Het is alweer een tijd geleden dat ik hier nog iets gepost heb i.v.m. m'n leesvoer.
Wel eigenlijk ga ik ook niet zo erg veel meer vooruit, omdat ik doorgaans i.p.v. 's morgens pas 's avonds een boek uit m'n tas haal. 's Morgens lees ik tegenwoordig de krant.
Door het omwisselen van beide routines en door het feit dat ik een dagje ouder word, lees ik op de terugweg naar huis hooguit een paar bladzijden. Hoe dat komt ? Vanaf pakweg Mechelen tot zowat Herentals lig ik sinds een maand of twee namelijk te knikkebollen van vermoeidheid. Gruw. Gelukkig heb ik mezelf nog niet betrapt op het lozen van een straal speeksel, maar het verveelt me wel.
Het kan natuurlijk ook deels te wijten zijn aan mijn recente lectuur, maar dat speelt dan mijns inziens toch maar een ondergeschikte rol. Het infernale ritme dat het werk, 's avonds nog erg levendige kinderen en een 's nachts nog bijzonder veeleisende vriendin me opleggen, eist zijn tol.
Ik had dus aangekondigd dat ik "Macedonië, land in de wachtkamer" van Mon Detrez zou lezen. Zeker de eerste helft vond ik een relatief zware dobber. Wat ik me er nog van herinner kwam dat onder meer omdat de auteur in zijn historisch overzicht werkelijk elke beweging, organisatie, splintergroep enz. lijkt te vernoemen. Het boek heeft me wel beter doen beseffen hoe groot de regio Macedonië vroeger wel niet was (komt helemaal niet overeen met het huidige land of de vroegere Joegoslavische republiek) en van welke verschillende landen het in zijn geschiedenis de speelbal was (Bulgarije, Griekenland, het Ottomaanse rijk, Joegoslavië en ook de grote Albanese minderheid binnen Macedonië speelde een rol). Detrez gaat ook dieper in op wat bepalend is voor een identiteit van een land en voorzover mijn geheugen me niet in de steek laat, is het onmogelijk om het over een eenduidige Macedonische identiteit te hebben, precies vanwege de talrijke invloeden en heersers die het onderging.
Door dit boek te lezen besef je wel dat voorstelling van de Macedonische kwestie (en bij uitbreiding de Servisch-Albanese) en bij uitbreiding zowat alles wat we over de Balkan horen in de pers nogal simplistisch was/is.
Daarna las ik een kort essay van de Bulgaars-Franse intellectueel Tzvetan Todorov, "Les abus de la mémoire". Daarin bespreekt hij eerst hoe totalitaire regimes omgaan met het (collectief) geheugen : ze trachten herinneringen te wissen en/of te manipuleren of te herschrijven. De slachtoffers van dergelijke staatsvormen gaan echter ook niet altijd vrijuit in hoe zij (selectief) omgaan met dergelijke gebeurtenissen en/of ze soms misbruiken. Verschillende thema's komen (terloops) aan bod : wat is 'herinneren', (groeps)identiteit, cultuur, dat wetenschappers rekening moeten houden met de nefaste gevolgen die hun werk kan hebben, dat we wnatrouwig moeten staan t.o.v. oproepen die een beroep doen op een (al dan niet glorieus) verleden, dat het makkelijker is wantoestanden uit het verleden te bestuderen en/of aan te klagen dan de misdaden die nu aan de gang zijn.
Daarna heb ik 'Romans libertins du XVIIIe siècle' weer ter hand genomen en belandde ik tot nu toe bij twee onverbeterlijke Frans mysantropen die zich ook eenmalig aan dergelijke literatuur gewaagd hebben : Fougeret de Monbron en François-Antoine Chevrier, twee min of meer vergeten auteurs die zowat iedereen tegen zich in het harnas hebben gejaagd, iets waar ze ook de gevolgen van aan de lijve hebben ondervonden (gevangenis, ballingschap enz.). Vooral Chevriers 'Le Colporteur' was amusante lectuur. Behalve het laatste gedeelte waarin de Nederlandse ambassadeur in Parijs zijn zoon goede raad geeft over hoe een diplomaat zich dient te gedragen staat het bol van pikante en opzienbarende anekdotes waarvan je denkt dat de auteur ze uit zijn duim zoog ; je reinste riooljournalistiek dus, maar blijkbaar wel gestaafd door politieverslagen. En met de nodige dosis humor. Chevrier haalt met veel plezier een heel aantal toen beruchte dames door het slijk en noemt ze met naam en toenaam. De dames in kwestie waren meestal danseressen of actrices van de Opéra of de Comédie française en slaagden erin ettelijke steenrijke sukkels te ruïneren, verschillende minnaars tegelijk te hebben, onbeschaamd met hun rijkdom te etaleren enz. Meer dan eens echter eindigden zij hun leven eveneens compleet berooid. Voor de edellieden die zich haast straffeloos met deze vrouwen konden inlaten is hij wel een stuk minder streng en hun namen vermeldt Chevrier nooit.
'Le Colporteur' bood me in alle geval de kans om op een cultureel verantwoorde manier een werk te lezen dat inhoudelijk vermoedelijk niet eens het niveau haalt van onze pulpbladen. De vrolijke toon en de stijl zorgen wel voor een welkom tegengewicht. En mede door de soms bijtende humor hield ik er bovendien een goed humeur aan over. Tegenwoordig voorwaar geen sinecure.
De volgende die aan de beurt is Claude-Joseph Dorat die met zijn 'Les malheurs de l'inconstance' de keerzijde van de libertijnse levenswijze trachtte te belichten en het lijden waartoe het zou lijden.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten