De vorige week las ik het tweede boekdeel uit van de 5-delige Bouquin-reeks gewijd aan deze Franse denker, met zijn romanwerken.
Het sloot af met zijn mogelijk twee bekendste werken : 'Le neveu de Rameau' en 'Jacques le fataliste'.
Vooral met 'Jacques le fataliste' schreef Diderot een echt meesterwerk. Ik las het nu zeker voor de 3de maal en telkens blijft het werk me verbazen en verrukken. Hij verweeft op grootse wijze verschillende registers, gaande van filosofie tot het burleske (Rabelais is niet veraf), puur juridisch jargon tot libertijnse scènes, zet zijn lezer soms op het verkeerde spoor, spreekt hem ook regelmatig rechtstreeks aan en vermaant hem zelfs, zoals het onderstaande citaat, waarmee het boek ook begint, aantoont :
"Comment s'étaient-ils rencontrés ? - Par hasard, comme tout le monde. - Comment s'appelaient-ils ? - Que vous importe ? - D'où venaient-ils ? - Du lieu le plus prochain. - Où allaient-ils ? - Est-ce qu'on l'on sait où l'on va ? - Que disaient-ils ? - Le maitre ne disait rien ; et Jacques disait que son capitaine disait que tout ce qui nous arrive de bien et de mal ici-bas était écrit là-haut."
Het verhaal is vrij eenvoudig en eigenlijk gewoon een aaneenschakeling van allerlei tafereeltjes en ontmoetingen die telkens de aanleiding vormen voor een nieuw verhaal of voor beschouwelijke overpeinzingen. Jacques en zijn meester vormen een onafscheidelijk duo en zijn onderweg naar ergens. Tijdens hun reis ontmoeten ze allerlei mensen en beleven ze enkele avonturen of vertelt Jacques over zijn leven. De gevoerde gesprekken worden ook vaak gekruid met typische uitdrukkingen of stopwoorden die per bladzijde meermaals terugkeren of uitspraken die het geheel nog meer op een sappig gesprek doen lijken.
Vooral Jacques' liefdesleven en ontmaagding interesseert zijn meester mateloos. Echter, het fijne daarvan komt de lezer pas op het einde te weten, of helemaal niet, dat laat ik hier in het midden. Ik kan u aanraden het boek zelf te lezen om dat te weten te komen. Zijn relaas wordt immers voortdurend onderbroken door zijn meester, door een gebeurtenis of door de auteur zelf, waardoor dit maar blijft aanslepen. Een universiteitsprofessor van me heeft ooit tijdens een les toegegeven dat hij precies daardoor het boek nooit heeft kunnen uitlezen. Dit procédé kan dan sommigen wel irriteren, het amuseert tegelijkertijd, door de weergaloze wijze waarop Diderot het toepast.
De praatzieke Jacques gelooft, zoals de titel al aangeeft, dat alles al vastligt en gebeurt zoals de voorzienigheid of God het in onze plaats bepaalde. Zijn meester is daar minder van overtuigd en vindt dat de vrije wil, toeval enz. een grote rol spelen. Wel blijft hij een overtuigd voorstander van de sociale orde in het Ancien Régime en behoudt hij zich het recht voor zijn reisgenoot maar tegelijk en vooral bediende een pak rammel te geven.
Daarnaast is er bovendien de heel mooie schrijfstijl. Het 18de eeuws Franse proza vind ik persoonlijk stylistisch van het mooiste wat ik al gelezen heb (zie ook Sade of Choderlos de Laclos). Het zal nu ongetwijfeld wat archaïsch overkomen qua woordenschat en het veelvuldig gebruik van de verschillende vormen van de subjonctif, maar het blijft wel gewoon mooi.
'Jacques et son maître' vormen een onafscheidelijk en haast spreekwoordelijk geworden duo zoals de bühne of de literatuur er wel meer hebben opgeleverd ; denk maar aan Don Quichote en Sancho Panza, Bouvard en Pecuchet, Gaston en Leo, Laurel en Hardy enz.
Ik ben ervan overtuigd dat dit werk uitstekend geschikt is om iemand het plezier te laten ervaren dat lezen je kan verschaffen, ook uitgebluste scholieren bijvoorbeeld.
'Le neveu de Rameau' is dan weer een dialoog tussen een ik-figuur en de neef van de befaamde componist. Le neveu is een parasiet die met zijn artistieke talenten weinig of niets aanvangt. De man heeft enkele originele ideeën en bewondert grote toenmalige gewetenloze schurken of groten, zoals bijvoorbeeld de financier Etienne-Michel Bouret of broer en zus de Tencin, voor middelmatigheid heeft vooral minachting, ook al behoort hij er door zijn eigen levenswandel zelf toe, wat hijzelf maar al te goed beseft en waardoor hij ook zichzelf niet hoog schat. Wat dat laatste betreft, herken ik wel wat van hem in me.
Le neveu rijgt in dit gesprek nogal bizarre standpunten op allerlei vlak aan markante analyses, koppelt groteske mimiek aan opwellingen van kunstzinnige uitingen, is een vat vol tegenstellingen.
De dialoog valt grosso modo uiteen in twee delen : een waarin de neef zijn soms extravagante meningen ventileert en een ander dat meer gewijd is aan theoretische bespiegelingen over muziek en kunst in het algemeen.
In het echt zou hij uiteindelijk geïnterneerd worden of zijn laatste jaren in een klooster hebben doorgebracht, volgens sommigen omdat hij waanzinnig was geworden.
Voor geïnteresseerden : geheel toevallig worden tot 13 februari in het Brusselse Théâtre du Parc 'Le neveu de Rameau' en de 'Supplément au voyage de Bougainville' gespeeld. Mij spreekt dat wel aan.
Het boek dat ik vervolgens las, contrasteert wel heel erg met de optimistische, lichtvoetige toon met de werken van Diderot. Ook de humor is van een totaal andere orde. Het gaat om het mistroostige, rauwe 'De dood van Bunny Munro' van Nick Cave, wat ik met Oudejaar van M. kreeg.
Na de zelfmoord van zijn vrouw zwalpt Bunny Munro, een seksverslaafde handelsreiziger die schoonheidsproducten aan de vrouw brengt, met zijn zoon in zijn kielzog richting waanzin en ondergang.
Het einde ervan viel me wat tegen eigenlijk en lijkt wat mij betreft niet te passen bij de rest van het verhaal. Nu is het niet gitzwart, maar wordt het bijna melig.
Gelukkig is er nog de humor zoals reeds aangegeven. Wat dat betreft spelen Avril Lavigne (een 'zangeres' als ik het goed heb) en haar kutje een prominente rol. Geen idee of de dame in kwestie het waardeert, maar het werkt wel.
woensdag 27 januari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten