woensdag 20 mei 2009

Weer terug 3


vastomlijnd of “flou” ?
statisch of evolueert het ?
vanzelfsprekend of niet
aanvaard je de jouwe of niet ?
al gevonden of nog op zoek ?
belangrijk of eerder bijkomstig m.b.t. uw visie op de buitenwereld ?
bepaalt die van anderen uw houding t.o.v. van hen of niet ?
wat is het ?
enz.

Er kunnen tal van vragen over het begrip "identiteit" worden gesteld.

Ofwel schuilen er in mezelf verschillende identiteiten ofwel ben ik er zelf nog niet helemaal uit wat de mijne is. Zelf beschouw ik me allerminst als Belgisch en nog minder als Vlaams, al bepaalt deze achtergrond ongetwijfeld voor een groot deel mijn denken en doen. De Braziliaanse roots kan ik toch niet helemaal wegsteken of ontkennen en dit zorgt voor een vreemde mix waar ik zelf soms ook moeilijk weg mee weet.
Enerzijds staat België voor de dagdagelijkse, soms grauwe realiteit, anderzijds vormt Brazilië een soort ingebeeld ideaal van dolce far niente, genieten en een uitbundigheid die ik hier zelden of nooit toon, wegens op een of andere manier geremd.
En deze dualiteit uit zich onder meer ook op een nogal verrassende manier, zoals ook weer op deze reis : er schuilt waarempel een voetbalfan in me... Meestal laat voetbal me nogal koud en bekijk ik in een heel jaar gemiddeld 1 à 2 wedstrijden op tv, bijna altijd westrijden in een internationaal kader. Over het Belgisch voetbalkampioenschap lees ik wel uitslagen in de krant of hoor ik ze op radio of tv, steevast hopend dat Anderlecht verloren heeft. Andere voetbalcompetities kunnen me evenmin echt boeien, ook niet de Braziliaanse. Maar een paar weken voor de afreis, neusde ik dus rond op een aantal blogs en op een ervan kwam de Braziliaanse dichter Drummond de Andrade ter sprake, wiens werk in het Nederlands werd vertaald door August Willemsen. Van hem wist ik dat hij een boek had geschreven over Braziliaans voetbal en ik vond onze reis een uitstekende gelegenheid om het eens te lezen. Dus snelde ik naar de Boekuil om het te bestellen.



Willemsen geeft een beknopte (ontstaans)geschiedenis van de Braziliaanse clubgeschiedenis a.d.h.v. enkele van de bekendste teams, besteedt heel wat aandacht aan het nationale team en aan een resem legenden, waarvan ik er ettelijke helemaal niet kende zoals bijvoorbeeld Friedenreich, Domingos da Guia, Leônidas da Silva, Nílton Santos. Twee spelers krijgen een voorkeursbehandeling : Garrincha en, uiteraard, Pelé. Van beide verkiest Willemsen duidelijk veruit de eerste, die een soort antiheld werd voor het Braziliaanse volk. Een pure entertainer die bekend stond om zijn dribbels en menig tegenstander soms letterlijk in het zand deed bijten of belachelijk maakte. Daarnaast zou zijn privéleven vandaag steevast breed in de roddelbladen zijn uitgesmeerd. Hij was namelijk lang geen modelechtgenoot of -vader, leidde een liederlijk leven, maar deed voor de rest geen vlieg kwaad. In deze opzichten doet hij me denken aan de jonge Jimmy White (snookerspeler): barstensvol talent, zorgeloos, denkend aan het publiek voor wie hij meer dan eens de show stal en daardoor zelfs wedstrijden verloor. Tijdens zijn glorietijd speelde Garrincha uitsluitend voor Botafogo, een club uit Rio.

Pelé was simpelweg een genie en hoogstwaarschijnlijk de beste profvoetballer aller tijden. Daar paarde hij bovendien het imago aan van de ideale schoonzoon, met als enige "smet" dat hij arm en zwart geboren werd.

De auteur spaart echter evenmin zijn kritiek op een aantal aspecten die hem storen, zoals de soms ondermaatse begeleiding van voetballers, de bobo's van de federatie of de clubs en ook het in Brazilië alomtegenwoordige godsdienstgevoel en de uiting ervan. Hij rept echter met geen woord over het politieke en sociaal-economische bestel in de optimistische jaren '50, de woelige jaren '60 en de dramatische rechtse militaire dictatuur die van '64 tot '85 duurde (niet zo bloedig als sommige andere in Latijns-Amerika, maar net zo grimmig, zeker de eerste 10 jaar). Deze heeft namelijk onder meer het voetbal misbruikt om zichzelf te legitimeren.
Het boek barst ook van de leuke citaten van Braziliaanse schrijvers of journalisten i.v.m. voetbal, wat eveneens een idee geeft van het belang die deze sport heeft in dat land.

Na enkele dagen lezen raakte ik dus weer meer en meer in de ban van het Braziliaans voetbal, in die mate dat ik niet naar huis wilde keren zonder enkele souvenirs.

Helaas heb ik geen Botafogo T-shirt gekocht met het nummer 7, dat van Garrincha. Ik heb er wel een gezien in een winkeltje vlakbij een toeristenval (Praia do Forte voor de kenners), maar toen vond ik het te duur en dacht ik dat ik later nog wel een kans zou krijgen. Niet dus. Uiteindelijk een Botafogo-shirt gekocht voor ruim het dubbele van die prijs en het was dan nog een recent... Thuisgekomen heb ik dan maar via ebay een T-shirt ter ere van Garrincha gekocht.
Hieronder ziet u mijn voorlopige 'collectie' : helemaal links het Garrincha-shirt in kwestie, daarnaast een shirt van Fluminense (een andere grote club uit Rio ; dat shirt heb ik van m'n ouders enkele jaren geleden gekregen), dan een van de seleção, gekocht in 2002 tijdens het WK dat Brazilië won en helemaal rechts een shirt van Botafogo, dat traditioneel in zo'n truitjes speelt.


Op de foto helemaal bovenaan ziet u 3 schildjes : linksboven Botafogo, rechtsboven Vitoria (een belangrijke Bahiaanse club) en rechtsonder Fluminense.
Tot slot nog helemaal onderaan een foto van teenslippers die ik kocht, ook van Esporte Club Vitória, waarvan m'n heel goede vriend Luiz fan van is (en die de eeuwige concurrent van Bahia is).
Het enige wat ontbreekt, zijn parafernalia van Bangú, alweer een club uit Rio. Deze club heb ik leren kennen dankzij een computerspel. Toen we in 1998 familie bezochten hadden enkelen een Playstationspel dat Fifa of zo heette met allemaal Braziliaanse ploegen. Voor de lol vroeg ik om voor mij een slechte ploeg te kiezen en dat werd blijkbaar Bangú. Bovendien las ik in het boek van Willemsen dat deze ploeg van in een arbeidersmilieu werd opgericht, wat ze voor mij alleen maar sympathieker maakt.

Terug thuisgekomen, haalde ik prompt een videocassette boven met een in 2002 opgenomen documentaire van Arte over Garrincha en Pelé. Ook daarin kwam het beeld naar voor van een voetbalkunstenaar die meer geïnteresseerd was in het spel dan in het resultaat, die door de man in de straat op handen werd gedragen en die tegen de heersende moraal in ging door zijn turbulente privéleven, wat hem duur te staan kwam in een rechtse dictatuur, waarin dergelijk gedrag niet geduld werd (hij leefde immers openlijk samen met zijn grote, buitenechtelijke liefde, de zangeres Elza Soares).



Enkele dagen geleden zocht ik voor het eerst sinds onze terugkomst op het net naar resultaten van Botafogo en het lijkt erop dat deze ploeg helaas nipt het kampioenschap van Rio (de staat, niet de stad) heeft verloren.
Ergens in mij moet toch iets Braziliaans sluimeren dat ervoor zorgt dat ik bepaalde omstandigheden een of andere transformatie onderga. Bovendien is deze sport nu eenmaal nogal prominent aanwezig in onze maatschappij en blinkt Brazilië er in uit, dus toch iets waarmee Brazilianen met trots kunnen uitpakken.
Orgulhoso de ser (por um parte) Brasileiro !

Geen opmerkingen: