maandag 1 november 2010

Goed gezelschap in Gent : met Anneleen en Jacques


Gisteren heb ik een bezoek gebracht aan Gent en meer bepaald het Gravensteen en de tentoonstelling gewijd aan de Franse regisseur Jacques Tati.

Ondanks herhaaldelijk vragen van mijn kant vond ik thuis (alweer) niemand bereid om mee te gaan. Waarom neem ik de moeite eigenlijk nog ; een namiddag voor tv hangen of aan tafel kletsen met neefjes en nichtjes, schoonbroer/oom en zus/tante en papa en mama/grootvader en -moeder is sowieso veel leuker.

Enfin, ik alleen op weg en dus met de motorfiets, wat me te Gent aankomend het voordeel opleverde dat ik niet in de file moest aanschuiven die ontstaan was na een mosselactie van het lokale Ikea-filiaal. Gezwind ertussen, ook al regende het en hop ! richting centrum.

Daar aangekomen reed ik meteen zonder verkeerd te rijden naar de Vrijdagmarkt om linea recta de parkeergarage binnen te rijden en een onwillige slagboom voor me te vinden. Die netjes omzeild en dan maar op zoek naar iemand om te melden dat het toestel me geen ticket wilde geven. "Hier mogen ook geen moto's binnen, meneer. Het staat nochtans aangeduid." Ah. Dan maar weer behoedzaam (de vloer was nogal glibberig mede door de regen) naar buiten en na wat zoeken een parkeerplaats gevonden op de stoep in de Lange Steenstraat, toevallig de straat waarlangs het Caermersklooster ligt, waar de de Tati-tentoonstelling plaatsvindt. Da's ongetwijfeld weer m'n gunstig gesternte.

Daarvoor had ik afgesproken met Anneleen, die een bezoek eraan ook wel zag zitten. Omdat ik echter enkele uren te vroeg was, profiteerde ik van de gelegenheid om schaamteloos de toerist uit te hangen en begaf me naar het Gravensteen om dat nu eindelijk eens te bezoeken. "Bonjour, bel homme" klonk het bij wijze van welkomstgroet. Helaas was het een man gezeten aan een terrasje ; ongetwijfeld deed m'n strakke leren broek (merk IXS voor wie geïnteresseerd is) zijn verbeelding op hol slaan.

Het bezoek aan het Gravensteen was een meevaller. De bezoekers liepen niet in mekaars weg en de museum guide (een filmpje waarin onder meer Filips van den Elzas (de man die het Gravensteen liet optrekken tegen de stad Gent) en Chrétien de Troyes (gespeeld door een uitstekende Kurt Van Eeghem) werden opgevoerd) verstrekte heel wat randinformatie. Aarzel zeker niet zo'n gids mee te nemen, het zit in de inkomprijs begrepen.

Na het kasteel was het te laat om nog iets hartigs te gaan eten, want om half drie had ik met de bekoorlijke Anneleen afgesproken. Dan maar op goed geluk wat in het historisch centrum van Gent rondgekuierd en wat foto's genomen. Onderstaande foto vond ik wel leuk, maar ik heb er wel bergen hondenstront voor moeten trotseren om hem te maken.



Tegen half drie stond ik dan aan de ingang van de tentoonstelling te wachten op m'n 'date'. Vooraf was ik er wat zenuwachtig over, want hoe zou ik haar nu op m'n eentje moeten entertainen, iets waar ik volstrekt niet goed in ben... Maar bon, wetende dat een van de levensvragen die ze zich stelt 'Where have all the cowboys gone ?' is, had ik toch al het halve werk verricht. Immers, stoppelbaard van een paar dagen, haar in de war wegens m'n hoofddeksel, een ijzeren ros, geef toe, met een beetje verbeelding valt daarin toch een cowboy te herkennen.

Na een snelle begroeting gingen we naar binnen met behulp van mijn dankzij deze sympathieke mevrouw gekregen vrijjkaart. Ik zal maar meteen toegeven : brompot was na afloop van het bezoek ontroerd, ook al liep dat enigszins met een sisser af. Later meer daarover.
Over Jacques Tati weet ik niet zo bijster veel, maar de enige film van hem die ik gezien heb, 'Les vacances de Monsieur Hulot', had zo'n indruk op me gemaakt dat ik deze tentoonstelling zeker niet wilde missen. Net als 'Les Triplettes de Belleville' werpt deze prent de kijker, of mij althans, alleen al door de gecreëerde sfeer terug in een soort van geïdealiseerde wereld, vrij van kommer en kwel, de wereld van onbekommerde vakanties uit onze kindertijd, die we in onze herinnering romantiseren.
Voor mij was ze alvast de moeite van een verplaatsing waard. De bezoeker wordt teruggeworpen in een heel andere tijd en een verschillend universum. Onder meer in dat van de zonderling Hulot, die in verschillende films van Tati de hoofdrol speelde. Hulot is zo ontwapenend vreemd dat de onbevangen kijker moeilijk anders kan dan ten minste glimlachen. Tegelijk gunt Tati ons een bevreemdende blik op de moderne maatschappij waarin we met z'n allen meedraaien.
De humor en vondsten zijn vaak heel eenvoudig, maar tegelijk heel doeltreffend en inventief.
Mooi vond ik ook de brieven, kattebelletjes of andere aantekeningen van of gericht aan Tati (onder meer van J.-L. Godard).
Ronduit prachtig waren enkele vondsten die gebruikt werden in bijvoorbeeld 'Mon Oncle'.
Toen we bijna bij het einde van de tentoonstelling waren, viel plots de elektriciteit uit. Voor een expositie waar minstens de helft van de collectie elektriciteit nodig heeft, is dit een grote tegenvaller. Tot overmaat van ramp was de DVD-box die ik op de kop hoopte te tikken jammer genoeg niet voorradig. Blijkbaar was in het hele wijkgedeelte de stroom uitgevallen en na wat wachten besloten Anneleen en ik om dan maar ergens een kop koffie te gaan drinken, in afwachtig dat het euvel hersteld zou worden. Dit bleek ijdele hoop en na een korte wandeling doorheen het Patershol en aangrenzende straten namen we al bij al toch tevreden afscheid van elkaar. Ik had haar gezelschap op prijs gesteld en mijn vrees voor gênante stiltes bleek onterecht. Fijn.

Achteraf ging ik een paella eten in Casa Serenas, een Spaans restaurant aan de Vrijdagmarkt waar ik praktisch op de dag af 4 of 5 jaar geleden dankzij de schrijfster van deze helaas ter ziele gegane blog al eens gegeten had met een hele groep vrouwen. Het eten was lekker, de dienster bevallig, maar de groep andere bezoekers wel bijzonder luidruchtig en dat m'n hele maaltijd lang. Auw, auw auw, dreigende hoofdpijn en opkomende ergernis...

Vervolgens op m'n gemak naar huis getuft, al mag men in het centrum van Gent wel wat meer wegwijzers richting autosnelweg plaatsen vind ik zelf. De tramsporen maakten het begin van het traject ook wel extra spannend, maar ik bracht het er met brio vanaf.

Gent is een stad waar ik me, denk ik, wel thuis zou kunnen voelen.

Geen opmerkingen: