’employé reprend :
- Habitez-vous un immeuble à vous ?
- Non, Monsieur.
- Eh bien ! portez ce bordereau au guichet des Locataires.
De plus en plus étonné, mais toujours docile, le monsieur obéit.
Aux Locataires, nouvelles formalités, nouveau bordereau, puis :
- Portez ce bordereau au guichet des Laïcs.
Aux Laïcs, même bureaucratie ; après quoi, on remet au monsieur un bon de un franc à toucher à la caisse.
A la Caisse, le caissier met ses lunettes, compulse de nombreux papiers, exige trois ou quatre signatures sur des feuilles différentes, puis gravement, avec mille précautions, remet au monsieur… une pièce de vingt sous du pape !
Le simple citoyen commence à la trouver mauvaise et ne cache plus son mécontentement.
- Vous vous f… de moi, décidément !
M. Durond intervient alors :
- Qu’y a-t-il, Monsieur ?
- Il y a qu’on me f… une pièce du pape contre une pièce de Victor-Emmanuel. Ce n’était pas la peine de me faire perdre une demi-heure, nom d’un chien !
- Rien n’est plus facile à réparer, Monsieur, portez cette pièce à ce guichet, on vous donnera un bordereau à remplir…
Le monsieur n’en entend pas davantage et, s’il court encore, il doit être loin, mais pendant ce temps-là M. Durond et ses sept lascars se tiennent les côtes.
Quand il s’agit d’un digne prêtre, c’est la même opération.
Et ainsi d’un brave militaire.
De cet excellent auteur, hélas trop méconnu par la postérité, logiquement un deuxième tôme a été publié en même temps que le premier : 'Oeuvres posthumes'. Il s'agit simplement de textes qui avaient bel et bien été publiés dans les journaux pour lesquels il écrivait, mais qui, de son vivant n'avaient pas été rassemblés en une collection publiée.
Ci-dessous vous trouverez une délicieuse petite histoire sortie de sa plume. Les (anciens) fonctionnaires parmi vous reconnaîtront certainement quelques uns des traits esquissés.
Bonne lecture et j'espère que ce texte égayera pendant quelques moments la vie de ceux et celles qui ont besoin d'un peu de divertissement pour oublier leur peines en ce bas monde. Et Dieu sait s'ils sont nombreux.
L'EXCESSIVE BUREAUCRATIE
Paru dans Le Journal, 17 septembre 1896
Il y a mille façons de s’amuser ici-bas.
Certains se divertissent tout simplement à même la nature, oserais-je dire.
A d’autres, il faut des plaisirs tellement raffinés que tout le matériel de la famille Lebaudy ne suffirait pas à les satisfaire.
J’en connais qu’un simple et fort idiot calembour comble d’une joie pure, tel ce monsieur qui me disait, ce matin : « La France finira bien par se lasser des trahisons continuelles de la reine de Madagascar et son entourage. Tant la cruche fahavalo qu’à la fin elle se casse. »
C’est surtout quand on est retiré des affaires que le choix d’un agréable passe-temps revêt une sérieuse importance.
A telle enseigne que le trépas par ennui d’une foule d’ex-commerçants est un fait banalement courant.
Paul Arène a raconté quelque part, et si délicieusement ! l’histoire de cet ancien limonadier devenu riche et qui dépérissait ferme en sa maison de campagne.
Sa compagne eut alors l’ingénieuse idée de transformer peu à peu, par l’addition successive d’une table de marbre par-ci, d’un comptoir par-là, leur vaste salon en coquet estaminet, et notre homme reprenait tout doucement le goût de la vie.
Une veste d’alpaga, une serviette sur le bras et un tablier blanc, dont on affubla leur valet de chambre, achevèrent de guérir le sympathique cafetier.
Le cas que je vais avoir l’honneur de présenter aujourd’hui à ma nombreuse et choisie clientèle, bien que comportant des détails originaux, est d’ordre analogue.
Quelques mois avant le jour de sa retraite, M. Durond, employé au ministère des Finances, hérita, sans qu’il s’y attendît le moins du monde, de trente mille francs de rentes.
Avec quelle célébrité il plaqua son administration, je vous laisse penser.
Oui, mais pas plutôt qu’il se sentit oisif et libre de son temps, le voilà qui fut en proie à une tenaillante mélancolie.
Célibataire, dépourvu d’idéal, sans autres relations que ses camarades de bureau de deux ou trois pâles cousins, M. Durond ne savait que faire de son corps.
Et puis, ce qui lui manquait surtout, c’était le public, le bon public qu’on embête, qu’on fait poireauter et auquel on peut dire grossièrement : Où est votre bordereau ?
A la fin, n’y pouvant tenir, M. Durond loua une boutique qu’il fit aménager en manière de bureau, avec des grilles et des guichets.
M. Durond avait son idée !
Au-dessus des guichets, on posa des plaques portant chacune une des indications : Propriétaires – Locataires – Ecclésiastéiques – Laïcs – Civils – Militaires – Caisse.
Sept commis, anciens copains du ministère, aujourd’hui en retraite, furent engagés.
Sur la devanture, on écrivit en grosses lettres : Change.
Un écriteau accroché derrière les vitres annonça aux passants stupéfaits :
"Ici, on rembourse au pair
toutes les pièces démonétisées"
Tout de suite, afflue le public.
Les gens entrent dans le bureau et, après un rapide coup d’œil sur les guichets, se sentent perplexes.
Les simples citoyens finissent généralement par se diriger vers le guichet des Civils.
L’employé, plongé dans la lecture du Petit Journal, se décide, au bout de quelques minutes, à lever la tête :
- Qu’est-ce que vous voulez ?
- Vous changez les pièces italiennes ?
- Parfaitement.
- J’ai une pièce de vingt sous de Victor-Emmanuel…
- Donnez !
Le monsieur avance timidement son franc, l’employé lui passe un bout de papier :
- Remplissez ce bordereau.
Sur le morceau de papier, sont écrits les mots d’usage : Nom, prénoms, etc., etc. ; et puis : Valeur, nationalité et millésime de la pièce.
Un peu étonné, comme de juste, mais docile, le monsieur remplit les blancs.
L’employé reprend :
- Habitez-vous un immeuble à vous ?
- Non, Monsieur.
- Eh bien ! portez ce bordereau au guichet des Locataires.
De plus en plus étonné, mais toujours docile, le monsieur obéit.
Aux Locataires, nouvelles formalités, nouveau bordereau, puis :
- Portez ce bordereau au guichet des Laïcs.
Aux Laïcs, même bureaucratie ; après quoi, on remet au monsieur un bon de un franc à toucher à la caisse.
A la Caisse, le caissier met ses lunettes, compulse de nombreux papiers, exige trois ou quatre signatures sur des feuilles différentes, puis gravement, avec mille précautions, remet au monsieur… une pièce de vingt sous du pape !
Le simple citoyen commence à la trouver mauvaise et ne cache plus son mécontentement.
- Vous vous f… de moi, décidément !
M. Durond intervient alors :
- Qu’y a-t-il, Monsieur ?
- Il y a qu’on me f… une pièce du pape contre une pièce de Victor-Emmanuel. Ce n’était pas la peine de me faire perdre une demi-heure, nom d’un chien !
- Rien n’est plus facile à réparer, Monsieur, portez cette pièce à ce guichet, on vous donnera un bordereau à remplir…
Le monsieur n’en entend pas davantage et, s’il court encore, il doit être loin, mais pendant ce temps-là M. Durond et ses sept lascars se tiennent les côtes.
Quand il s’agit d’un digne prêtre, c’est la même opération.
Et ainsi d’un brave militaire.
zaterdag 24 april 2010
Uitgestoken hand
Un petit effort à mon niveau insignifiant...
"Ringard" (enerzijds "kluns, klunzerig, onbekwaam", anderzijds "ouderwets"), un terme que j'affectionne particulièrement d'une part parce que je l'ai appris via un copain et d'autre part à cause de sa sonorité et le(s) sens qu'il véhicule, particulièrement celui de "vieux jeu". Le mot traduit assez bien comment je me suis senti jeudi dernier lorsque j'ai appris que les collègues ont désespérément cherché à me contacter lorsque j'étais hors du bureau pour une séance d'une commission dont je suis le secrétaire.
C'était d'autant plus frappant par le fait que le président de ladite commission, d'un âge vénérable, porte pratiquement toujours son GSM sur lui et semble jongler avec cet appareil, alors qu'il semble refuser obstinément d'utiliser une adresse e-mail, ce qui fait que notre correspondance se fait par courrier normal. Ainsi, je lui envoie mes procès-verbaux et les décisions avec leur motivation par écrit, qu'il me renvoie approuvé ou éventuellement corrigé, après quoi j'introduis les changements demandés et j'achève le tout.
Ainsi donc, implicitement on vous reproche presque de ne pas avoir branché votre GSM personnel ou de n'avoir communiqué votre numéro à vos collègues immédiats. Et bien, tant pis, même si cet épisode m'a une fois de plus fait comprendre que déjà je suis largué, un ringard donc.
En fait, mon GSM est éteint la plupart du temps et je ne l'allume souvent qu'à des moments bien précis. Je le considère encore et toujours davantage comme un moyen d'intrusion dans ma vie privée, même si je lui reconnais certains aspects pratiques.
Je dois être un des rares à ne pas encore considérer le GSM comme un outil remplaçant notre téléphone fixe, voire à m'en méfier.
"Ringard" (enerzijds "kluns, klunzerig, onbekwaam", anderzijds "ouderwets"), un terme que j'affectionne particulièrement d'une part parce que je l'ai appris via un copain et d'autre part à cause de sa sonorité et le(s) sens qu'il véhicule, particulièrement celui de "vieux jeu". Le mot traduit assez bien comment je me suis senti jeudi dernier lorsque j'ai appris que les collègues ont désespérément cherché à me contacter lorsque j'étais hors du bureau pour une séance d'une commission dont je suis le secrétaire.
C'était d'autant plus frappant par le fait que le président de ladite commission, d'un âge vénérable, porte pratiquement toujours son GSM sur lui et semble jongler avec cet appareil, alors qu'il semble refuser obstinément d'utiliser une adresse e-mail, ce qui fait que notre correspondance se fait par courrier normal. Ainsi, je lui envoie mes procès-verbaux et les décisions avec leur motivation par écrit, qu'il me renvoie approuvé ou éventuellement corrigé, après quoi j'introduis les changements demandés et j'achève le tout.
Ainsi donc, implicitement on vous reproche presque de ne pas avoir branché votre GSM personnel ou de n'avoir communiqué votre numéro à vos collègues immédiats. Et bien, tant pis, même si cet épisode m'a une fois de plus fait comprendre que déjà je suis largué, un ringard donc.
En fait, mon GSM est éteint la plupart du temps et je ne l'allume souvent qu'à des moments bien précis. Je le considère encore et toujours davantage comme un moyen d'intrusion dans ma vie privée, même si je lui reconnais certains aspects pratiques.
Je dois être un des rares à ne pas encore considérer le GSM comme un outil remplaçant notre téléphone fixe, voire à m'en méfier.
Labels:
de wereld rondom ons,
Trivia,
vrienden/kennissen
zaterdag 17 april 2010
Kleuren
Om een deel van m'n lezerspubliek te behagen, heb ik maar weer eens geëxperimenteerd met het aanzicht van deze blog.
Reeds van bij het begin vonden enkele mopperaars dat hele lappen witte tekst op een donkere achtergrond niet bijzonder 'ergonomisch' was en het lezen bemoeilijkte. Omdat ik die kleurencombinatie echter wèl geslaagd vond, liet ik ze toch maar staan.
Echter, een paar jaar later, las ik opnieuw een opmerking in die zin en dus probeer ik er, goed gemutst als ik vandaag voor een keer ben, aan deze verzuchtingen tegemoet te komen. Geen idee of deze combinatie beter geslaagd is. Misschien moet ik eens een beroep doen op een kleurenconsulent. Maar die zijn helaas peperduur.
U merkt het, het leven van een blogger gaat niet steeds over rozen en men moet er wat voor over hebben om z'n hooggeacht kliënteel tevreden te houden...
Reeds van bij het begin vonden enkele mopperaars dat hele lappen witte tekst op een donkere achtergrond niet bijzonder 'ergonomisch' was en het lezen bemoeilijkte. Omdat ik die kleurencombinatie echter wèl geslaagd vond, liet ik ze toch maar staan.
Echter, een paar jaar later, las ik opnieuw een opmerking in die zin en dus probeer ik er, goed gemutst als ik vandaag voor een keer ben, aan deze verzuchtingen tegemoet te komen. Geen idee of deze combinatie beter geslaagd is. Misschien moet ik eens een beroep doen op een kleurenconsulent. Maar die zijn helaas peperduur.
U merkt het, het leven van een blogger gaat niet steeds over rozen en men moet er wat voor over hebben om z'n hooggeacht kliënteel tevreden te houden...
Frida Kahlo y su mundo

Gisteren ben ik in extremis toch nog naar deze tentoonstelling in Bozar geweest, nadat ik een bezoek steeds maar voor me uit had geschoven.
Het moet begin jaren '90 zijn geweest dat ik voor het eerst iets over haar las, zonder me echt in haar kunst te verdiepen. Maar die enkele afbeeldingen die ik zag, troffen me wel. Veel later heb ik dan de bekende film over haar gezien (met Salma Hayek, maar vooral Alfred Molina als haar echtgenote Diego Rivera in een glansrol) en nu wilde ik deze kans aangrijpen om haar werk beter te leren kennen en eens in het echt te bekijken.
Vele van de tentoongestelde werken zijn de moeite van een bezoek waard en zeker die waar haar fysieke en mentale pijn het onderwerp vormden, waren (erg) aangrijpend. Daarnaast heb ik ook wel wat opgestoken van haar universum. Ook de geprojecteerde dagboekfragmenten vond ik boeiend, vooral qua vorm dan, omdat ze in haar dagboek ook tekeningen maakte. De tekst was te klein voor mij om te lezen en ik ken sowieso onvoldoende Spaans om het vlot te lezen en goed te begrijpen.
Minder geslaagd was de manier waarop het bezoek georganiseerd was, maar vermoedelijk was dit onvermijdelijk, te meer daar de tentoonstelling maar tot zondag loopt en het de laatste dagen nog wel storm zal gelopen hebben.
26 schilderwerken (de meeste waren tot mijn verrassing eigenlijk vrij klein, ik had om een of andere reden grotere schilderijen verwacht) bijeengestouwd in een relatief kleine ruimte, waarin om het uur 150 mensen worden toegelaten. Iedereen loopt elkaar voor de voeten, er is nauwelijks mogelijkheid om de werken rustig te bestuderen, de geprojecteerde foto's wisselen elkaar in een heel snel tempo af.
Mogelijk ga ik volgende week nog naar een andere tentoonstelling over Mexico : 'Imágines del Mexicano'.
zondag 11 april 2010
Couilles de Suisse
Gisteren voor het eerst een streekgerecht klaargemaakt waar m'n Henegouwse connectie me eerder deze week op wees. In de streek rond Doornik is dit namelijk een lekkernij ! De herkomst van de benaming is onduidelijk.
Zodoende twee recepten gedownload en eens geprobeerd, want het zag er vrij eenvoudig uit. Al bij al viel het resultaat niet te veel tegen, al heb ik denk ik wel een paar foutjes gemaakt. De grootste was wellicht dat ik zelfrijzende bakmeel heb gebruikt in plaats van gewone en die laten rijzen.
De grootte van mijn 'couilles' doen vermoeden dat deze exemplaren eerder afkomstig zijn van Zwitserse stieren of olifanten dan van mannen, maar een kniesoor die daarop let.
Mij smaakte het alvast redelijk (maar ik was veruit de enige)...
Men heeft me erop gewezen dat dit gerecht niets met Doornik te maken heeft, maar des te meer met La Louvière en omstreken.
maandag 5 april 2010
zondag 4 april 2010
Flesh Gordon

Twee weken geleden moest ik M. per se vergezellen naar een gang bang, een traditie waar zij blijkbaar om de zoveel jaren aan meedoet en die al sinds mensenheugnis in stand gehouden wordt in haar stam.
Ik als verlegen en mensenschuw persoon stond daar nu niet meteen om te springen, want ik kende volstrekt niemand die ik daar zou ontmoeten en eventueel moeten bepotelen. Maar er was geen ontkomen aan, want ze wilde toch iemand in de buurt hebben die ze kende voor het geval de bijeenkomst tegenviel.
De kinderen werden afgezet bij de babysit en rond 19 uur begaven we ons naar de plek van afspraak, waar al wat volk bijeen was. Ik heb me een hele tijd afzijdig gehouden terwijl M. alvast begon te 'socialiseren'. Toen ik zo iets voor 22 uur merkte dat ze zich helemaal op haar gemak voelde, in de sfeer was gekomen en zich helemaal 'gooide', begreep ik dat mijn aanwezigheid niet meer vereist was en muisde ik er vanonder.
Thuisgekomen was ik al vrij moe, ook weer niet zo abnormaal als je elke werkdag iets na 5 uur moet opstaan, maar ik vond toch nog de energie om me languit in de zetel te posteren en naar een cultfilm uit de jaren '70 te kijken : Flesh Gordon.
Een parodie op de Amerikaanse sciencefictionreeks die in de jaren '30 van de vorige eeuw ontstond en eigenlijk twee films ineen : een (soft) pornofilm en een avonturenfilm.
Het verhaal is vrij simpel : vanuit de planeet Porno wordt de aarde op gezette tijden bestraald met een seksstraal. Iedereen die hiervan het slachtoffer wordt, krijgt een onbedwingbare drang naar seks met de dichtstbijzijnde persoon. Dit leidt uiteraard tot onduldbare toestanden en Flesh Gordon, Dale Ardor en Dr. Flexi Jerkoff worden erop uitgestuurd om deze bedreiging te stoppen. Aangekomen op Porno (waar ze neerstorten na te zijn beschoten) blijkt dat de gemene keizer Wang achter al het onheil op aarde zit.
De film is eigenlijk niet veel soeps ; barslechte acteerprestaties, regelmatig amateuristisch ogende special effects, decors amper die naam waardig, meestal weinig hoogstaande, maar wel enigszins originele humor (zo kruisen agressieve penissaurussen hun pad of zie bovenstaande foto van hun ruimteschip).
De audiocommentaar van de co-regisseur Howard Ziehm biedt een interessante kijk op de Amerikaanse porno-industrie in zijn kinderschoenen en op de (ontstaans)geschiedenis van deze prent, wat niet bepaald over rozen ging. De makers kregen te maken met rechtszaken en intimidatie door de politie (Ziehm werd gedwongen om in aanwezigheid van de politie de meest expliciete scènes weg te knippen, maar laat dat de liefhebber van schaars of ongeklede dames niet afschrikken, u komt aan uw trekken), geldnood en interne twisten.
Eigenlijk ben ik geneigd deze film te klasseren onder dezelfde categorie als een gedrocht als Attack of the Killer Tomatoes, maar waar die film grandioos faalt in zijn opzet, lukt dit bij Flesh Gordon nog aardig : soms goede vondsten die wel op de lachspieren werken, een aantal special effects die wel degelijk de moeite lonen en het geheel het bekijken waard maken (enkele van diegenen die instonden voor de special effects zijn later trouwens grote namen in hun vakgebied geworden). Waarschijnlijk is het wel beter om de originele Flash Gordon-reeks een beetje te kennen (ik heb nooit een aflevering gezien) om een aantal knipogen te kunnen waarderen.
Tip : bekijk de film met een aantal gelijkgestemden. U zult zich niet vervelen.
Onderstaand fragment toont een van de echte sterren van de film, niet toevallig een van de speciale effecten. In een verwijzing naar King Kong klom het met de door hem gevangen Dale Ardor op een toren van het kasteel van Wang, waar hij wordt aangevallen door Gorden en co. De stem werd achteraf ingesproken door Craig T. Nelson, die al improviserend, afgaand op de bewegingen van de lippen en wat er op het scherm te zien was, het monster coole replieken in de mond legde. Precies het contrast tussen een afschrikwekkend monster en zijn laid back monoloog zorgt voor een geslaagd komisch effect. Helaas zijn de borsten van het wicht uit dit fragment gehaald om het te mogen vertonen. Eerbaarheid voor alles !
Onnozelaars
Gisteren vond de nieuwsredactie van de VRT het nodig om het journaal te openen met een reportage over honderden of duizenden wielerliefhebbers die het traject van de Ronde van Vlaanderen aflegden. Dit onderwerp werd meteen ook gebombardeerd tot voornaamste hoofdpunt.
Mogen we nog enige zin voor verhouding verwachten van onze nieuwszenders ?
Dat zoiets terloops aan bod komt bij diverse streekberichten, soit, als hoofditem is gewoonweg potsierlijk.
Buitenlands nieuws komt nauwelijks nog aan bod, waarbij men zich dan vaak nog beperkt tot het geven van feiten zonder verduidelijkende uitleg, belangrijke binnenlandse thema's worden nauwelijks nog toegelicht of men belicht uitgebreid de onderwerpen van secundair belang.
De arme M. was helaas voor haar weer m'n grootste slachtoffer toen ik m'n ongenoegen hierover uitte. Maar eigenlijk betaalde ik haar met amper gelijke munt terug want de dag ervoor kreeg ik een hele scheldtirade over me heen n.a.v. iets dat haar eerder op de dag overkomen was...
Mogen we nog enige zin voor verhouding verwachten van onze nieuwszenders ?
Dat zoiets terloops aan bod komt bij diverse streekberichten, soit, als hoofditem is gewoonweg potsierlijk.
Buitenlands nieuws komt nauwelijks nog aan bod, waarbij men zich dan vaak nog beperkt tot het geven van feiten zonder verduidelijkende uitleg, belangrijke binnenlandse thema's worden nauwelijks nog toegelicht of men belicht uitgebreid de onderwerpen van secundair belang.
De arme M. was helaas voor haar weer m'n grootste slachtoffer toen ik m'n ongenoegen hierover uitte. Maar eigenlijk betaalde ik haar met amper gelijke munt terug want de dag ervoor kreeg ik een hele scheldtirade over me heen n.a.v. iets dat haar eerder op de dag overkomen was...
Abonneren op:
Posts (Atom)


