Vorig weekend, zaterdag meer bepaald, ben ik er met R. en S. er nog eens op uit getrokken, dat in het kader van een mezelf opgelegde missie : mijn kinderen de liefde of ten minste waardering voor Brussel bijbrengen. Ok, het kan misschien wat geforceerd lijken, maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat zij, die waarschijnlijk hier midden in de Stille Kempen zullen opgroeien, Brussel niet zullen beschouwen als de verre, grote, gevaarlijke Stad, maar als een plaats die ze graag bezoeken, waar ze graag komen en die ze toch enigszins kennen. Zo hebben we onder meer al het Legermuseum bezocht, het Museum voor Natuurwetenschappen (met de Iguanodons) of het beroemde Palais des cotillons.
Al maanden was ik van plan om met hen en mijn ouders, die er vlakbij wonen, eens het Atomium te bezoeken. Om allerhande redenen was het er nog niet van gekomen, maar nu was ik toch vastbesloten het erop te wagen. Helaas was M. ziek en vonden we dat ze het beste thuis bleef. Ook omdat mijn ouders nog maar pas hersteld waren van de griep. Ik trok er dus met beide kinderen op uit, deels met een klein hartje, want doorgaans ga ik enkel met R. ergens naartoe. S. was tot voor kort veel minder luisterbereid en samen jutten ze elkaar ook nogal eens op om allerlei kattekwaad uit te halen of gewoon wild te doen. Maar deze keer niet. Ze waren zelfs opmerkelijk kalm en zonder dat ik hen vooraf had gewaarschuwd. Intussen kon M. genieten van een broodnodige, verkwikkende en welverdiende rust.
Eerst naar mijn ouders gereden, daar wat over koetjes en kalfjes gepraat en dan op naar het Atomium. Daar aangekomen waren R. en vooral S. danig onder de indruk van het gevaarte. Voor hen was het dan ook de eerste maal dat ze het (van zo dicht) zagen. Ervoor werd een podium gemaakt n.a.v. de feestelijkheden i.v.m. 50 jaar verdrag van Rome.
Aan de kassa kreeg ik weer een van mijn in de familie stilletjesaan legendarische plotse en hevige boertige oprispingen als ik mijn moeder in haar schabouwelijk Frans tickets hoor bestellen, terwijl de kassier gewoon tweetalig is : "ge moogt het ook in 't Nederlands vragen zè !". Tja, het is soms sterker dan mezelf en ik heb er haar ook al mee gekwetst, maar ik kan er niet altijd aan doen.
Maar enfin, eens de tickets gekocht konden we gaan aanschuiven aan de lift. Gelukkig waren we er niet in het hoogseizoen en stond er vrij weinig volk. Ik kan me niet voorstellen wat voor files wachtenden er daar staan tijdens de zomer. Als het dan nog op de koop toe snikheet is, moet het helemaal ondraaglijk zijn. Aangekomen in de bovenste bol konden we de Brusselse skyline 'bewonderen'. Helaas was het die dag bewolkt en konden we niet zo heel ver kijken. Niettemin vonden de kinderen het wel leuk. Het restaurant was al lang volzet (het was ook al ruim na de middag) en dus gingen we na het rondkijken weer naar beneden om van daaruit de middelste en twee van de zijbollen te bezoeken. Na een drankje in de middelste bol weer naar beneden en vandaar, na de obligate foto's, weer naar mijn ouders hun appartement, waar we nog wat gegeten hebben, aan hun laptop geprutst om een paar zaken in orde te krijgen en de kinderen speelden tot ze er bij neervielen. Tegelijk trachtten ze ook nog flarden van 'Bambi' op te vangen.
Blijkbaar heeft het bezoek toch een grote indruk gemaakt, want tijdens de voorbije dagen zag zowel R. als S. elk eens een beeld van het Atomium op tv en meteen herkenden ze het en deden ze er enthousiast over. Ikzelf ben wel tevreden dat ik het ook eens heb bezocht, maar eigenlijk is er niet zo heel veel aan. Binnen is het nogal kaal en ik had er toch meer van verwacht na alle heisa omtrent de renovatie. Eigenlijk doet de buitenkant vermoeden dat er een hele wondere wereld binnenin zit, maar dat is wat mij betreft eigenlijk een illusie.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten