donderdag 20 maart 2008

De Woefman

De Woefman is een van mijn talrijke medereizigers op de trein. Sommige zie ik weinig of ik merk ze niet speciaal op, andere kruisen met de regelmaat van de klok mijn pad. De Woefman zit er zowat tussenin met doorgaans een paar wekelijkse ‘ontmoetingen’. Ik kijk er eigenlijk niet naar uit, maar ik kan hem moeilijk van de trein bannen.

Een van de randfenomenen, al is het sinds lange tijd geëvolueerd naar mijn belangrijkste bezigheid t.o.v. mijn waarde lotgenoten die dagelijks vertrouwen op de NMBS, is om de meest karakteristieken een bijnaam te geven die enkel ik ken. Bijna steeds vallen diegenen me op die er op een voor mij negatieve manier uitspringen. 'Titwoman' was daar een uitzondering op, een op het eerste zicht vrij lieve jonge vrouw, met, u raadt het al, een nogal ontwikkelde boezem, wat haar meteen mijn sympathie opleverde. Ze heeft het gelukkig nooit geweten.

De Woefman is, net als ik eigenlijk, een doorsnee figuur, maar vertoont een aantal kenmerken die hem voor mij boven de grijze middelmaat tillen. Vrij jong nog, pakweg rond de 30 jaar, puistkop, brilletje, vettig haar, de onweerstaanbare drang om steeds als eerste de trein op en af te stappen en daarbij autoritair maar nogal lomp een vrije plaats op te eisen, een stevige tred die gepaard gaat met enthousiast armgezwaai, een duidelijk hoorbaar gesmek als je in zijn onmiddellijke nabijheid zit. De combinatie van al die factoren zorgde ervoor dat ik hem in de collimateur kreeg en helaas is hij er tot nu toe niet meer uit geweest.

Onlangs heeft hij zich om een nog andere reden onuitwisbaar in mijn verbeelding gegrift : de Woefman heeft/had een lief. Naast elkaar gezeten hebben de tortelduifjes ten minste eenmaal de trip Brussel-onze bled afgelegd. Zij was duidelijk de meest nuchtere van beide. De Woefman daarentegen keek haar de hele tijd aanbiddend aan en leek daarbij trouwens veel van een hond weg te hebben : hij lag half tegen haar, keek constant met grote ogen naar haar op en als er gekust werd, zag je duidelijk hoe hij per se zijn tong in haar mond wilde laten glibberen. Het ding flitste de hele tijd heen en weer in zijn eigen halfopen mond en trachtte onvermoeibaar in de hare te dringen. Niet echt mooi eigenlijk.
Ik wil niet weten hoe het er tussen beide in bed aan toegaat, maar zijn favoriete standje lijkt me duidelijk.

En hoe komt hij nu eigenlijk aan zijn bijnaam ? Hij was me om enkele van de bovengenoemde redenen al langer opgevallen, maar op een dag zag hem verdiept in het toonaangevend en ons door de hele wereld, of ten miste door alle voormalige Centraal-Aziatische Sovjetstaten, benijde kwaliteitsblad “Woef”. Ik moest niet verder zoeken, “De Woefman” was geboren !

Als ik tijd en zin heb, zal ik nog wel eens een of andere vreemde snuiter aan bod laten komen. De Sater bijvoorbeeld.

1 opmerking:

Anoniem zei

O ja leuk, beschrijvingen van onschuldige medereizigers die zich niet kunnen verdedigen! Ik kijk er al naar uit!!