woensdag 4 april 2012

Dansvoorstelling

Vorige zondag stond in M's agenda in het rood aangevinkt.
Ze moest immers meedoen aan een dansoptreden van de flamencogroep waar ze sinds bijna 2 jaar bij danst : Los Flamencos.
Al sinds enkele weken gierden de zenuwen door haar lichaam en dat was er soms aan te merken, maar al bij al hebben we ten onzent al erger meegemaakt.

Zondagnamiddag trokken we in groep naar een lokaal cultureel centrum waar de Flamencas voor een selecte groep letterlijk hun beste beentje zouden voorzetten.
En da's aardig gelukt ! En neem van me aan, dat ik het kan weten, bogend op de 2 flamencovoorstellingen die ik de voorbije 2 jaar heb meegemaakt...

Daar amper aangekomen zagen we in de toegestroomde en haast oncontroleerbaar enthousiaste massa nog toevallig een collega van M. die zelfs in het verre Antwerpen had vernomen dat er iets belangrijks op til was in de stille Kempen.

De eerste dans was wat mij betreft al meteen geslaagd : een mooi gebrachte choreografie met waaiers op klassiek-Spaanse muziek. Andere uitschieters vond ik een dans met sjaals en een andere waarbij elke danseres (en 2 dansers) gezeten op en staand rond een stoel dansten.
Maar top of the bill waren natuurlijk de paar dansen waaraan M. meedeed. Alleen al door haar présence en aanwezigheid werden die naar een zelzaam hoog niveau getild en uiteindelijk bleken de stress, zenuwachtigheid, prikkelbaarheid, dat blauw oog en de ingeslagen ruit nergens voor nodig geweest.
M. en haar compañeras hebben dat heel goed gedaan en het is zeker voor herhaling vatbaar.
Minpunt was wel dat het publiek veel te dicht bij de dansers zat (wij zaten op de eerste rij). Ik heb ei zo na een sjaal en voet in m'n gezicht gekregen, maar het was vooral hinderlijk om een goed zicht te krijgen op het totale podium en op de choreografieën in hun geheel, aangezien je nooit het alles goed in je blikveld kreeg.

Niettemin was het een fijne manier om een zondagnamiddag door te brengen en zeker veel aangenamer dan naar het onuitstaanbare commentaar te luisteren van een dolgedraaide Michel Wuyts.

Geen opmerkingen: