...die is ook weer ten einde voor de kinderen. Al bij al is die voor hen, denk ik, heel goed meegevallen.
Ze begon met een reis naar de Italiaanse Adriatische kust, meer bepaald de badplaats Misano. M. is daar in haar jonge jaren ettelijke keren naartoe geweest, steeds in hetzelfde familiehotel en ze speelde al enkele jaren met de gedachte er eens terug te keren. Dit jaar was het dus zover. Ze had in het dorpje overigens een bijzonder stevige reputatie opgebouwd qua decadent gedrag, in die mate zelfs dat het hotelpersoneel helemaal niet herinnerd hoefde te worden aan wie ze was toen we er aankwamen. Ook gebeurde het meermaals dat mij volstrekt onbekenden al knipogend naar haar zwaaiden of iets riepen...
Op een dinsdagochtend vertrokken we hier richting Längenfeld in het Oostenrijkse Ötztal, waar we zouden overnachten op weg naar onze eindbestemming. Ook hier verbleven we in een familiehotel met een eigen sfeer. Bij het naderen en het oversteken van de grens tussen Duitsland en Oostenrijk begon het wel (hard) te regenen, wat we niet meteen verwacht hadden. In het hotel aangekomen, sprong ik nog snel met de kinderen het zwembad in alvorens te gaan eten en daarna slapen in de heel ruime en comfortabele kamer.
De volgende ochtend vertrokken we meteen na het ontbijt en reden we via de Timmelsjoch/Passo del Rombo Italië binnen om dan zonder noemenswaardige problemen in Misano aan te komen. Daar was het eerst wat zoeken naar het hotel en toen we het eindelijk vonden, kregen we als een soort van welkomstgeschenk wat hondenkeutels voorgeschoteld van de viervoeter des huizes.
Ook de kamer zelf was voor mij wat schrikken ; op het eerste zicht namelijk tamelijk klein, zeker in vergelijking met de kamer van de nacht ervoor. Maar uiteindelijk viel het wel mee, ook al omdat we nooit een hele dag in het hotel verbleven.
Misano zelf is een banaal stadje dat bijna alleen leeft van het kusttoerisme. Blijkbaar heeft het in een tweetal decennia een kleine metamorfose ondergaan, want M. had er toch enige moeite mee om haar draai blindelings te vinden. Ze viel van de ene verbazing in de andere. Het hotel waar we verbleven, bestaat al sinds de jaren '30 van de vorige eeuw en ik had wel graag foto's gezien van het Misano van toen. Het huidige heeft niet zoveel speciaals te bieden in vergelijking met gelijkaardige plaatsen. Al is er uiteraard wel het befaamde circuit, waar talloze races worden verreden voor zowel auto's als motorfietsen. Maar sinds de MotoGP er neergestreken is, veranderde ook dat circuit. Waar men er vroeger naar verluidt probleemloos naar binnen kon en langs het traject kon flaneren, is dit nu uitgesloten. Hermetisch gesloten lijkt het wel.
Terwijl M. het liefst aan het strand zat, brachten de kinderen hun tijd liever door aan het zwembad. Dus ging ik met hen daar naartoe, zodat M. onopvallend en ongestoord de wasbordjes op het strand kon bewonderen.
Om het ons makkelijk te maken, hadden we voor de formule met vol pension gekozen, zodat we ons om het eten helemaal niet moesten bekommeren. Weer een zorg minder.
Aangezien een vakantie met louter zon, zee en strand niet bepaald mijn ding is, had ik enkele uitstappen gepland. Eentje naar het vlakbij gelegen Tavullia, het dorp waar Valentino Rossi opgroeide en nu opnieuw woont en eentje naar Ducati in Bologna, waar men de fabriek en het museum kan bezoeken. Vooral de fabriek was indrukwekkend, een beetje een walhalla voor wie enigszins in motorfietsen geïnteresseerd is. Op de terugreis van onze uitstap naar Bologna, stopten we nog even bij het circuit Dino e Enzo Ferrari in Imola, waar ik en R. wat gingen bezinnen bij de Tamburello-bocht. In tegenstelling tot het Santa Monica-circuit van Misano (volledig afgeschermd), is dat van Imola vrij makkelijk toegankelijk als er geen evenement is. We konden probleemloos op (lege) tribunes plaatsnemen en langs een stuk van het circuit wandelen. Het frisdrankje achteraf in een kiosk naast het circuit smaakte eens zo lekker.
Andere uitstappen brachten ons naar Cattolica, waar een groot aquariumcomplex is en Porto Verde, met zijn charmante jachthaventje.
De laatste excursie ging dan naar San Marino, de dwergstaat vlakbij. Daar wilde R. per se het martelmuseum bezoeken (waar een normaal mens met redelijk wat afkeer weer buitenkomt) en kochten we wat spullen (ik had een nieuwe tas nodig om te gaan werken).
Na tien dagen dolce far niente, tijdens dewelke ik ook enkele cocktails heb leren kennen, zat onze vakantie erop.
Vertrek op een zaterdag en dat werd meteen het minst leuke aspect van de reis. Vanaf pakweg ten noorden van Modena tot aan de grens met Oostenrijk vertraagd tot stilstaand verkeer. Dat weekend werd op dat vlak dan ook beschouwd als bijzonder druk.
In plaats van in de (late) namiddag aan te komen op ons overnachtingsadres, was het praktisch 21 uur voor we ter plaatse waren en eindelijk konden uitrusten. Bovendien, ook weer praktisch vanaf het moment dat we Oostenrijk binnenreden, goot het werkelijk pijpenstelen. Blijkbaar waren er daardoor doorheen heel Oostenrijk problemen op de weg, maar gelukkig niet op het traject dat wij aflegden. Moe en enigszins verveeld kwamen we dan toch aan in Füssen aan de Hopfensee. Helaas konden we geen wandeling meer maken, ten eerste omdat het donker was geworden en ten tweede wegens de bijzonder hevige regen. Dan maar snel wat gegeten in het restaurant en naar bed.
De volgende ochtend hebben we toch nog een beetje van de omgeving kunnen genieten, alvorens weer vlot naar huis te rijden. Haast nergens aanschuiven deze keer.
Het was een fijne vakantie, goed eten, fijne, ontspannen sfeer enz. Toevallig was er in het hotel ook een collega van m'n werk, maar mijn aanvankelijke vrees dat dit de pret zou drukken, bleek volkomen onterecht. Zo heb ik iemand beter leren kennen die ik anders vermoedelijk alleen maar zou gegroet hebben in het voorbij wandelen.
Tot slot een pluim voor onze auto (een Saab) die ons, op een piepje hier en een kraakje daar, zonder enig probleem heen en terug gevoerd heeft. Hij gaat toch ook al 6 jaar mee, maar doet nog prima zijn werk.



