maandag 14 januari 2008

Confrontatie met (vroegere) idealen

Daar heeft 'Russisch dagboek' van de vermoorde journaliste Anna Politkovskaja (met dank aan de lezer die me erop attent heeft gemaakt) bij mij onder meer voor gezorgd. Het is een moeilijk te verteren boek dat me aan het denken, aan het piekeren zelfs, heeft gezet... Voor mij komt het in het rijtje van werken als 'How de body' van Teun Voeten of 'De duisternis tegemoet' van Gitta Sereny. Het zijn boeken waarbij ik om de zoveel bladzijden de behoefte voel om ze even te sluiten en te bekomen.

Leven in Rusland, en vroeger de Sovjet-Unie, zal voor Ivan modaal wel niet heel vaak een pretje zijn geweest en afgaand op dat boek en de recentere evoluties in dat land lijkt het er niet op dat dit vlug ten goede zal veranderen. Het heeft er namelijk alle schijn van dat Rusland weer dezelfde weg opgaat, maar dan niet onder de noemer 'communisme'.

Het is onthutsend te lezen hoe een groep mensen zich zonder scrupules meester heeft gemaakt van de Staat, de macht, de productiemiddelen (om eens een nette marxistische term te gebruiken), hoe de staatsinstellingen die de bevolking zouden moeten helpen en beschermen, aangewend worden om de grofste misdaden te laten betijen en zelfs aan te moedigen of, in het geval van de veiligheidsdiensten, uit te voeren. Hoe ongestraft in de Kaukasus in naam van de strijd tegen het terrorisme de grootste wreedheden kunnen worden begaan, hoe daar totale willekeur heerst, om zogezegd om de stabiliteit te herstellen.

Tijdens mijn jonge jaren boeide het marxisme als ideologie me wel en ook nu nog heeft het voor mij aantrekkelijke aspecten. Verschillende boeken heb ik erover gelezen, waarvan ik evenwel misschien de helft snapte en nog minder onthouden heb. De Sovjet-Unie was voor mij als jongeling een hoop in bange, niets ontziende kapitalistische dagen. Net als vele bekende intellectuelen dacht ik dat men de schoonheidsfoutjes van het systeem over het hoofd moest zien, zonder te beseffen dat ze er inherent aan waren geworden. Dit toont 'Russisch dagboek' eigenlijk wel aan en het is niet zo makkelijk om te aanvaarden.
Treffend en cynisch is overigens ook dat volgens de journaliste de communisten en, vooral, de nationaal-bolsjewieken de enige geloofwaardige oppositie zijn geworden tegen het Poetin-regime. Hoe een dubbeltje rollen kan.

Intussen ben ik al iets minder blind en koester ik dan ook niet de minste illusies over een andere grootmacht die op papier de communistische fakkel heeft overgenomen : China. Ook daar weer een elite die wikt en beschikt in naam van het volk.

Enfin, waar ik met heel die litanie toe wilde komen : het is wel redelijk teleurstellend als je jeugdidealen zo duidelijk worden 'verraden', als blijkt dat er in het land waarvan je dacht dat ze werkelijk met een interessant en lovenswaardig maatschappelijk 'experiment' bezig waren, eigenlijk ook gewoon het cynisme (niet in filosofische zin) regeert. En dat het zo lang heeft geduurd eer het me ietwat duidelijk werd.

Los van Politkovskaja's bespiegelingen over de Russische volksaard en waar ik zelf niet kan noch wil over oordelen, riep het boek de vraag in me op wat ikzelf zou doen als hier ook ooit moed nodig zou zijn vanwege de bevolking om een kwalijke evolutie tegen te gaan. Zwijgen en hopen dat het overwaait, me ertegen verzetten, burgerlijke ongehoorzaamheid (ik heb er ooit van gedroomd om als baldadig statement met een vluchteling zonder papieren te huwen), wegvluchten in een andere (fantasie)wereld ? Ik vrees dat ik het antwoord ken en het is niet bepaald fraai of flatterend.

Geen opmerkingen: