Eerst heb ik de vuistdikke 'Romans libertins du XVIIIe siècle' uitgelezen. De drie laatste werken voegen al bij al weinig toe aan de rest. Het betreft 'Les malheurs de l'inconstance' van Claude-Joseph Dorat, 'Félicia ou mes fredaines' van Andréa de Nerciat en tot slot 'Point de lendemain' van Vivant Denon.
'Les malheurs...' is ronduit vervelend en gaat de moraliserende toer op ('deugdzaamheid' is de enige juiste weg, anderen verleiden enkel voor je genot of om hen te kwetsen is verwerpelijk). Het werk wordt in mijn ogen enkel het lezen waard wanneer de booswicht aan het woord is en dat is wellicht niet de bedoeling geweest van de auteur.
'Félicia ou mes fredaines' valt nog mee. Het vertelt de avonturen van een vrouw die altijd tijdens haar 'losbandige' leven en het zich dan ook geen seconde beklaagt nu ze zich eindelijk aan iemand hecht. Het was gewoon een manier van (over)leven zoals een andere.
'Point de lendemain' is een bijzonder kort verhaal dat een soort van eerbetoon vormt op de libertijnse levenswijze. Een dame van adel verleidt een jongeling om zich te vermaken en zich wat te wreken op haar man en minnaar.
Daarna begon ik aan een radicaal ander boek : 'Is dit een mens' van Primo Levi, waarin hij het jaar beschrijft dat hij in Auschwitz belandde. Pakkend boek dat ik soms opzij heb moeten leggen om wat te mijmeren. Levi wisselt concrete gebeurtenissen die hij meemaakte af met meer beschrijvende en beschouwende. Het is een vrij dun boek dat onvermijdelijk aan het denken zet. Meer dan een aaneenschakeling van gruwelen is het boek een soort ode aan de vriendschap en nodigt het uit tot nadenken over de mogelijke gevolgen van extremisme en menselijkheid (in zowel positieve als negatieve zin).
Minpunt aan de uitgave die ik heb gelezen : er is relatief weinig duiding bij. Op dat vlak doen Franstalige uitgaven het doorgaans toch beter.

Tot slot las ik 'In de gouden buik van Bouddha' van de Nederlands-Palestijnse auteur Ramsey Nasr. Daarin verhaalt hij over zijn reis naar Birma/Myanmar die hij ondernam samen met twee medische ploegen. Het is een mooi geschreven boek waarin Nasr soms mooit met woorden goochelt en hij waarin hij ertoe komt een aantal zekerheden en de Westerse mens en diens levenswijze enigszins in vraag te stellen. De extreme armoede van de bevolking, haar ogenschijnlijke berusting in haar lot en de merkbare, brutale onderdrukking ervan door de militaire machthebbers zetten hem aan het denken over hoe de Westerling in het leven staat.
Het volgende boek wordt 'Het verdorven genootschap' van de Duitser Philipp Blom, gewijd aan een aantal bekende en ook minder bekende (of wat vergeten) Franse verlichtingsdenkers : Diderot, d'Holbach, Helvétius, de la Mettrie bijvoorbeeld.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten