Toch wat "schoon" volk gezien, maar of ik daar blij om moet zijn ? Ik denk het niet.
Oordeel zelf : Luc Van den Brande (die een tijdje naast mij kwam staan en zelfs iets tegen me mompelde), Patricia Ceysens, Carl Decaluwé en ten slotte Helga Stevens, voor mij een volstrekt onbekende N-VA'ster met wie ik in dezelfde lift zat. Had ik haar herkend, ik had uiteraard terstond om een handtekening gevraagd.
Later, op straat, kruiste Sven Gatz nog m'n pad.
Met uitzondering van de heer Gatz, akkoord, een Open VLD'er maar ook een echte ket, voelde ik eigenlijk (helaas wellicht) bitter weinig affiniteit met deze heren en dame die me in naam vertegenwoordigen. Ik had ook geen gevoel van ontzag of zo voor de instelling waar ik me bevond, respect ergens nog wel.
Het zal wel iets te maken hebben met m'n (gebrek aan ?) identiteitsgevoel. Officieel Belg (kan ik mee leven) en Vlaming (al staat dat gelukkig nog niet op m'n identiteitskaart), maar geen 100% zuivere en zo voel ik dat effectief ook aan, ben er blij om, sinds enkele jaren haast trots op.
Ik voelde me er zelfs wat ongemakkelijk, niet echt thuis. En waarom staat dit parlement nu eigenlijk precies in Brussel ? Deze stad kan het gros van de Vlamingen gestolen worden, de meeste Vlaamse politici willen er evenmin van weten. Een niet-verwaarloosbaar deel heeft zelfs een hekel aan het organische Brussel van vandaag. Zou iedereen er zich niet beter bij voelen indien al die ministeries, administraties enz. gewoon zouden verhuizen naar pakweg Gent of Antwerpen ? Al ligt Brussel natuurlijk geografisch centraal en hoeft de Limburger zich daardoor geen verplaatsing naar Gent, Brugge of Kortrijk te getroosten.
De fluokleurige houten sculptuur van Arne Quinze, die ik voor het eerst zag, zorgt wel nog voor wat kleur in een voor de rest wat grijze Leuvensestraat.

1 opmerking:
Dit is dus een brug naar de burger ;-)
Een reactie posten