woensdag 2 april 2014

Gedoogbeleid in de praktijk

Gisteren was ik getuige van een opvallend tafereel in een van de hoerenbuurten van Brussel.

TIjdens m'n middagpauze wandelde ik richting Begijnhofplein en Grootgodshuisstraat. Daarbij kwam ik voorbij de Alhambrawijk en de KVS met de alom geposteerde dames van plezier. Voor het pleintje met het frituur stond een politiecombi en een van de 2 agenten stond wat verderop te praten met enkele vrouwen. De andere stonden of zaten doodgemoedereerd te wachten op klanten zonder ook maar in het minst gealarmeerd te lijken.

Toen ik 20 minuten later weer langs daar kwam, hield de agent toezicht op het schoonmaken van het bushokje, terwijl op amper enkele meter van hem dezelfde vrouwen opvallend niets stonden te doen, maar ook totaal geen acht op hem leken te slaan (wat overigens ook wederzijds leek).
Het viel me voorts op dat de bar Tropicana opnieuw gesloten en verzegeld is. Dat is een van de vaste stamcafés van deze dienstverleensters en hun pooiers. De stad Brussel of het OCMW heeft diep in de buidel moeten tasten om het te kopen, met de bedoeling om een eind te maken aan de overlast die de prostitue(e)s en, vooral, hun klanten teweeg brengen. De huidige uitbater bleef echter niet bij de pakken zitten en heropende deze bar al een of twee keer, maar telkens voor korte duur, want al snel was hij opnieuw gesloten.

Op m'n wandeling door de buurt haalde ik trouwens een menu af bij een afhaalchinees daar vlakbij. M'n blik viel daarbij op een vrouw met een heel diepe en bijzonder goed gevulde décolleté. Aangezien ze er oosters uitzag, dacht ik dat ze bij de zaak hoorde, maar toen ik dat vertelde aan enkele vrouwelijke collega's die daar af en toe hun middagmaal gaan halen, moesten deze lachen om zoveel naïviteit...

Geen opmerkingen: