dinsdag 13 oktober 2009

Klassieker uit de Russische literatuur

Oblomov

Een mooie ode aan de ledigheid, ook al sterft de antiheld uiteindelijk aan zijn ‘ziekte’ van het nietsdoen.

Samen met Oblomov gaat stilletjesaan de oude Russische landadel ten onder. Het compleet onbeholpen hoofdpersonage droomt nog vaak van zijn onbezorgde kindertijd, waarin hij geen bekommernissen had en zou graag dat Arcadië terugvinden, maar dat blijkt onmogelijk. De tijden zijn veranderd en dat komt tot uiting in de ondernemende Stolz, Oblomovs onvoorwaardelijke vriend, maar tegelijk diens tegenpool in zowat alles en ook ergens wel zijn geweten (samen met Olga).
Olga verbreekt uiteindelijk haar verloving met Oblomov omdat ze beseft dat ze het niet kan halen tegen zijn aard.

Dit boek heeft wat mij betreft een terechte plaats in de literatuur. Ook deze tweede lezing bleef een waar genot. Het is nog geen magistrale psychologische roman zoals Gontsjarovs landgenoot Dostojevski er schreef, maar beslist een voorbode. Ook hier worden treffende analyses en portretten gemaakt en tegelijk is er plaats voor een luchtiger noot. De figuur van Oblomov leeft voort in ons cultureel patrimonium en de term ‘oblomovisme’ heeft ook ingang in onze taal gevonden.

En zoals reeds eerder meegegeven, herkende ik me er in zekere mate in (maar dat zal wel voor haast iedereen in mindere of meerdere mate het geval zijn). Waar ik werk, zijn er ook heel wat personen die eerst naar mijn graad en studies kijken en daarop afgaan om te bepalen wat ik zou moeten willen en kunnen. Dat terwijl ik niet in het minst ambitieus ben en liever gewoon in de schaduw wil blijven werken, wars van alle profileringsdrang. Voor Oblomov zijn dergelijke beslommeringen ook allemaal ballast die het mensworden in de weg staat (een (romantisch ?) ideaal van hem). Mij kan al die drukdoenerij op mijn en andermans werk ook grotendeels gestolen worden. Daarnaast plooi ik me dus ook meer en meer terug op mijn gezin en zijn er meer en meer weekends waarin ik mijn huis nog nauwelijks uitkom en naast wat huishoudelijke klusjes eigenlijk niets doe. En ik vind dat niet erg, integendeel.

Zeker een aanrader, ook al is er helemaal geen intrige, geen enkele actie in het hele boek.


Nu ben ik begonnen in een boek over een rauwe realiteit : Tsjetsjenië. Het boek gaat meer bepaald over een aantal vrouwen die worden ingelijfd bij de opstandelingen en in opdracht van hen mee een grootschalige gijzeling op touw zetten in een Moskous theater. Ik herinner me daar nog wel het een en ander van, omdat M. en ik toen op citytrip naar Rouen waren en op het tv-nieuws werden er toen dagelijks beelden over getoond. Het vrouwencommando heette de 'Zwarte Weduwen', meteen ook de titel van het boek, van de hand van Sabine Adler. Het lijkt me een mengeling van feiten en fictie.

Aan de hand van de getuigenis van een jonge vrouw wordt het leven van haar familie geschetst en meer bepaald van haar broers en 2 zussen. Deze zussen sluiten zich aan bij het verzet, zoals ook al 4 broers hadden gedaan.
Het boek baseert zich op echt gebeurde feiten en getuigenissen, maar mengt feiten en fictie, want hoe kan de auteur anders de gemoedsgesteldheid en de laatste daden en gedachten weergeven van iemand die (gewelddadig) omkomt ?

De Tsjetsjeense zeden en gewoonten doen erg vreemd aan voor een Westerling en vrouwen lijken er van buitenuit een bijzonder ondergeschikte positie te bekleden. Ook de noties van (bloed)wraak zijn daar nog bittere realiteit, en maken het lot van dat volk extra tragisch nu er zich een niets ontziende oorlog afspeelt. Beide zijden gedragen zich als op uiterste wrede en bloedige wijze, er zijn geen 'goeden en slechten', en ze gijzelen alletwee de burgerbevolking.

Een heel hard en gitzwart boek dat weinig hoop biedt voor de toekomst.
Het is wel al 4 jaar geleden verschenen en intussen is er een en ander veranderd in Tsjetsjenië, maar van echt veel beterschap of vooruitgang valt er weinig te bespeuren. Hoe kun je in dergelijke omstandigheden als maatschappij in het reine komen met al wat er jarenlang gebeurd is ?
Enige serieuze Westerse reactie tegenover het Tsjetsjeense drama kan ik me eigenlijk ook niet herinneren.

Geen opmerkingen: