zondag 22 november 2009

Franse touche-à-tout

Een update over mijn leesvoer is ook al (te) lang geleden.

Ik was bij 'Zwarte weduwen' van Sabine Adler gebleven.
Niet bepaald opbeurend, ook al beeldt de schrijfster zich in dat Raisa alsnog uit haar omgeving en uit Tsjetsjenië kon ontsnappen om elders met behulp van een nieuwe identiteit een nieuw bestaan op te bouwen. Hopelijk zat de vork ook echt zo aan de steel, maar dat komt de lezer niet te weten. De officiële versie is dat Raisa overleed, zonder te zeggen waaraan.
Ook dood zijn haar beide zusters die deelnamen aan de gijzelingsactie in het Moskouse theater. Samen met zo goed als andere gijzelnemers en een aanzienlijk aantal gegijzelden.

Adler probeert nog het meest in de huid van Hejda te kruipen, de tweelingzus die eigenlijk het minst van de twee reden had om zwarte weduwe te worden, iets wat ze zogezegd gaandeweg ook begint te beseffen. Daar waar haar zus haar echtgenoot, en tegelijk papa van het kind in haar buik, op een wrede manier verloor, volgde zij haar omdat ze altijd al samen waren en een haast onverbrekelijke band hebben. Te laat snapt ze dat ze zich in iets gestort heeft, waaruit geen weg terug is en dat waarschijnlijk fataal zal aflopen.

En hoe gaat het nu met Tsjetsjenië ? Veel meer dan dat er nu een regelrechte schurk (Ramzam Kadyrov) aan het hoofd staat en dat er nog geregeld mensen uit de weg worden geruimd die gerechtigheid willen laten geschieden of ten minste, de waarheid trachten te achterhalen van wat er gebeurde met anderen die spoorloos verdwenen of gedood werden, weet ik ook niet.


Momenteel is het de beurt aan een geniaal Frans verlichtingsdenker : Diderot, die van de Encyclopédie (samen met kompaan D'Alembert en vele anderen).
Dit boek vormt het tweede deel van een vijfdelige cyclus en bevat zijn 'romanwerken'.
Vanaf het eerste boek dat ik van hem las, ben ik een grote fan : "Jacques le fataliste" is dermate grappig, modern, bruisend dat ik het onweerstaanbaar vind en al meermaals gelezen heb. Daarnaast en tegelijk kaart het ook ernstige onderwerpen aan. En het leest bovendien als een trein.
Een andere gelijkenis met Sade en heel wat schrijvers van die periode is de fraaie schrijfstijl. Heel anders dan hoe men nu schrijft, maar ik vind het een extra verleiding. In die mate dat ik dergelijke werken het liefst in de oorspronkelijke taal lees omdat ik vrees dat een vertaling naar het Nederlands er onrecht aan zou doen.

Na het frivole en libertijnse "Les bijoux indiscrets", in het Nederlands "De loslippige sieraden" ('loslippig' heeft hier geen betrekking op de mond van de vrouw, maar op een ander deel van haar anatomie), ben ik momenteel bijna aan het einde van "La religieuse" gekomen (De non), wat een stuk minder opbeurend is.
Het hoofdpersonage is dan wel fictief, de omstandigheden die erin verteld worden vermoedelijk heel wat minder en het verhaal is deels gebaseerd op echt gebeurde feiten. Een jonge vrouw wordt tegen haar wil door haar ouders tot een kloosterleven veroordeeld en ondergaat jaren aan een stuk pesterijen, vernederingen en mishandelingen in 3 verschillende kloosters. Samen met het feit dat ze voor een hedendaagse lezer wel uiterst naïef lijkt, vormt deze aaneenschakeling van ellende een parallel met de Justine van D.A.F. de Sade, nog een wicht dat voor het ongeluk geboren lijkt.
Ondanks de onnozele 'ongereptheid' van Suzanne Simonin beklijven toch heel wat passages door de wreedheid van haar kloostergenoten. Ik lees dit werk van Diderot niet als een pamflet tegen godsdienst (hij scheen zelf naar het atheïsme te zijn geëvolueerd), maar wel als een bijzonder scherpe aanklacht tegen het kloosterleven, de Kerk, het beteugelen van de natuurlijke impulsen enz.
Ook het einde van de lesbische overste van Suzanne is toch wel dramatisch, verteerd door schuldbesef omdat ze lesbisch is, wat in die wereld als duivels leek te worden beschouwd.
Hysterische aanvallen à volonté doorheen deze hele roman.
Indrukwekkende lectuur, dat zeker.
Een leuke anecdote i.v.m. La religieuse, is dat het hele werk eigenlijk als opgezet spel moet worden beschouwd. Diderot en zijn maten wilden een vriend die zich al heel wat jaren in Normandië had teruggetrokken, weer naar Parijs lokken en hun lokaas was zogezegd een non die probeerde het kloosterleven te ontvluchten, compleet met brieven van de fictieve non in kwestie naar de vriend, de marquis de Croismare. Deze laatste trapte in de 'val' en geloofde echt wat hem geschreven werd, in die mate dat de 'samenzweerders' zich verplicht zagen hun heldin te laten sterven, omdat Croismare anders tot de actie ging overgaan. Later kwam alles uit, zonder dat dit tot een breuk leidde tussen de protagonisten.

Andere werken die onder meer nog aan bod komen : "Supplément au voyage de Bougainville", "Le neveu de Rameau" en "Jacques le fataliste".

Geen opmerkingen: