Vandaag heb ik m'n Tripy nog eens buitengehaald.
"Tripy, wat is dat ?" hoor ik u al denken.
Wel, zoals u via de bovenstaande link kunt zien, is het een soort elektronisch roadbook.
"Roadbood, wat is dat ?" zie ik u al denken.
Een roadbook is een soort van bewegwijzerde route op papier. Het duidt aan binnen hoeveel meter u naar links of rechts moet afbuigen en dergelijke meer. Tot voor kort werd dat hoofdzakelijk op papier gebruikt, maar met de opkomst van GPS-systemen allerhande schakelen steeds meer mensen over op zo'n kastje.
De Tripy is wel geen volwaardig GPS-systeem, maar biedt toch wel een aantal voordelen. Zo telt hij onder meer het aantal meter af tot het volgende punt waar je moet afslaan of waar er een rotonde is. Voorheen moest je via de kilometerteller van je motorfiets zien hoever het was en als je al eens verkeerd reed, klopte er niets meer van omdat de totale afstand niet meer overeenkwam met wat op het roadbook vermeld stond. Er zijn nog wat andere snufjes aan het toestel verbonden, maar je kunt er dus ettelijke routes in opslaan en het apparaat stelt je in staat geconcentreerder met het rijden zelf bezig te zijn. Ook hoef je je blik niet meer zo vaak en lang van de weg te halen zoals in het geval van een papieren roadbook dat op je tanktas zit. Iets waar ik sinds juni vorig jaar nog huiverachtiger tegenover sta...
Vanmiddag had ik dan met een bijgeleverd computerprogramma een testroute uitgestippeld van bij ons tot net onder het Nederlandse Oss en weer terug. Ruim 180 kilometer in totaal. Het was de eerste keer en ik had er goede hoop in dat het wel zou lukken. Bovendien had ik dat traject ooit min of meer afgelegd en ik keek uit naar de leuke, pittoreske binnenwegen die op me lagen te wachten.
Wel, de Tripy heeft me toch een paar keer verkeerd laten rijden : ofwel door een helemaal verkeerde aanduiding, ofwel doordat in een bebouwde kom de herberekening tot het volgende punt te traag ging. Als je na 50 meter alweer een andere straat in moet, maar het ettelijke seconden duurt eer de computer doorheeft waar je je op dat moment bevindt en waar je naartoe moet, ben je er al makkelijk voorbij gereden... Kortom, soms was het systeem echt de kluts kwijt. Gelukkig zit er een compasje in verwerkt dat aanduidt in welke richting je moet rijden om opnieuw op de route te komen en hoever je er ongeveer vanaf zit. Zodoende heb ik toch wel wat tijd verloren en kon ik de rit niet helemaal afmaken, aangezien ik had gezegd tegen 18.00 uur weer thuis te komen. Toen ik iets voor dat uur nog rond Eindhoven aan het rondtuffen was, heb ik de rit maar wijselijk afgebroken en nam ik de autosnelweg richting huis.
Maar onderweg heb ik wel een aantal mooie en ook vreemde dingen gezien. Zoals die kudde koeien die in de buurt van Netersel zonder zichtbare begeleider geoefend en doodgemoedereerd een straat overstak, een koe per keer, er telkens wat auto's of motorfietsen tussen latend. Zelfs het vee gedraagt zich in Nederland gedisciplineerder dan de doorsnee Belg.
Tevens telde ik twee Ferrari's, waarvan er een me bijna van de sokken reed omdat hij niet kon wachten en me niet gezien had achter de bestelwagen, en een Aston Martin. En ook het gebouw waarvan u hierboven een foto ziet. Het heeft toch wat allure, vrij modern en gewaagd qua constructie, vindt u niet ? Iets wat je bij ons alvast niet verwacht in het eerste het beste 'boerengat', wat hier dus wèl zo is i.p.v. in een (middel)grote stad. Het deed me ook denken aan een aantal werken op de fototentoonstelling van Filip Dujardin die nu in Bozar loopt. Hieronder nog een plaatje van de kerk van Erpe, een dorp wat verderop.
Voorts verdient de kenmerkende geur van varkenskwekerijen her en der ook nog een vermelding. Of die van droog, brandend stro of zoiets, wat me aan m'n prille jeugd deed terugdenken.
Ondanks de niet vlekkeloos verlopen rit, kwam ik dus toch tevreden weer thuis. Maar onderweg heb ik me toch een aantal bedenkingen gemaakt i.v.m. motorrijden en mijn beleving ervan. Sinds vorig jaar rij ik namelijk veel minder met de motor dan voorheen. Dat heeft allerlei oorzaken, maar puur rationeel bekeken is het eigenlijk gewoon gek dat ik dan twee motorfietsen heb, waarvan er eentje al ettelijke maanden buiten dienst is. Loont het nog de moeite ze beide te houden ? Moeilijke vraag, want ik ben aan alletwee gehecht en elk heeft een aantal kenmerken die ik wel waardeer en in de andere niet terugvind. Zo is de Kwak dan wel dik, zwaar en redelijk lomp, hij beschermt me wel stukken beter tegen weer en wind dan de Duc. Ook is de ophanging ondanks het ruim 10 jaar oude ontwerp nog steeds fantastisch en niettemin comfortabeler dan die van de Ducati. Van de Kwak heb ik na 4 jaar ook nog helemaal de limieten niet verkend, om van de Ducati nog maar te zwijgen. Wel is de Ducati een heel stuk zuiniger. Voor het eerst heb ik de tank volgegooid (18 liter) en moest ik haast 25 euro betalen. Motorrijden is een dure hobby, dat heb ik altijd geweten, maar 25 euro om pakweg 250 à 280 km te kunnen rijden, zet je wel aan het denken...
Een andere bemerking is dat dergelijke motorfietsen (beide zijn zogenaamde supersports) niet meer geschikt zijn voor het rijden op onze hedendaagse wegen. En dan bedoel ik niet eens de vaak erbarmelijke staat van het wegdek in België, maar wel de snelheidsbeperkingen alom. Door de zithouding is het een ware kwelling om met dergelijke motoren langdurig 50, 60 of 70 km/u te rijden : voorovergebogen, steunend op de polsen voel je na een paar kilometer al tintelingen in de handen of krijg je een stijve nek. Het is pas vanaf 90 kilometer per uur dat je wat comfortabeler kunt gaan zitten, mede door de rijwind die je ondersteunt. Maar waar kun je dat hier nog op de openbare weg indien je je keurig aan de voorgeschreven snelheden wil houden ? Bij onze Franstalige broeders !

Geen opmerkingen:
Een reactie posten