zondag 18 januari 2009

Zeurpiet

Ik kan het maar niet laten, ook al bekruipt er u hoogstwaarschijnlijk een déjà vu-gevoel.

Waarom besteden zogenaamde kwaliteitskranten buitensporig veel aandacht aan een televisiespel, in casu De slimste mens ter wereld ? Hebben De Standaard en De Morgen een afspraak met de VRT om welhaast dagelijks de evolutie te volgen en te bespreken ? Beide sponseren immers ook tv-programma's van deze omroep, dus een wederdienst zou me niet echt verbazen. Echt maatschappelijk relevant zou ik het spel toch niet noemen.
Al zullen de redacteurs me ongetwijfeld antwoorden dat er elke avond enkele honderdduizende mensen naar kijken en dat dit volstaat als argument. Dat programma leeft bij de bevolking. Maar waarom ? Het zal wel intrinsieke kwaliteiten hebben waardoor het kijkers aantrekt, maar net zo goed worden mensen nieuwsgierig gemaakt, en vervolgens vaak trouwe kijker, door de constante berichtgeving erover.

Een andere ergernis die mij (en ik ben lang niet alleen) al maanden treft : het ordewoord dat de mensen te allen prijze moeten consumeren om zo onze economie nog enigszins draaiende te houden. Twee van de herauten van wat ik welhaast een dogma durf te noemen, zijn de economen Paul De Grauwe en Ivan Van de Cloot. In De Morgen krijgen ze ruim baan om dit te pas en te onpas te verkondigen. En ze zijn niet alleen. Eerst vond ik het wat vreemd dat in een naar verluidt onafhankelijke krant als De Morgen steeds dezelfde figuren aan bod kwamen, maar intussen heb ik vernomen dat de financiële bijlage van deze krant haast volledig wordt overgenomen uit De Tijd, onze eigenste Wall Street Journal. Dit verklaart veel uiteraard.
Ik ben geen econoom (al evenmin socioloog of filosoof zoals u al kon lezen), maar volgens mij hebben de meeste economen die aan het woord komen last van een groot gebrek aan verbeelding of zitten ze dermate gevangen in het keurslijf dat hun (neo-)liberale geloof hen oplegt, dat ze niet anders kunnen dan in dergelijke paradigma te denken.
Naar aanleiding van de beurs voor bedrijfswagens zullen we de komende dagen nog wel om de oren worden geslagen met leuzen als zou het nu eigenlijk hèt moment zijn om een nieuwe wagen te kopen. Gisteren was het al zover in het 19-uur journaal toen de mensen die werden geïnterviewd stuk voor stuk een nieuwe wagen zochten en ook zouden kopen, ondanks de economische crisis, die op hen nog geen echt voelbaar effect had gehad.

Zijn er tegengeluiden ? Laten mensen die het tegendeel beweren of op z'n minst enkele kantlijnen plaatsen bij het ongeremde consumeren wel van zich horen ? Daar twijfel ik niet aan, maar je moet ze zelf weten te vinden. Ik vernam uit goede bron dat Dirk Geldof daar een boek over geschreven heeft.

Het onverwachte antwoord


Nu het vorige boek weer in de kast is beland, begin ik op aanraden van M. eens in een van haar boeken, geschreven door Patricia De Martelaere. Benieuwd wat ik ervan ga vinden, want onze smaak loopt nogal uiteen. Na wat gewijfel besloot ik haar suggestie eens een kans te geven.
Zal dit boek eenzelfde lot beschoren zijn als het vorige ?

zaterdag 17 januari 2009

Hallucinant

de evolutie van de levensverwachting in Zimbabwe volgens de organisatie Physicians for Human Rights, dat een verslag maakte van de rampzalige gezondheidssituatie in dat land.

Terwijl die in 1990 62 jaar was, zou ze tegen 2006 (dus amper 16 jaar later !) zijn teruggevallen tot 34 jaar voor mannen en 37 jaar voor vrouwen. Ik interpreteer deze cijfers zo : het is niet zo dat Zimbabwanen plots veel minder oud worden, ook al overlijden ongetwijfeld veel volwassenen nu voor ze deze leeftijd bereiken, maar de kinder- en zuigelingensterfte is vermoedelijk geëxplodeerd.

Dit zijn, indien ze kloppen, werkelijk ontstellende cijfers en ze illustreren eveneens (naast de inflatie die door officiële bronnen op miljoenen procent wordt geschat en door officieuze op miljarden...). Dit gaat de verbeelding eenvoudigweg te boven.

donderdag 15 januari 2009

Ik geef het op

Wat ?
Het boek waarin ik nu aan het lezen ben.
Dat van Paul Ricoeur.
't Is te moeilijk voor mij en het eerste essay volstaat voorlopig.
Fenomenologie, psychoanalyse, structuralisme in de linguïstiek, er zijn grenzen. Van dat laatste heb ik nog enkele noties (begrippen of namen als Guillaume, de Saussure, langue versus parole en signifié versus signifiant bijvoorbeeld doen nog een belletje rinkelen)), maar toch.

Het lijkt me eerder kost voor mensen met meer filosofische bagage dan ik heb. Bovendien heb ik er totaal geen benul van of hetgeen hij aankaart nog enigszins actueel is (de essays dateren van de jaren '60 of '70). Ricoeur doet zichtbaar moeite om verstaanbaar te blijven, maar voor een leek als ik blijft het te straffe kost.

Dus ik ga trachten het werk in stukjes te lezen. Morgen lees ik het eerste essay uit en begin daarna in een ander boek. Mogelijk lees ik daarna het tweede en begin ik weer aan een ander boek enzovoort.
Mijn gekke dagen als 'De Witte Raaf'-lezer liggen immers achter me (vroeger, zowat halfweg de jaren '90 las ik dat krantje uit, gewoon als karaktervorming want van ruim de helft van de artikels of nog meer, begreep ik geen snars).
Nu moet ik in het weekend wel nog snelsnel een ander boek zoeken waar ik op dit moment in wil lezen.

dinsdag 13 januari 2009

Aankondiging

In blijde verwachting
:-)

zondag 11 januari 2009

Wandeling

Vanmorgen heb ik een wandeling gemaakt van 2 uur om op de valreep nog van het winterschoon te kunnen genieten. Binnenkort treedt de dooi immers in.

Hierbij wat impressies.

Kille cijfers

In 2008 zouden volgens de Italiaanse NGO Fortress Europe naar schatting 1502 personen overleden zijn in hun poging om Europa te bereiken. Dit was een daling met 23 procent t.o.v. 2007.

Sinds 1988 (op 20 jaar dus) zouden dat er in totaal 13.352 zijn geweest waarvan er 5.131 op zee stierven.
Precieze cijfers ontbreken uiteraard.

Blunder



Deze week publiceerde De Morgen n.a.v. van de Israëlische aanvallen op Gaza de bovenstaande grafiek om de militaire operaties voor iedereen visueel weer te geven. Op zich niet zoveel verkeerd mee. Pijltjes, vliegtuigjes, cijfers en tanks.
Echter, als je goed kijkt naar de tanks, zie je dat het onmiskenbaar Tijgertanks zijn.

Duitse tanks dus uit de Tweede Wereldoorlog en nota bene de tank bij uitstek die enige jaren symbool stond voor de kracht van het Duitse tankwapen, dat dan weer in dienst stond van een regime dat de Holocaust organiseerde en uitvoerde.

Moedwillige, stilzwijgende kritiek of gewoon onwetendheid ? Ik gok eigenlijk eerder op het laatste.
Waarom moet precies die tank voor dit plaatje worden gekozen ? Israël heeft toch eigen tanks die voldoende bekend zijn en waarvan ongetwijfeld talloze afbeeldingen bestaan.
In plaats daarvan koos men voor Duitse tanks uit de Tweede Wereldoorlog...

zaterdag 10 januari 2009

Over televisie (bis)

Intussen heb ik het boekje uitgelezen en al bij al was het niet zo hermetisch als ik vreesde.
Bourdieu klaagt het dictaat van de kijkcijfers aan, dat gaandeweg niet alleen de televisie, maar ook de geschreven pers de wet oplegt en zo een gevaar vormt voor de democratie. Waar vroeger televisie als journalistiek medium nog in zijn kinderschoenen stond en niet of nauwelijks serieus genomen werd, is dit helemaal veranderd en zijn het de dagbladen die invloed hebben verloren.
Over radio rept Bourdieu niet, mogelijk omdat dit medium al helemaal niet relevant meer was voor de meesten in onze Westerse wereld en het internet was in 1996 nog lang niet zo ingeburgerd als nu.

Televisie en televisiejournalisten leggen ons nu op wat belangrijk is en geacht dient te worden en wat niet. Tegelijk doet televisie zijn uiterste best om de kijker geen moeilijke en zeker geen gevaarlijke dingen voor te schotelen. Het moet toegankelijk blijven en het is de bedoeling de kijker in slaap te wiegen. Onderwerpen als het weer (hoe actueel) of non-nieuws over het begin of het verloop van de solden doen het dan ook goed ("pasklare ideeën"), want ze zijn nauwelijks controversieel. Ingaan op ogenschijnlijk uitzonderlijke, maar in wezen banale gebeurtenissen eveneens. Oppervlakkigheid is troef.
Ook nagelt hij een bepaald soort van (televisie)persoonlijkheden aan de schandpaal die goede maatjes zijn met de heersende machten of die regelmatig aan het woord komen als zogenaamde kenners of experten op een bepaald vlak, iets wat ze lang niet altijd zijn. Intellectuelen die zich tot dit spelletje lenen zijn volgens Bourdieu onder meer Alain Finkielkraut, Jules Ferry, Claude Imbert, Jacques Julliard, Jacques Attali of Alain Minc. Zonder natuurlijk de alomtegenwoordige BHL te vergeten, ook al vernoemt Bourdieu hem nergens. Immers, wetenschappers of kunstenaars die van hun (nog "integere") collega's onvoldoende erkenning krijgen, trachten dan maar via de pers bekendheid te verwerven en vergaren zo enige legitimiteit, omdat het publiek hen kent en ze doorgaan voor experten.

Daarnaast krijgen de economische belangen krijgen steeds meer greep op de journalistieke, wat ook een invloed heeft op hetgeen op televisie of in de krant komt en hoe het gebracht wordt. Maar hij stipt wel aan dat de economische realiteit lang niet de enige is waar rekening mee dient te worden gehouden.
Voorts heeft de kijkcijferdictatuur een steeds grotere invloed op de politieke wereld die onder steeds grotere druk komt te staan om afhankelijk van wat de publieke opinie bezighoudt of schokt snel met wetten en regels op de proppen te komen, zonder dat dit gepaard gaat met de nodige afstand of denkwerk.

Journalisten doen ook vaak aan navelstaarderij ; ze kijken in de eerste plaats naar zichzelf en de concurrentie, wat uiteindelijk leidt tot min of meer uniforme nieuwsgaring en -verspreiding (zie bij ons bijvoorbeeld de strijd tussen De Morgen en De Standaard, waarbij de ene steevast de andere de loef probeert af te steken, maar die in wezen nauwelijks van elkaar verschillen). Ook omdat steeds dezelfde gasten aan het woord mogen komen. En als er al eens een buitenstaander iets tracht te zeggen, beschikken televisiemakers over tal van technieken om storende stemmen het zwijgen op te leggen. Enfin, dit zijn allemaal dingen die u ongetwijfeld zelf ook al had kunnen bedenken ; Bourdieu legt het zoveel beter uit dan ikzelf.

Wat mij ook opviel, was de stelling dat voor heel wat mensen de televisie het enige medium is dat hen een contact verschaft met de buitenwereld. Tal van mensen lezen gewoon geen kranten of luisteren weinig of niet naar de radio. Dit was iets wat ik volledig uit het oog was verloren.
Of de pendelkrant 'Metro'. Ik heb geen idee hoeveel mensen hun wereldbeeld baseren op enkel de televisie en dit blad, maar ik huiver van het idee dat het er mogelijk vele zijn. Ik heb het eenmaal doorbladert en vond het een vrij ontnuchterende ervaring.

De auteur heeft met die werk niet de ambitie om concrete voorstellen of oplossingen aan te reiken (iets wat hij herhaardelijk aanstipt), maar wil de lezer hier wijzen op de mechanismen die aan het werk zijn om de televisiekijker vooral niet kritisch aan het denken te zetten.
Soms heb ik wel de indruk dat hij de socioloog op een voetstuk plaatst en wat me nog meer trof, is zijn pleidooi voor een soort van elitair onderwijs van de bevolking. Elitair in de zin van een elite die binnen zijn ivoren toren aan wetenschap of kunst doet, maar die deze ivoren toren ook moet verlaten om het volk op een bevattelijke wijze te onderrichten zodat het zich kan emanciperen.
Tevens vraag ik me af of zijn boek eigenlijk wel tot concreet resultaat heeft geleid. Heeft het naast enthousiaste of verontwaardigde reacties ook iets losgemaakt ; zijn de betrokken spelers/sectoren beginnen nadenken over hun rol en is er een verandering opgetreden ?
Voor zijn stellingen brengt hij wel bijna nooit enige empirische gegevens aan, terwijl hij toch zelf het belang ervan benadrukt in dit werkje.

Niettemin vond ik het zeer leerrijke, aangename en aanbevelenswaardige lectuur, al was het maar omdat dit debat belangrijk blijft. Bourdieu's stem is er een van de vele, zijn mening niet per se de enig juiste, maar alvast een die doet nadenken.

Voor wie zich wil verdiepen in deze thematiek kan ik ook nog twee werken van Serge Halimi aanraden (huidig hoofdredacteur van Le Monde diplomatique en iemand die eveneens uiterst kritisch staat tegenover de traditionele pers): Les nouveaux chiens de garde en L'opinion, ça se travaille.

Het volgende boek dat ik ga trachten te lezen, is er een van Paul Ricoeur : Wegen van de filosofie. Ik vrees dat het mijn petje wat te boven gaat, maar ik heb het ooit gekocht tijdens of vlak na m'n studententijd en wilde het al langer eens lezen. Ricoeur is nog zo'n groot denker, al is hij in het Nederlandstalige taalgebied niet zo bekend heb ik de indruk.

Ron Asheton


Dinsdag vernam ik tot mijn verdriet dat een van de stichtende leden van mijn favoriete groep overleden was. Meer nog dat het feit dat hij het tijdelijke voor het eeuwige verruilde, deed het me verdriet te lezen dat hij pas ettelijke dagen na zijn dood werd gevonden.
Dat verdiende de man niet en veel van de zogenaamde rock 'n roll romantiek hangt er ook al niet rond.

Ron Asheton zal vermoedelijk nooit tot de beste gitaristen uit zijn tijd worden gerekend (ik vermoed dat dit hem ook niet interesseerde), maar mogelijk wel tot een van de meest emblematische. Samen met zijn broer, Scott, Dave Alexander en James Osterberg stond hij mee aan de wieg van The Stooges, een groep die de rockmuziek diepgaand beïnvloedde, ook al waren de verkoopcijfers tijdens het bestaan van de groep ontstellend laag, en die voor mij enorm belangrijk is geweest.
Is het niet over The Velvet Underground dat men zei dat hun eerste platen voor geen meter verkochten, maar dat diegenen die ze kochten ook allemaal toonaangevende muzikanten werden ? Dit gaat evenzeer op voor The Stooges.
Wegens interne strubbelingen moest hij voor hun derde plaat bas spelen i.p.v. gitaar, omdat een ander bandlid een prominentere plaats opeiste en kreeg, iets wat Asheton steeds betreurd heeft.
Van de oorspronkelijke bandleden leven nu enkel Iggy Pop en drummer Scott Asheton nog.

En meer dan op hun debuutalbum komt volgens mij het genie van Asheton tot uiting op hun tweede langspeler. Een mooi voorbeeld hiervan is 'Loose'. Maar eigenlijk zijn praktisch alle nummers op die plaat klassiekers (wat Joski of anderen er ook van mogen denken ;-) )
Om recht te doen aan de groep en gitarist moet u dit wel LUID afspelen.

maandag 5 januari 2009

"Over televisie"



van de befaamde Franse antropoloog en socioloog Pierre Bourdieu is vanaf vandaag aan de beurt als pendelboek(je). In 1996 (ver)mocht Bourdieu het om op tv twee lezingen te houden die voor een groot publiek zijn visie toelichtten op de televisie en journalistiek. Daar gaat dit werkje dus over.
Ik vreesde aanvankelijk dat het toch erg hermetisch zou zijn, maar tot nu toe was dat niet het geval ; het boek is vrij toegankelijk (forcément want de tekst was voor de televisie en een ruimer publiek bestemd ?).

Zelf ben ik geen socioloog, dus ik heb niet de nodige bagage om er een beargumenteerde mening over te hebben, maar eigenlijk kan ik het tot nu toe enkel maar eens zijn met de auteur. En zelfs al zou ik het betreffende een aantal aspecten oneens zijn met de auteur, toch heeft het op z’n minst de verdienste dat hij deze kwestie aansnijdt en het debat aanzwengelt. Wie geïnteresseerd is in zijn analyse kan onder meer hier, hier of hier terecht.

Verder kunt u hier een uitgebreid fragment van de lezingen in kwestie bekijken/beluisteren. Soms is er wel redelijk wat doorzettingsvermogen nodig om te blijven volgen.

“Les Bienveillantes” van Jonathan Littell heb ik net voor Kerstmis met veel plezier uitgelezen. Ik heb ervan genoten en keek er elke ochtend vaak reeds bij het opstaan naar uit om het te lezen, dit ondanks een aantal passages die moeilijker verteerbaar waren (vreemd genoeg de soms uitgebreide homoseksuele daden of fantasieën en niet zozeer de moordpartijen. Vooral het voorlaatste hoofdstuk was in dat opzicht een harde noot om kraken, want er lijkt op een bepaald moment geen einde aan te komen).

De protagonist komt vooral over als een machteloze speelbal, een slachtoffer van het lot dat naar believen beschikt en soms niet veel beter af lijkt dan de slachtoffers van het regime dat hij dient. Hij krijgt ook nauwelijks of geen greep op zijn eigen leven, dat vooral door anderen gestuurd wordt (iets wat vermoedelijk voor de meesten van ons wel in zekere mate geldt).
Ikzelf blijf het de voornaamste verdienste van dit boek vinden dat hij een nazi-beul als mens portretteert en niet als monster waarvan wij ons kunnen distantiëren. De enorme hoeveelheid aan details is indrukwekkend en soms krijgt de lezer de indruk dat het wel degelijk een (auto)biografisch werk is en geen fictie. Het is anderzijds ook wel leuk om echte historische figuren als Ohlendorf (chef van een Einsatzgruppe), Schellenberg, Müller (chef Gestapo), Himmler (Reichsführer SS) en andere in een serieuze roman aan te treffen. Af en toe een storende fout (consequent Liebstandarte i.p.v. Leibstandarte) kan de pret niet bederven.

Wat ook gewaagd was in de Franse context (iets wat heel wat Nederlandstalige lezers vermoedelijk zal ontgaan) is dat de auteur het woord verleent aan auteurs als Robert Brasillach of Lucien Rebatet, beide enthousiaste aanhangers van het fascisme/nazisme gunstig gezind waren en collaboreerden (ook Céline wordt vermeld). Een nog steeds beladen thema in Frankrijk.

Jaar goed ingezet

Want ik ben al meteen begonnen met het in de praktijk brengen van een van m’n goede voornemens ! :-D
En het heeft me deugd gedaan ; het was dan ook al ruim anderhalf jaar geleden.

Meestal zie ik voor ik eraan begin wat tegenop, maar eens je bezig bent, en zeker als het voorbij is, hou ik er wel een gevoel van voldoening, ja zelfs welbehagen aan over. Ondertussen moet je wel even een fysieke en hoofdzakelijk mentale barrière neerhalen, maar dat lukt doorgaans redelijk. Meestal zet ik gewoon m’n verstand op nul (wat niet zo heel moeilijk is) en ga ik aan de slag.

Zodoende : 50 lengtes schoolslag en 20 crawl, wat niet eens zoveel minder is dan bij m’n vorige zwembeurt. Bovendien was ik constant helemaal alleen in m’n zwembaan. Enig minpunt was dat ik m’n zwembril vergeten was. En het was ook nog eens een goede reden om de motorfiets buiten te halen, want met de huidige temperaturen is een ritje van minstens een klein uur af en toe wel aangewezen om de accu in behoorlijke staat te houden.

vrijdag 2 januari 2009

Voornemens

Na hard nadenken is me dit zowat te binnen geschoten :

- orale seks, want een jaar zonder orale seks is een jaar niet geleefd, dat zult u ongetwijfeld met me eens zijn,
- herstelling Ducati,
- eindelijk te allen prijze carrière maken,
- trachten nog kalmer te blijven en mijn geduld nog minder snel te verliezen tegen gezinsleden en vooral proberen dingen op een minder snauwende of 'boertige' toon te zeggen,
- me blijven ergeren aan dingen en personen die me storen, maar tegelijkertijd die ergernis niet te openlijk te tonen,
- opnieuw regelmatig gaan zwemmen.

Niet-exhaustieve lijst.

Désenchantement



Un petit chef d'oeuvre d'un artiste qui a su capter dans son premier album solo l'atmosphère glauque des années '70 et ce morceau-ci en témoigne de manière particulière.
Ce n'est pas la première fois que je lui laisse la parole. Aussi le mérite-t-il amplement.

Et vu qu'on ne tarit jamais d'éloges à son sujet, un deuxième extrait du même album :