Binnen vier dagen is het weer zover : de hoogmis van ons democratisch bestel, namelijk federale verkiezingen. Eigenlijk mocht het voor mij al achter de rug zijn, of liever, de verkiezingscampagne. Het stemmen op zich vind ik wel leuk, maar die weken of maanden vooraf beginnen me (helaas misschien) meer en meer te vervelen.
Vroeger was ik alvast een iets bewuster stemmer denk ik. Nu stem ik doorgaans consequent op dezelfde partij als vroeger, maar zonder me nog erg te interesseren in de programma’s van andere partijen. Folders vliegen doorgaans meteen de papiermand in enkel die van de partij waar we beide op stemmen, om eens de koppen te kunnen bekijken en te lezen wat ze graag zouden realiseren. Misschien ben ik in hetzelfde bedje ziek als zoveel mensen die uit gewoonte steeds op dezelfde partij stemmen. Al een geluk dat ik voorlopig nog geen foertstem op het Vlaams Belang heb uitgebracht en hopelijk zal dat ook nooit het geval zijn. Al die affiches van politici, elkeen die zijn grote gelijk probeert te bewijzen en de ander tracht neer te sabelen, het opbod enz. Het vermoeit me allemaal nogal en ik heb, vrees ik, afgehaakt. Ik mis soms echter wèl eens de debatten à la confrontatie vroeger, waar politici een klein uur discussieerden, maar van de huidige verkiezingsdebatten heb ik er geen enkel gezien en ik mis het ook niet.
Dat terwijl er toch een en ander op het spel staat. Eigenlijk is het triest.
Wat hoop of verwacht ik van deze verkiezingsuitslag ?
a) in de eerste plaats dat het VB geen vooruitgang meer boekt t.o.v. de vorige federale verkiezingen (lijkt haalbaar, want ze lijken haast onzichtbaar deze keer), maar veel illusies maak ik me daaromtrent eigenlijk niet,
b) dat Groen! (o, wat heb ik een hekel aan dat uitroepteken !) weer zijn intrede maakt in Kamer en Senaat (de kans lijkt er dik in te zitten),
c) dat het kartel CD&V/NV-A uit de regering kan worden gehouden (lijkt hoogst onwaarschijnlijk).
Afwachten dus maar en vanaf zondagmiddag weer met spanning aan het radiotoestel gekluisterd zitten. Ik hou goede herinneringen over aan deze manier om de resultaten te volgen, die nog dateert uit m’n studententijd en die ik romantischer vind dan al die analyses en grafieken die je op tv meekrijgt.
Overigens moet ik nog steeds wennen aan de nieuwe president en regering in Frankrijk. Het verdroot me zeer dat Ségolène Royal het niet gehaald heeft en wat me daar bijzonder opviel was het ontstaan van een ministerie dat onder meer bevoegd is voor iets akeligs als de ‘nationale identiteit’. Ik en een Franse vriend waren het erover eens dat zoiets eigenlijk typisch is voor totalitaire regimes en dat dit misschien een teken aan de wand is, dat Frankrijk verder verrechtst. Bart De Wever verheugt er zich over las ik gisteren, maar mij ontgaat het nut en de wenselijkheid ervan volkomen. Da’s zo’n abstract ‘fourre tout’- of containerbegrip waar je alle kanten mee uitkunt en dat tegelijk nietszeggend is.
Ook de verschijning van het gezin Sarkozy, en dan vooral van zijn twee oudste zonen, toen hij het Elysée betrad, doet ons het ergste vrezen. Allebei ‘jeunesse dorée’ die er zeker niet gekomen zijn op eigen kracht, maar wèl het lef hebben om neer te kijken op de gewone werkmensch. Allebei met een weerzinwekkende surferlook ook.
Maar soit, zondag ben ik van plan om goedgemutst mijn burgerplicht te gaan doen en eventueel eens te knipogen naar M., die opgetrommeld is als bijzitster.
woensdag 6 juni 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten