
van de befaamde Franse antropoloog en socioloog Pierre Bourdieu is vanaf vandaag aan de beurt als pendelboek(je). In 1996 (ver)mocht Bourdieu het om op tv twee lezingen te houden die voor een groot publiek zijn visie toelichtten op de televisie en journalistiek. Daar gaat dit werkje dus over.
Ik vreesde aanvankelijk dat het toch erg hermetisch zou zijn, maar tot nu toe was dat niet het geval ; het boek is vrij toegankelijk (forcément want de tekst was voor de televisie en een ruimer publiek bestemd ?).
Zelf ben ik geen socioloog, dus ik heb niet de nodige bagage om er een beargumenteerde mening over te hebben, maar eigenlijk kan ik het tot nu toe enkel maar eens zijn met de auteur. En zelfs al zou ik het betreffende een aantal aspecten oneens zijn met de auteur, toch heeft het op z’n minst de verdienste dat hij deze kwestie aansnijdt en het debat aanzwengelt. Wie geïnteresseerd is in zijn analyse kan onder meer hier, hier of hier terecht.
Verder kunt u hier een uitgebreid fragment van de lezingen in kwestie bekijken/beluisteren. Soms is er wel redelijk wat doorzettingsvermogen nodig om te blijven volgen.
“Les Bienveillantes” van Jonathan Littell heb ik net voor Kerstmis met veel plezier uitgelezen. Ik heb ervan genoten en keek er elke ochtend vaak reeds bij het opstaan naar uit om het te lezen, dit ondanks een aantal passages die moeilijker verteerbaar waren (vreemd genoeg de soms uitgebreide homoseksuele daden of fantasieën en niet zozeer de moordpartijen. Vooral het voorlaatste hoofdstuk was in dat opzicht een harde noot om kraken, want er lijkt op een bepaald moment geen einde aan te komen).
De protagonist komt vooral over als een machteloze speelbal, een slachtoffer van het lot dat naar believen beschikt en soms niet veel beter af lijkt dan de slachtoffers van het regime dat hij dient. Hij krijgt ook nauwelijks of geen greep op zijn eigen leven, dat vooral door anderen gestuurd wordt (iets wat vermoedelijk voor de meesten van ons wel in zekere mate geldt).
Ikzelf blijf het de voornaamste verdienste van dit boek vinden dat hij een nazi-beul als mens portretteert en niet als monster waarvan wij ons kunnen distantiëren. De enorme hoeveelheid aan details is indrukwekkend en soms krijgt de lezer de indruk dat het wel degelijk een (auto)biografisch werk is en geen fictie. Het is anderzijds ook wel leuk om echte historische figuren als Ohlendorf (chef van een Einsatzgruppe), Schellenberg, Müller (chef Gestapo), Himmler (Reichsführer SS) en andere in een serieuze roman aan te treffen. Af en toe een storende fout (consequent Liebstandarte i.p.v. Leibstandarte) kan de pret niet bederven.
Wat ook gewaagd was in de Franse context (iets wat heel wat Nederlandstalige lezers vermoedelijk zal ontgaan) is dat de auteur het woord verleent aan auteurs als Robert Brasillach of Lucien Rebatet, beide enthousiaste aanhangers van het fascisme/nazisme gunstig gezind waren en collaboreerden (ook Céline wordt vermeld). Een nog steeds beladen thema in Frankrijk.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten