Ik koesterde wel wat sympathie voor de onverschillig ogende jongeling die op z'n dooie gemak de trap op kwam geslenterd, waardoor hij de weg blokkeerde voor de steeds talrijker pendelaars (waaronder ik) die uit hun trein stapten en samentroepten voor het gapende gat om zich eerst naar beneden te storten en vervolgens naar en op hun werk.
Hij had er blijkbaar geen boodschap aan dat velen ongeduldig wachtten tot de weg vrij was.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten