dinsdag 21 april 2009

Intermezzo

Als tussendoortje nog snel een stukje over "Les cyniques grecs. Fragments et témoingnages" dat ik vlak voor het paasverlof heb uitgelezen.

Net als enkele andere klassieke filosofische stromingen vind ik dat dit cynisme wel interessante inzichten te bieden heeft. Bovendien hebben ze ook geen volledig filosofisch systeem uitgewerkt, wat het voor buitenstaanders en niet filosofisch geschoolden makkelijker maakt om te begrijpen waar ze eigenlijk heen wilden. De cynici benadrukten dan ook dat hun levensstijl niet enkel voor een (intellectuele) elite was weggelegd, maar voor iedereen toegankelijk was, zolang je maar de nodige wils- en daadkracht aan de dag legde, want voor hen waren daden belangrijker dan woorden of concepten/ideeën of een grote eruditie.

Net als vele anderen, streefden ook zij geluk na (voor hen apathie), maar de manier waarop en hun definitie van geluk verschilde wel van wat men er doorgaans onder verstaat. Ze trachtten hun tijdgenoten te doen inzien dat deze zich eigenlijk enkel met bijkomstige zaken bezighielden, zoals het bevredigen van hun passies, in die mate dat ze/we er een slaaf van werden en zoals allerlei angsten die hen/ons in hun ban houden, terwijl we toch geen vat hebben op ons lot. Om hun medeburgers dit besef bij te brengen en hen wakker te schudden, moesten ze soms wel hun toevlucht nemen tot drastische middelen. Vandaar hun haast spreekwoordelijke onbeschaamdheid en het voortdurend uitdagen en omkeren van de maatschappelijke normen, wat dan weer tot gevolg had dat velen ze liever kwijt dan rijk waren.

De cynici plaatsten de mens op de derde plaats, na de goden (ook al waren enkele van de meest bekende cynici mogelijk atheïst), die geen behoeften hebben, en de dieren, die er zeer weinig hebben en volgens hun eigen aard leven, wat van de mens niet meer kon worden beweerd. Een sober leven, waarin men afstand doet van bezit en geen angst meer heeft voor tegenslag en de dood.

Nu wil ik niet beweren dat mijn levensstijl ook maar enigszins overeenkomt met wat zij of pakweg de stoïcijnen of epicuristen propageren (en evenmin, helaas misschien, wat de hedonisten voorstaan), want ik ben immers geëvolueerd naar wat ik in m'n jeugd zo verfoeide : een op en top burgerman met gezinnetje, huisje, tuintje en wat is het nog allemaal ? Niettemin helpt het bestuderen van deze filosofieën me wel degelijk om bij een aantal dingen stil te staan, sommige zaken anders te bekijken, bij te leren en het wapent me enigszins tegen minder aangename kanten in dit leven. Ook probeer ik daardoor anders t.o.v. de dood te staan, deze niet meer als afschrikwekkend te zien. Iets wat Seneca overigens zijn hele leven heeft getracht, waarmee hij eigenlijk aantoonde dat de dood hem obsedeerde (en toch angst aanjoeg).
Tot slot vind ik ook dat hun boodschap toch nog enigszins actueel blijft.
En daarnaast heb ik nog geleerd dat in het Grieks "les Bienveillantes" een eufimistische term was voor de furiën, wat meteen ook de titel van het boek van Jonathan Littell verklaart.

Enkele bekende cynici : Antisthenes, Diogenes, Bion, Crates en diens gezellin Hipparchia.

Tot slot nog een leuk citaat van nog een cynicus, Dio Chrysostom, over Diogenes : "Aussi, pensait-il, tout comme un bon médecin se doit d'aller au secours de gens là où les malades abondent, il convient pareillement que le sage s'établisse de préférence là où les imbéciles sont en plus grand nombre, afin de démasquer et de corriger leur stupidité."
Encore convient-il de savoir qui est un sage et qui ne l'est pas et de reconnaître la stupidité lorsque celle-ci se manifeste.

Geen opmerkingen: