Wel, dat komt enerzijds omdat ik de hele tijd zoet was met een vuistdik boek gecompileerde werken van Erasmus en anderzijds omdat ik een tweede poging ondernam om een boek te lezen waar ik me al eens vruchteloos door had trachten te worstelen.
Erasmus was voor mij een vrij aangename verrassing, want buiten zijn ‘Eloge de la folie’ had ik nog nooit iets van hem gelezen. Zijn pedagogische werken blijven actueel, zijn pacifisme doet deugd om te lezen, zijn humor is verfrissend, zijn uitzonderlijke intelligentie staat buiten kijf, zijn geloof kan heden ten dage naïef of wereldvreemd overkomen, maar stoort niet echt. Erasmus lijkt me echt wel een modern denker die je begint te beseffen wat voor grote invloed hij uitgeoefend heeft op allerlei vlak.
Het was bij momenten echt wel verfrissende lectuur, maar een paar maanden aan een stuk niets anders als Erasmus zou ik nu toch ook niet iedereen aanraden.
Er blijft wel nog een hoofdstuk van 250 bladzijden over dat ik moet lezen met een beperkte selectie van zijn correspondentie. Dat is voor een andere keer.
Na deze verzamelde werken van Erasmus, probeerde ik nogmaals "Wegen van de filosofie" te lezen van Paul Ricoeur, nadat ik een eerste poging enkele maanden geleden afbrak wegens te hermetisch voor mij. Ditmaal lukte het me wel het boek bestaande uit verschillende essays uit te lezen. Structuralisme in de taal en antropologie, de Saussure, Guillaume, Lévi-Strauss, Freud, religie, Oud en Nieuw Testament, Hegel, fenomenologie, allemaal onderwerpen die aan bod komen. Ik denk dat ik het bij deze lezing allemaal een stuk beter vatte, ook omdat ik m'n tijd nam en rustig las, maar om er dan zelf nog veel zinnige gedachten aan toe te voegen of zelf bedenkingen te hebben bij hetgeen ik las, neen, dat was te veel gevraagd. Een aantal zaken herkende ik wel, dankzij m'n opleiding (de tegenstelling langue - parole (- discours) bijvoorbeeld), wat toch voor enige aanknopingspunten zorgde. Nieuw voor me was bijvoorbeeld hoe Freud religie analyseerde en 'ontmaskerde', ook al was zijn visie ook maar een mogelijke interpretatie.

Twee weken geleden ben ik dan begonnen in "Oblomov", een klassieker van de Rus Ivan Gontsjarov. Eerlijk gezegd was dit een ware verademing na de toch wel droge en zware kost die Paul Ricoeur voorschotelde.
Dit werk heb ik halfweg de jaren ’90 al eens gelezen, maar het liet een zo’n positieve indruk op me na, dat ik me al enkele jaren had voorgenomen het opnieuw te lezen.
Ilja Iljitsj Oblomov is een aristocraat die zijn dagen slijt met haast letterlijk nietsdoen, rusten, dromen, slapen. Ergens herken ik mezelf er ook een beetje in ; het voor zich uit schuiven van problemen bijvoorbeeld of, zeker de laatste maanden, gewoon het huis nog moeilijk uitkomen en iets doen.
De eerste tientallen bladzijden vind ik bij momenten ware slapstick. Verschillende personages worden voorgesteld, misschien enigszins karikaturaal en geconfronteerd met de protagonist.
Momenteel lijkt de jonge Olga Oblomov uit zijn lethargie te kunnen halen, maar net als ze zijn leven een nieuwe wending lijken te gaan geven, haalt zijn verleden hem in de vorm van oude kennissen, in.
Tekenend voor het hoofdpersonage is dat een van de weinige keren dat Oblomov echt tot actie overgaat is om een brief te schrijven waarin hij afscheid neemt van Olga. Voor een poosje komt het daarna weer goed tussen beide, maar helaas loopt alles toch faliekant af (daar ben ik nog niet geraakt).
Ik herinner me dat ik toch nogal getroffen was toen ik het boek een eerste keer las en het lijkt erop dat dit nu ook weer het geval is. Ik leef toch wel mee met Oblomov en blijf tegen beter weten hopen dat het goed komt tussen hem en Olga.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten